Archiefdocument
Origineel
9 oktober 1942 Amst., 9 October '42
Aan den Heer Directeur van
de Groente en Fruitcentrale
Heer Lopes de Leão laan 62
Den Haag
Mijnheer
Naar aanleiding van mijn brief
dd. 7 Oct 1942 betreffende instelling
van veiling commissies door
de prijsbeheersing te Amsterdam,
bericht ik U dat nog een
fondsbeshikking ten name
van Jan Jacobus Griffioen
is ingekomen en ik verzoek
U beleefd zijn punten op de
veiling op zijn naam weer
te laten schrijven.
J.J. Griffioen is gevestigd op
de Centrale Markt te Amsterdam,
pakhuis A1.
Hij heeft punten op de veilingen
Amsterdam - Geldermalsen -
Kesteren en Deventer.
en betrekt zijn groente en fruit door
commissionairs van de veilingen:
Naaldwijk - Com. H.v.d. Bos
Bunnik - " E. de Jong
Huissen - " G. Waten (Hoogvliet)
Jees. Dit document is een administratieve correspondentie uit de bezettingstijd (1942), waarin wordt gepleit voor de handelsrechten van Jan Jacobus Griffioen.
* Handelsbeperkingen: In oorlogstijd was de vrije handel aan banden gelegd. Handelaren hadden "punten" of quota nodig om te mogen inkopen op veilingen. Het verzoek om punten "weer op zijn naam te laten schrijven" suggereert dat deze rechten mogelijk waren ingetrokken of door een administratieve wijziging (de nieuwe veilingcommissies) in het gedrang waren gekomen.
* Geografie van de handel: De brief geeft een prachtig inkijkje in de logistiek van een groothandelaar uit die tijd. Hoewel Griffioen in Amsterdam op de Centrale Markt zat, kocht hij in via commissionairs op strategische veilingen in het land (het Westland/Naaldwijk voor groenten, en de Betuwe/Geldermalsen voor fruit).
* Bureaucratie: De brief verwijst naar de "Prijsbeheersing", de instantie die toezag op de maximale prijzen om inflatie en zwarte handel te voorkomen. De Groente en Fruitcentrale (GFC) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het centrale orgaan dat de distributie van tuinbouwproducten in Nederland controleerde. Onder de Duitse bezetting werd de export naar Duitsland geprioriteerd, waardoor er voor de Nederlandse bevolking tekorten ontstonden. Dit leidde tot een uiterst rigide systeem van vergunningen en toewijzingen. De adressering aan de Heer Lopes de Leão laan 62 in Den Haag is historisch correct; in deze straat (in de wijk Bezuidenhout) waren diverse bureaucratische instellingen van de Voedselvoorziening gevestigd. De brief toont hoe essentieel papieren en "beshikkingen" waren voor het voortbestaan van een onderneming in een gereguleerde oorlogseconomie. E. de Jong G. Waten J.J. Griffioen