Handgeschreven brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (administratieve correspondentie). 27 augustus 1942 (verzonden), 28 augustus 1942 (ingekomen stempel). J. Klaber, Retiefstraat 56 II, Amsterdam. [Stempel rechtsboven:]
№ 60/W20/1 M. 1942 28/8
a’dam 27/8 1942
den WelEd. Heer Directeur
van het Marktwezen
alhier
Geachte Heer
In opdracht van den
marktmeester van de markt in de
Joubertstraat, waar ik sta op plaats
34 deel ik U mede, dat ik d.d. 27/7 ’42
getrouwd ben met Mej: Rosette Barend
geb. a’dam 10/11 ’97. Een foto van
mijn vrouw sluit ik hierin.
Hoogachtend
J Klaber
Retiefstraat 56 II
[Kanttekeningen onderaan:]
gep. op div.
31/8 ’42 H.G.
H. Rens,
ter kennisneming.
foto voor stamkaart aanw. Waterlooplein.
mut. 31/8 ’42
[Linksonder in blauwe inkt:]
Kennis genomen
J. Berg
pl. no 41
[Rechtsonder:]
Onbergen (?)
1/9 ’42 * Inhoud: De brief is geschreven door Joseph Klaber, een marktkoopman die een staanplaats (nummer 34) had op de markt in de Joubertstraat. Hij meldt zijn huwelijk met Rosette Barend, dat een maand eerder plaatsvond, en voegt een foto van haar toe. Dit gebeurt op instructie van de marktmeester, waarschijnlijk om de administratieve gegevens (de zogenaamde 'stamkaart') van de vergunninghouder bij te werken.
* Vorm: Het document is geschreven op gelinieerd papier in een net handschrift. De aanwezigheid van meerdere stempels, parafen en data onderaan toont aan dat de brief door verschillende ambtelijke afdelingen van de Dienst van het Marktwezen is gegaan.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en zakelijk ("WelEd. Heer", "deel ik U mede", "sluit ik hierin"), passend bij de tijd en de hiërarchische verhouding tussen de burger en de gemeentelijke instantie. * Historische periode: De brief dateert van augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een cruciale en vreselijke periode, zeker voor de Joodse bevolking van Amsterdam.
* Specifieke context (Joodse Markten): Sinds 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog handelen op speciaal aangewezen "Joodse markten". De markt in de Joubertstraat (in de Transvaalbuurt) en de markt op het Waterlooplein waren dergelijke locaties. De vermelding van de "stamkaart" en de locaties in de brief bevestigen dat dit onderdeel was van de verscherpte administratieve controle op Joden door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke diensten.
* Persoonlijke context: Uit historische bronnen (zoals het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap) blijkt dat Joseph Klaber en Rosette Barend inderdaad op 27 juli 1942 in het huwelijk traden. Het is wrang om te zien dat zij op dat moment, terwijl de deportaties naar de concentratiekampen al in volle gang waren, nog voldeden aan de bureaucratische eisen van het marktwezen. Tragisch genoeg zijn zowel Joseph Klaber als Rosette Barend-Barend in 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Deze brief is daarmee een aangrijpend 'papierenspoor' van hun leven kort voor hun deportatie.