Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 613
Dossier 1
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

5 mei 1942.

Origineel

5 mei 1942. DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ

5 Mei 1942
No. 10761

Rijksbureau voor de Voedsel- Bijlage bij stencil Nr. 187/'42.
voorziening in Oorlogstijd.
Afdeeling Algemeene Zaken.

DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ;

Gelet op het Voedselvoorzieningsbesluit en in overeenstemming met de §§ 2 en 3 van de Verordening No. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied;

HEEFT GOEDGEVONDEN TE BEPALEN:

Artikel 1.
Dit besluit neemt over de terminologie van artikel 1, onder 3e en 4e, van het Tuinbouwafzetbesluit en verstaat voorts onder:
1e "Centrale": de Stichting Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, gevestigd te 's-Gravenhage;
2e "product(en)": elk voor consumptie geschikt gewas.

Artikel 2.
De aangeslotene E, in deze hoedanigheid ingedeeld uitsluitend in de groep kleinhandelaren, die producten ter veiling koopt, is verplicht ten behoeve van het Landbouw-Crisisfonds, bedoeld in artikel 2 van de Landbouw-Crisiswet 1933, aan de Centrale, als vertegenwoordigende evengenoemd fonds, over alle door hem ter veiling gekochte producten een bedrag te betalen overeenkomend met acht ten honderd van den inkoopprijs van het product, zulks met een minimum van f. 0,65 per 100 kg indien per kg wordt geveild en van f. 0.35 per 100 stuks indien per stuks wordt geveild.

Artikel 3.
De betaling van de bedragen, bedoeld in artikel 2, moet geschieden:
a. aan de veiling of den veilinghouder, over wie(n) de aangeslotene E, bedoeld in artikel 2, de producten heeft gekocht, ten behoeve van de Centrale;
b. vóór de inontvangstname van de desbetreffende producten.

Artikel 4.
Aan aangeslotenen G is het verboden producten aan aangeslotenen E, bedoeld in artikel 2, af te leveren tenzij de aangeslotene E aan den aangeslotene G over de gekochte producten heeft betaald het bedrag der heffing bedoeld in artikel 2.

Artikel 5.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 4 Mei 1942 en kan worden aangehaald als "Tuinbouwheffingsbesluit 1942 I".

's-Gravenhage, 5 Mei 1942.
DE SECRETARIS-GENERAAL VOORNOEMD,
H.M. Hirschfeld. Dit document is een officieel besluit van het Nederlandse bestuur tijdens de Duitse bezetting. Het regelt een verplichte financiële afdracht (heffing) voor kleinhandelaren (aangeduid als "aangeslotene E") die groenten en fruit inkopen op de veiling.

De belangrijkste punten uit de regeling zijn:
* Financiële last: Er moet 8% van de inkoopprijs worden afgedragen aan het Landbouw-Crisisfonds, met vastgestelde minimumbedragen per gewicht of per stuk.
* Controlemechanisme: De betaling moet direct bij de veilinghouder plaatsvinden voordat de handelaar de producten fysiek in ontvangst mag nemen.
* Handhaving: Groothandelaren of producenten ("aangeslotenen G") mogen niet leveren aan kleinhandelaren als er geen bewijs is dat de heffing is voldaan.
* Juridische basis: Het besluit steunt op de vroege verordeningen van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) uit 1940, wat de onderschikkingsrelatie van het Nederlandse ambtenarenapparaat aan de bezetter illustreert. Het document dateert uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de controle over de Nederlandse voedselvoorziening volledig had gecentraliseerd. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd was verantwoordelijk voor de distributie en prijsbeheersing om te voorkomen dat er tekorten ontstonden (en om de export naar Duitsland te faciliteren).

De ondertekenaar, H.M. Hirschfeld, was een sleutelfiguur tijdens de bezetting. Als Secretaris-Generaal bleef hij aan om de Nederlandse economie en voedselvoorziening draaiende te houden. Zijn positie was controversieel: hij probeerde enerzijds de Nederlandse bevolking te behoeden voor honger door met de Duitsers te onderhandelen, maar moest anderzijds meewerken aan de Duitse economische eisen.

De verwijzing naar de Landbouw-Crisiswet van 1933 laat zien hoe instrumenten uit de economische crisis van de jaren '30 door de bezetter en het Nederlandse bestuur werden hergebruikt om de oorlogseconomie te reguleren. De "Stichting Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" fungeerde hierbij als het uitvoerende orgaan dat de markt beheerst.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van het Nederlandse bestuur tijdens de Duitse bezetting. Het regelt een verplichte financiële afdracht (heffing) voor kleinhandelaren (aangeduid als "aangeslotene E") die groenten en fruit inkopen op de veiling.

De belangrijkste punten uit de regeling zijn:
* Financiële last: Er moet 8% van de inkoopprijs worden afgedragen aan het Landbouw-Crisisfonds, met vastgestelde minimumbedragen per gewicht of per stuk.
* Controlemechanisme: De betaling moet direct bij de veilinghouder plaatsvinden voordat de handelaar de producten fysiek in ontvangst mag nemen.
* Handhaving: Groothandelaren of producenten ("aangeslotenen G") mogen niet leveren aan kleinhandelaren als er geen bewijs is dat de heffing is voldaan.
* Juridische basis: Het besluit steunt op de vroege verordeningen van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) uit 1940, wat de onderschikkingsrelatie van het Nederlandse ambtenarenapparaat aan de bezetter illustreert.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de controle over de Nederlandse voedselvoorziening volledig had gecentraliseerd. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd was verantwoordelijk voor de distributie en prijsbeheersing om te voorkomen dat er tekorten ontstonden (en om de export naar Duitsland te faciliteren).

De ondertekenaar, H.M. Hirschfeld, was een sleutelfiguur tijdens de bezetting. Als Secretaris-Generaal bleef hij aan om de Nederlandse economie en voedselvoorziening draaiende te houden. Zijn positie was controversieel: hij probeerde enerzijds de Nederlandse bevolking te behoeden voor honger door met de Duitsers te onderhandelen, maar moest anderzijds meewerken aan de Duitse economische eisen.

De verwijzing naar de Landbouw-Crisiswet van 1933 laat zien hoe instrumenten uit de economische crisis van de jaren '30 door de bezetter en het Nederlandse bestuur werden hergebruikt om de oorlogseconomie te reguleren. De "Stichting Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" fungeerde hierbij als het uitvoerende orgaan dat de markt beheerst.

Kooplieden in dit dossier 100

Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 80.00
Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 76.00
Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 72.--
Elisabeth Gobets - van Brink Waterlooplein " 14.40
ANDIJVIE (Glas). Waterlooplein " 24.00
ANDIJVIE (GLAS) Waterlooplein " 20.80
ANDIJVIE (GLAS). Waterlooplein " 26.40
B 51-200 gram ongewasschen Waterlooplein
BOSPEEN (GLAS). Waterlooplein " 24.00
GLASKOOLRABI (2-4 cm. Ø) Waterlooplein
GLASKOOLRABI. (2-4 cm. Ø) Waterlooplein
L. Blitz Waterlooplein " 24.--
J. Renz. Waterlooplein " 26.00
J. Renz. Waterlooplein " 25.00
J. Renz. Waterlooplein f. 31.--
J. Renz. Waterlooplein f. 35.50
J. Renz. Waterlooplein f.32.50
I boven 20 cm. over den kop gemeten Waterlooplein " 25.60
I boven 7 cm. ø Waterlooplein
I boven 7 cm. ø Waterlooplein
I boven 7 cm.ø Waterlooplein
I boven 7 cm. Ø Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51-200 gram, ongewasschen Waterlooplein
III " 10-16 cm. over den kop gemeten Waterlooplein " 12.80
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6