Handgeschreven brief (verzoekschrift aan een gemeentelijke instantie, waarschijnlijk de Marktdienst).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift aan een gemeentelijke instantie, waarschijnlijk de Marktdienst). 2 september 1942. H. Overste, woonachtig aan de N. Achtergracht 81 II, Amsterdam. № 104/30/I M. 1942 5/9 [Stempel/notatie linksboven]
3 \ [Notatie rechtsboven]
Amsterdam 2 - 9 - 1942
M.
Met deze verzoek ik u, mij vrijstelling te geven
van ~~-~~ mijn plaats in de Jod bertstraat.
Daar ik 3 Sept vertrek naar het R.W.K.
Molengoot Hardenberg.
In afwachting, een gunstig antwoord, van u
te mogen ontvangen teeken ik
Hoogachtend
H. Overste
N. Achtergracht 81 II
Afdeling C.
[Handgeschreven ambtelijke kanttekening:]
Plaats kan slechts worden gehandhaafd,
indien echtgenote persoonlijk van plaats
gebruik gaat maken.
Modelbriefje. [Initialen/Handtekening] 10/9 '42
[Rode inkt:] 104/30/I
[Paars stempel onderaan:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening: de Haan] * Inhoud: De brief is een dringend verzoek van H. Overste om een "vrijstelling" voor zijn marktplaats. Hij kan deze niet meer bemannen omdat hij de volgende dag (3 september 1942) moet vertrekken naar een werkkamp.
* Locatie markt: De schrijver spelt de straatnaam als "Jod bertstraat", wat vrijwel zeker een verschrijving is van de Jodenbreestraat, een hart van de Joodse markt in Amsterdam.
* Bestemming: Hij vermeldt het R.W.K. Molengoot (Rijkswerkkamp) bij Hardenberg. Dit was een van de kampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming die in 1942 werden gebruikt om Joodse mannen te isoleren voordat ze naar kamp Westerbork werden gedeporteerd.
* Ambtelijke reactie: De reactie onderaan de brief, gedateerd op 10 september (een week na zijn vertrek), is strikt bureaucratisch. De marktplaats blijft alleen behouden als zijn vrouw de kraam persoonlijk overneemt. Er wordt verwezen naar een "Modelbriefje".
* Toon: De brief is geschreven in een formele, bijna onderdanige toon, typerend voor de manier waarop burgers in die tijd met de autoriteiten communiceerden, ondanks de dreigende situatie. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de zomer van 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor werkkampen in Nederland. Hoewel deze kampen aanvankelijk werden gepresenteerd als werkgelegenheidsprojecten, fungeerden ze als verzamelplaatsen voor de deportatie naar de vernietigingskampen in het oosten.
In oktober 1942 (slechts een maand na deze brief) werden de meeste van deze kampen, waaronder Molengoot, ontruimd en werden de mannen naar Westerbork afgevoerd. De nuchtere ambtelijke notitie over de overname van de marktplaats door de echtgenote negeert de totale ontwrichting van het gezinsleven en de naderende deportatie van de achterblijvers. De afzender, Heiman Overste, is volgens archiefgegevens van de Oorlogsgravenstichting in 1943 in Sobibor vermoord. H. Overste M.