Archiefdocument
Origineel
Augustus 1942. Linkerbovenzijde (stempel en pen):
104/21/3
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/771 1942
DOORGEZONDEN: 5/8
Rechterbovenzijde:
d 7
Hoofdtekst (rechterzijde):
Inspecteur!
Overplaatsing van Waterlooplein naar Joubertstraat is m.i. thans niet mogelijk.
In verband met de feitelijke overschrijding van maximum aantal plaatsen Waterlooplein kan m.i. echter worden toegestaan, dat J. Smak voorloopig te Joubertstraat gaat staan, met handhaving in de administratie van Waterlooplein.
Uitvoering conform
[Paraaf] 7/8 '42
Onderaan (notities en parafen):
[Paraaf] 20/8 42
get. [Paraaf] 21/8 '42
gep. [Paraaf] 11/8 '42
Linkerzijde (kanttekening):
M.i. ook geen bezwaar tegenoverboeking naar Joubertstraat voor dit enkele geval.
Man houdt toch in ieder geval een vaste plaats op een Jodenmarkt.
Voetnoot (drukwerk):
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 De notitie handelt over een verzoek tot overplaatsing van een marktkoopman genaamd J. Smak. Smak wil verhuizen van de markt op het Waterlooplein naar die in de Joubertstraat. De ambtenaar ("Inspecteur") stelt vast dat een officiële overplaatsing niet mogelijk is omdat het maximum aantal plaatsen (quota) al is bereikt.
Er wordt echter een bureaucratische 'gedoogconstructie' voorgesteld: de man mag fysiek op de Joubertstraat gaan staan, maar blijft administratief gekoppeld aan het Waterlooplein. De kanttekening aan de linkerzijde geeft de doorslag: zolang de persoon in kwestie zich maar binnen de muren van een aangewezen 'Jodenmarkt' bevindt, ziet de administratie geen bezwaar. Het handschrift is een typisch Nederlands ambtelijk cursief uit de vroege 20e eeuw. Dit document is een direct overblijfsel van de segregatiepolitiek tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 werd het Joodse marktkooplieden verboden om op reguliere markten te staan. Zij werden gedwongen hun nering voort te zetten op specifiek aangewezen 'Jodenmarkten'. In Amsterdam waren dit het Waterlooplein (Centrum), de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en de Joubertstraat (Transvaalbuurt).
De datum (augustus 1942) is uiterst wrang: op dat moment waren de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen al in volle gang (gestart in juli 1942). Terwijl de Joodse bevolking werd weggevoerd, hield de gemeentelijke bureaucratie zich nog nauwgezet bezig met de administratieve afwikkeling van standplaatsen op de voor hen gereserveerde markten. De term "Jodenmarkt" in de kanttekening onderstreept de normalisering van de uitsluiting in de toenmalige ambtelijke correspondentie. J. Smak M. No Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De notitie handelt over een verzoek tot overplaatsing van een marktkoopman genaamd J. Smak. Smak wil verhuizen van de markt op het Waterlooplein naar die in de Joubertstraat. De ambtenaar ("Inspecteur") stelt vast dat een officiële overplaatsing niet mogelijk is omdat het maximum aantal plaatsen (quota) al is bereikt.
Er wordt echter een bureaucratische 'gedoogconstructie' voorgesteld: de man mag fysiek op de Joubertstraat gaan staan, maar blijft administratief gekoppeld aan het Waterlooplein. De kanttekening aan de linkerzijde geeft de doorslag: zolang de persoon in kwestie zich maar binnen de muren van een aangewezen 'Jodenmarkt' bevindt, ziet de administratie geen bezwaar. Het handschrift is een typisch Nederlands ambtelijk cursief uit de vroege 20e eeuw.
Historische Context
Dit document is een direct overblijfsel van de segregatiepolitiek tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 werd het Joodse marktkooplieden verboden om op reguliere markten te staan. Zij werden gedwongen hun nering voort te zetten op specifiek aangewezen 'Jodenmarkten'. In Amsterdam waren dit het Waterlooplein (Centrum), de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en de Joubertstraat (Transvaalbuurt).
De datum (augustus 1942) is uiterst wrang: op dat moment waren de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen al in volle gang (gestart in juli 1942). Terwijl de Joodse bevolking werd weggevoerd, hield de gemeentelijke bureaucratie zich nog nauwgezet bezig met de administratieve afwikkeling van standplaatsen op de voor hen gereserveerde markten. De term "Jodenmarkt" in de kanttekening onderstreept de normalisering van de uitsluiting in de toenmalige ambtelijke correspondentie.