Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 19 september 1942 (geschreven), 23 september 1942 (behandeld). Mevrouw B. Noit, Tom Viljoenstraat 19 III, Amsterdam. De Directeur van het Amsterdamsch Marktwezen. [Linksboven, stempel/schrif:]
№ 104/34/1 M. 1942 21/9
[Rechtsboven:]
55
19/9 '42.
[Paraaf]
[Hoofdtekst:]
Aan den Heer Directeur Amsterdamsch Marktwezen.
naar aanleiding Uwer aanmaning betreffende 3 weken schuld van mijn man’s standplaats Joubertstraat, moet ik U tot mijn leedwezen mededeelen dat mijn man reeds een paar weken in een werkkamp zit, zonder dat ik eenige uitkeering krijg, reden waarom ik tot mijn spijt niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Hopende dat U alsnog de intrekking vergunning vaste standplaats kan voorkomen. verblijf ik inmiddels
Hoogachtend
Mevr: B. Noit. Adres.
Tom Viljoenstraat 19 III
[Linksonder:]
Standplaats
S. Noit. Bm. Viljoenstr: 19 III
Joubertstraat.
[Rechtsonder, in ander handschrift/rood potlood:]
104/34/2
Plaats moet worden ingetrokken, tenzij echtgen. [echtgenoote] persoonlijk gebruik gaat maken.
mededeelingsbriefje.
23-9-’42
[Handtekening] De brief is geschreven door een vrouw wiens man een marktkoopman was met een vaste standplaats in de Joubertstraat. Zij reageert op een aanmaning voor drie weken achterstallig staangeld. De reden voor de wanbetaling is schrijnend: haar echtgenoot is weggevoerd naar een "werkkamp". Omdat zij geen uitkering ontvangt, kan zij de schuld niet voldoen. Zij verzoekt de directeur om de vergunning voor de standplaats niet in te trekken.
De ambtelijke reactie onderaan de brief is zakelijk en onverbiddelijk: de standplaats moet worden ingetrokken, tenzij de echtgenote de plek zelf gaat innemen. Er is geen sprake van coulance vanwege de oorlogsomstandigheden. Dit document stamt uit september 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland. De locaties (Joubertstraat en Tom Viljoenstraat) liggen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de Joodse wijken.
De term "werkkamp" verwijst in deze context naar de werkkampen van de Joodse Werkverruiming. Vanaf begin 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor deze kampen in Nederland. In de herfst van 1942 (rond de datum van deze brief) werden deze kampen door de nazi's ontruimd en de mannen weggevoerd naar Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het Oosten.
De brief illustreert de dubbele tragiek: terwijl families uiteen werden gerukt en mannen naar kampen werden gestuurd, bleef het Nederlandse bureaucratische apparaat (zoals het Marktwezen) gewoon functioneren en hield men vast aan regels en betalingen, wat vaak leidde tot het definitieve verlies van bezit en middelen van bestaan voor de achterblijvers. B. Noit S. Noit Marktwezen