Getypte circulaire (pagina 2 van een groter document).
Origineel
Getypte circulaire (pagina 2 van een groter document). Waarschijnlijk begin 1942 (verwijst naar een circulaire van 13 februari 1942). -2-
Uien, koolrapen en kroten (bieten).
Ook deze producten dienen wat het binnenlandsche gedeelte betreft, geheel ter beschikking gesteld te worden van het Bureau voor Groenten- en Fruitvoorziening. De wijze, waarop over deze producten zal worden beschikt, zal door dit Bureau nader bekend worden gemaakt. Voor hoeveelheden van minder dan 2500 kg. van elk dezer producten, verwijzen wij naar het gestelde onder sluitkool en peen.
Wij wijzen er nog eens met nadruk op, dat alle voor export vastgestelde percentages bij voldoenden aanvoer voor export moeten worden beschikbaar gesteld en dat deze percentages berekend moeten worden van den geheelen aanvoer.
Overigens blijven de bepalingen in onze circulaire no. 53/'42 van 13 Februari j.l. van kracht met uitzondering van het voor appelen bepaalde. Dit wordt gelezen als volgt:
"Appelen van den oogst 1941, met stip tot de volgende oppervlakten aan rot mogen als "B" kwaliteit worden geveild, te weten:
Appelen met een doorsnede tot 60 mm., oppervlakte rot 1 cm2
idem van 60-70 mm., " " 2 cm2
idem " 70 mm. en op, " " 3 cm2"
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
(Handtekeningen) Dit document is een ambtelijke mededeling die de strikte controle op de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog illustreert. De belangrijkste punten zijn:
- Centralisatie: Alle genoemde landbouwproducten moeten ter beschikking worden gesteld aan het 'Bureau voor Groenten- en Fruitvoorziening'. Dit wijst op een centraal geleide economie waarbij de vrije markt volledig was uitgeschakeld ten gunste van staatsdistributie.
- Exportprioriteit: Er wordt expliciet herinnerd aan de exportpercentages. In de context van 1942 betekende dit hoofdzakelijk gedwongen export naar nazi-Duitsland.
- Kwaliteitsverlaging: De passage over de appelen uit de oogst van 1941 is veelzeggend. Door de schaarste werden de kwaliteitseisen verlaagd: appelen met een aanzienlijke plek rot (tot 3 cm²) mochten nog steeds als "B-kwaliteit" worden geveild voor menselijke consumptie. Dit duidt op een poging om elke mogelijke calorie in de voedselketen te houden. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een door de bezetter gecontroleerde organisatie die toezicht hield op de productie, veiling en distributie van tuinbouwproducten.
In 1942 nam de schaarste in Nederland toe en werd het distributiestelsel steeds complexer en dwingender. De Duitse bezetter eiste een groot deel van de Nederlandse oogst op voor de eigen bevolking en de Wehrmacht (de zogenaamde 'Ausfuhr'). De bepalingen over de rotte plekken op appelen laten zien hoe precair de voedselvoorraad was geworden; producten die in vredestijd als afval of veevoer zouden worden beschouwd, werden nu nauwkeurig gecategoriseerd voor de verkoop.