Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). J.W. Groenendijk, Govert Flinckstraat 288 II a, Amsterdam Zuid. [Bovenaan de pagina:]
№ 60/7/25/1 M. 1942 60/10 [onleesbaar]
Mijnheer
Ik heb u bericht ontvangen
en uit vernomen over een
standplaats in de Brakerstraat
Euterpestraat. Nu mijnheer ik
wil het liefst in aanmerking
komen voor de Albertcuypmarkt
want daar staan ik al
ongeveer tien jaar Ik heb nog
geen vaste plaats daar ik het
laatste jaar in de werkverschaffing
heb gezeten maar ik heb er
wel voor aangevraagd en hoop
dat ik daar ook een plaats
krijg want ik woon hier in de
buurt en zou niet graag ergens
anders een plaats willen hebben.
In afwachting
J W Groenendijk
Govert flinckstraat
No 288 II a
A dam Zuid
[Aantekeningen onderaan:]
D-57
huid
bonafide
kleine handelaar v.v.v.
107 In dit document verzoekt J.W. Groenendijk de betreffende instantie (vermoedelijk de marktwezen-administratie van de gemeente Amsterdam) om een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt.
Kernpunten uit de tekst:
* Voorgeschiedenis: De schrijver geeft aan al tien jaar op de Albert Cuypmarkt te staan, maar nog geen vaste plek te hebben.
* Werkverschaffing: De reden voor het ontbreken van een vaste plek is dat de schrijver het afgelopen jaar in de "werkverschaffing" heeft gezeten (een tewerkstellingsproject voor werklozen).
* Locatievoorkeur: Hij wijst een aangeboden plek in de Brakerstraat/Euterpestraat af, omdat hij in de Govert Flinckstraat woont (direct parallel aan de Albert Cuypstraat) en dus in de buurt van de Albert Cuypmarkt wil blijven.
* Beoordeling: Onderaan de brief is door een ambtenaar genoteerd dat het een "bonafide kleine handelaar" betreft, wat duidt op een positieve screening van zijn betrouwbaarheid als ondernemer. De brief dateert uit 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Amsterdamse markten was in dit jaar zeer beladen:
1. Segregatie: In 1941 en 1942 werden Joodse kooplieden verbannen van de reguliere markten (waaronder de Albert Cuyp) en gedwongen naar specifieke "Joodse markten". Dit opende plekken op de reguliere markten, maar zorgde ook voor een strengere administratieve controle op wie een vergunning kreeg.
2. Euterpestraat: De genoemde Euterpestraat (tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat) was berucht omdat hier het hoofdkwartier van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung en de SD was gevestigd. Het is opvallend dat deze straat hier als mogelijke standplaats wordt genoemd, wat suggereert dat er ook in die buurt (Amsterdam Zuid) markthandel werd georganiseerd of gereguleerd.
3. Werkverschaffing: De vermelding van de werkverschaffing illustreert de economische malaise van die tijd; veel Amsterdammers waren afhankelijk van door de overheid georganiseerde arbeidsprojecten voordat ze (weer) als zelfstandig handelaar aan de slag konden. J.W. Groenendijk Gemeente Amsterdam Marktwezen Zentralstelle