Officiële kennisgeving / Bekendmaking.
Origineel
Officiële kennisgeving / Bekendmaking. Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen. 14 APR. 1942
AMSTERDAM, Maart 1942.
MARKTWEZEN
AMSTERDAM Dit document is een administratieve verordening die de vishandel in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog aan strikte banden legt. De kern van de maatregel is centralisatie: alle vis die voor de stad bestemd is, moet via de Gemeentelijke Visafslag lopen om daar onder toezicht van de 'Nederlandsche Visscherijcentrale' te worden verdeeld.
Kernpunten in de tekst:
* Distributiesysteem: Er is sprake van 'verdeelvisch', wat duidt op een rantsoeneringssysteem waarbij de overheid bepaalt wie wat mag kopen en verkopen.
* Inperking verkoopvrijheid: Verkoop aan huis of op bestelling wordt verboden. De handel wordt geconcentreerd op specifieke, controleerbare locaties (winkels en markten).
* Ruimtelijke ordening: De instelling van 'tijdelijke hulpmarkten' in de verschillende windstreken van de stad (Mosplein, Stadionplein, etc.) dient om de voedselvoorziening te spreiden en tegelijkertijd beheersbaar te houden.
* Bureaucratisering: Handelaren moeten zich registreren via aanvraagformulieren om op 'verdeellijsten' te komen, een methode om ongewenste handelaren (bijvoorbeeld Joodse ondernemers buiten de aangewezen gebieden) uit te sluiten. De datum van maart/april 1942 is cruciaal. Nederland is op dat moment bijna twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste aan voedsel nam toe, waardoor de bezetter en de collaborerende overheid de distributie steeds strakker reguleerden.
Bijzonder tekenend in dit document is het expliciete onderscheid in punt b tussen de "algemeene dagmarkten" en de "Joodsche markten" (Gaaspstraat, Joubertstraat en Waterlooplein). In de loop van 1941 waren Joodse burgers door de bezetter steeds meer geïsoleerd van het openbare leven. Zij mochten alleen nog op speciaal aangewezen markten kopen en verkopen. Dit document illustreert hoe de bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter naadloos integreerde in de dagelijkse economische voorschriften. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een orgaan dat onder toezicht stond van het Departement van Landbouw en Visscherij, dat tijdens de bezetting volledig gelijkgeschakeld was met de Duitse belangen.
Samenvatting
Dit document is een administratieve verordening die de vishandel in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog aan strikte banden legt. De kern van de maatregel is centralisatie: alle vis die voor de stad bestemd is, moet via de Gemeentelijke Visafslag lopen om daar onder toezicht van de 'Nederlandsche Visscherijcentrale' te worden verdeeld.
Kernpunten in de tekst:
* Distributiesysteem: Er is sprake van 'verdeelvisch', wat duidt op een rantsoeneringssysteem waarbij de overheid bepaalt wie wat mag kopen en verkopen.
* Inperking verkoopvrijheid: Verkoop aan huis of op bestelling wordt verboden. De handel wordt geconcentreerd op specifieke, controleerbare locaties (winkels en markten).
* Ruimtelijke ordening: De instelling van 'tijdelijke hulpmarkten' in de verschillende windstreken van de stad (Mosplein, Stadionplein, etc.) dient om de voedselvoorziening te spreiden en tegelijkertijd beheersbaar te houden.
* Bureaucratisering: Handelaren moeten zich registreren via aanvraagformulieren om op 'verdeellijsten' te komen, een methode om ongewenste handelaren (bijvoorbeeld Joodse ondernemers buiten de aangewezen gebieden) uit te sluiten.
Historische Context
De datum van maart/april 1942 is cruciaal. Nederland is op dat moment bijna twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste aan voedsel nam toe, waardoor de bezetter en de collaborerende overheid de distributie steeds strakker reguleerden.
Bijzonder tekenend in dit document is het expliciete onderscheid in punt b tussen de "algemeene dagmarkten" en de "Joodsche markten" (Gaaspstraat, Joubertstraat en Waterlooplein). In de loop van 1941 waren Joodse burgers door de bezetter steeds meer geïsoleerd van het openbare leven. Zij mochten alleen nog op speciaal aangewezen markten kopen en verkopen. Dit document illustreert hoe de bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter naadloos integreerde in de dagelijkse economische voorschriften. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een orgaan dat onder toezicht stond van het Departement van Landbouw en Visscherij, dat tijdens de bezetting volledig gelijkgeschakeld was met de Duitse belangen.