Pagina uit een officiële circulaire (pagina 3).
Origineel
Pagina uit een officiële circulaire (pagina 3). 30 januari 1942. Rb.V.V.O. -3- Circulaire no.35/'42 dd.30/1/'42.
| IA | A | B | ||
|---|---|---|---|---|
| Kroetappelen (zuur) | p.100 kg. | f.10.-- | ||
| " (zoet) | " 100 " | " 10.-- |
PEREN
| Groep | | | IA | A | B |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Groep I | Beurré d'Anjou enz. | " 100 " | f.62.-- | f.45.-- | " 24.-- |
| " II | Hardy | " 100 " | " 51.-- | " 38.-- | " 18.-- |
| " III | de Mérode | " 100 " | | " 35.-- | " 18.-- |
| IV | Overige soorten | " 100 " | | 24.-- | " 18.-- |
| Kroetperen | | " 100 " | | | " 10.-- |
VERDEELING VAN DEN AANVOER EN KWALITEITSVOORSCHRIFTEN:
Van alle hierna genoemde producten moeten, indien de aanvoer voldoen- de groot is om levering voor export en/of M.I.G. mogelijk te maken de erbij genoemde percentages voor bedoelde levering worden bestemd, t.w. van:
| Prei, selderij en peen | 65% |
| Uien | 60% |
| Roode-, Savoye- en witte kool, veldsla, koolrapen, koolrabi, spruitkool en schorseneeren | 50% |
Wanneer een voor het binnenland gereserveerd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export of voor levering M.I.G. te worden verladen.
APPELEN.
Alle appelen, behoudens die waarop door de Centrale ten behoeve van de ziekenhuizen beslag is gelegd, moeten voor het binnenland worden geveild. Appelen van den oogst 1941 met stip tot een oppervlakte aan rot van ten hoogste 1 CM2 mogen als "B" kwaliteit worden geveild.
WITTE KOOL.
Van den totalen aanvoer moet 50% voor export en 10% voor de versche binnenlandsche consumptie worden bestemd. De resteerende 40% alsmede al de afwijkende witte kool dient ter beschikking van de zuurkoolfabrikanten te worden gesteld.
Wanneer het binnenland of de fabrikant het hun toebedeelde percentage niet volledig afnemen, dan dient het restant voor export te worden verladen.
WITLOF.
Wij wijzen nog eens op de thans voorgeschreven sorteering van witlof n.l. sorteering I ten hoogste 15 stuks per kg.
" II meer dan 15 stuks per kg.
KOOLRAPEN.
Deze moeten geelvleezig, gaaf en onvertakt zijn, ontdaan van blad en grond. Het gewicht per stuk moet meer dan 3/4 kg. zijn.
PEEN ZONDER LOF.
Gebroken peen moet volgroeid zijn, terwijl er geen gebarsten, vertakte of houterige exemplaren in mogen voorkomen.
Onder sorteering A valt alleen de fijnere peen als "Amsterdamsche bak" en "Nantes".
Deze sorteering moet steeds schoongewasschen ter veiling worden aangevoerd.
Kleine peen van de grovere soorten moet als afwijkend van de C. sorteering worden geveild.
KNOLSELDERIJ.
Voor het binnenland mag de knolselderij met lof worden gewogen en geveild tegen de vastgestelde prijzen.
Van den totalen aanvoer dient het voor export bestemde percentage genomen te worden van de selderij zonder lof, aangezien dit lof bij export toch verloren zou gaan. * Economische sturing: Het document illustreert de totale controle van de bezetter en de Nederlandse autoriteiten op de voedselketen. Er is geen sprake van vrije marktwerking; prijzen, kwaliteitsnormen en de bestemming van de oogst worden centraal bepaald.
* Prioriteiten: Een groot deel van de aanvoer (50% tot 65%) is bestemd voor "export" of "M.I.G.". In de context van 1942 betekent export vrijwel uitsluitend levering aan nazi-Duitsland. De afkorting M.I.G. staat voor Militär-Intendantur-Gesandtschaft, de Duitse militaire organisatie die verantwoordelijk was voor de bevoorrading van de Wehrmacht.
* Schaarste: De gedetailleerde regels over rotplekjes op appelen (maximaal 1 cm²) en de verplichting om "afwijkende" kool aan zuurkoolfabrieken te leveren, tonen aan dat elk restje voedsel van waarde was en efficiënt benut moest worden.
* Terminologie: "Kroetperen" en "kroetappelen" zijn termen voor valfruit of fruit van mindere kwaliteit dat meestal voor verwerking (zoals stroop of sap) wordt gebruikt. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (Rb.V.V.O.) had de taak om de schaarse middelen zo goed mogelijk te beheren via distributie en prijsbeheersing.
Hoewel Nederland een agrarisch exportland was, leidde de bezetting tot grote tekorten in het binnenland omdat een substantieel deel van de productie direct naar Duitsland of het Duitse leger ging. In januari 1942, de datum van deze circulaire, was de beruchte Hongerwinter nog ver weg, maar de rantsoenering en de druk op de voedselvoorraden waren al zeer tastbaar voor de bevolking. Veilingen stonden onder streng toezicht van "De Centrale" om smokkel en de zwarte markt tegen te gaan.