Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart of kort schrijven).
Origineel
Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart of kort schrijven). 5 september 1942. J. Bril (vermoedelijk een zoon of dochter van de genoemde S. Bril). Amsterdam - 5 Sept. 1942
M. H.
In bezit van Uw schrijven d.d. 4-9-'42
betreffende niet-betaling van
marktgeld voor de standplaats
Joubertstraat, deel ik U mede
dat mijn Vader, de Heer S. Bril,
zich momenteel in een werk-
kamp bevindt.
Hoogachtend
[Handtekening: J. Bril] De brief is een zakelijke reactie op een schrijven (waarschijnlijk een aanmaning) van een gemeentelijke instantie over achterstallig marktgeld voor een standplaats in de Joubertstraat te Amsterdam. De afzender legt formeel uit dat de betalingsplichtige, Salomon Bril, niet in staat is te betalen omdat hij zich in een "werkkamp" bevindt. De toon van de brief is opvallend neutraal en bureaucratisch, wat de tragische werkelijkheid van die tijd onderstreept: terwijl families uit elkaar werden gerukt door deportaties, liep de administratie van het dagelijks leven (zoals marktgelden) gewoon door. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische sporen die de Holocaust heeft nagelaten. In september 1942 waren de deportaties van Joodse Amsterdammers in volle gang. De "werkkampen" waar in de brief naar verwezen wordt, waren vaak de Nederlandse kampen die door de bezetter werden gebruikt als verzamelplaatsen voor transport naar de vernietigingskampen in het Oosten.
Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Salomon Bril (geboren op 13 januari 1888) een koopman was die woonde aan de Joubertstraat 12-II in Amsterdam. Hij werd kort na het schrijven van deze brief gedeporteerd en is op 22 oktober 1942 vermoord in Auschwitz. De brief toont aan hoe familieleden in Amsterdam probeerden de lopende zaken van hun weggevoerde verwanten af te wikkelen, terwijl zij zelf in groot gevaar verkeerden. H.
Samenvatting
De brief is een zakelijke reactie op een schrijven (waarschijnlijk een aanmaning) van een gemeentelijke instantie over achterstallig marktgeld voor een standplaats in de Joubertstraat te Amsterdam. De afzender legt formeel uit dat de betalingsplichtige, Salomon Bril, niet in staat is te betalen omdat hij zich in een "werkkamp" bevindt. De toon van de brief is opvallend neutraal en bureaucratisch, wat de tragische werkelijkheid van die tijd onderstreept: terwijl families uit elkaar werden gerukt door deportaties, liep de administratie van het dagelijks leven (zoals marktgelden) gewoon door.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische sporen die de Holocaust heeft nagelaten. In september 1942 waren de deportaties van Joodse Amsterdammers in volle gang. De "werkkampen" waar in de brief naar verwezen wordt, waren vaak de Nederlandse kampen die door de bezetter werden gebruikt als verzamelplaatsen voor transport naar de vernietigingskampen in het Oosten.
Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Salomon Bril (geboren op 13 januari 1888) een koopman was die woonde aan de Joubertstraat 12-II in Amsterdam. Hij werd kort na het schrijven van deze brief gedeporteerd en is op 22 oktober 1942 vermoord in Auschwitz. De brief toont aan hoe familieleden in Amsterdam probeerden de lopende zaken van hun weggevoerde verwanten af te wikkelen, terwijl zij zelf in groot gevaar verkeerden.