Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie). 13 januari 1943. De Directeur (gezien het stempel vermoedelijk van het Rijksmuseum Amsterdam). De Heer Directeur van de Gemeente Musea, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam-Zuid. [Links boven:]
1/6/2 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 13/1
[Rechts boven:]
VB/SV
[Adresblok:]
den Heer Directeur van de
Gemeente Musea,
Paulus Potterstraat 13
Amsterdam-Zuid wijk 24
[Datum:]
13 Januari 1943.
[Inhoud:]
Hiermede bevestig ik de ontvangst van een
kaart van vrijen toegang tot de Gemeente Musea,
waarvoor ik U dank zeg.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Stempel rechtsonder, vaag:]
RIJKSMUSEUM
AMSTERDAM De brief is een korte, formele ontvangstbevestiging. De directeur van (zeer waarschijnlijk) het Rijksmuseum bedankt zijn ambtgenoot van de Gemeente Musea (waaronder destijds met name het Stedelijk Museum aan de Paulus Potterstraat viel) voor het toezenden van een vrijkaart. Dergelijke hoffelijkheden waren gebruikelijk tussen directeuren van grote culturele instellingen. Het taalgebruik is uiterst formeel ("vrijen toegang", "waarvoor ik U dank zeg"). De handgeschreven notitie "Verzonden 13/1" dient als administratieve controle dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is verstuurd. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden bleven de administratieve en professionele contacten tussen de Amsterdamse musea gehandhaafd. De "Gemeente Musea" op Paulus Potterstraat 13 verwijst naar het Stedelijk Museum, waar destijds het hoofdkantoor van de gemeentelijke museale dienst gevestigd was. De uitwisseling van toegangskaarten onderstreept de collegiale banden tussen het Rijksmuseum en de gemeentelijke instellingen in een periode waarin het culturele leven onder druk stond van de bezetter.
Samenvatting
De brief is een korte, formele ontvangstbevestiging. De directeur van (zeer waarschijnlijk) het Rijksmuseum bedankt zijn ambtgenoot van de Gemeente Musea (waaronder destijds met name het Stedelijk Museum aan de Paulus Potterstraat viel) voor het toezenden van een vrijkaart. Dergelijke hoffelijkheden waren gebruikelijk tussen directeuren van grote culturele instellingen. Het taalgebruik is uiterst formeel ("vrijen toegang", "waarvoor ik U dank zeg"). De handgeschreven notitie "Verzonden 13/1" dient als administratieve controle dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is verstuurd.
Historische Context
Het document dateert uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden bleven de administratieve en professionele contacten tussen de Amsterdamse musea gehandhaafd. De "Gemeente Musea" op Paulus Potterstraat 13 verwijst naar het Stedelijk Museum, waar destijds het hoofdkantoor van de gemeentelijke museale dienst gevestigd was. De uitwisseling van toegangskaarten onderstreept de collegiale banden tussen het Rijksmuseum en de gemeentelijke instellingen in een periode waarin het culturele leven onder druk stond van de bezetter.