Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 december 1942 (ontvangen 4 januari 1943). Mevrouw de weduwe Tj. van der Wanten-Noordergraaf. De Inspecteur van de Voedselvoorziening te Amsterdam. Amsterdam 29 Dec: '42
Aan den Heer Inspecteur
van de voedselvoorziening
te Amsterdam
Weled: Heer,
Ondergetekende Mejufvr: wed:
Tj. v. d. Wanten-Noordergraaf, geeft beleefd
te kennen:
Dat zij haar wintervoorraad aardappelen
op te daar voor verstrekten bonnen heeft
ingeslagen, maar dat deze aardappelen
zoo slecht zijn dat er 3/4 gedeelte niet
van te eten zijn, wegens ziekte en afval.
Ik heb mij tot de handelaar gewend,
C. Ravensbergen, Halmaheirastr: 6, om
vergoeding voor de zieke aardappelen, maar
hij zei dat hij daar niets aan doen kon
en 15 mud gekocht had, maar deze h.l.
even goed moest accepteren. Deze aard-
appelen zijn gekocht door de handelaar op
22 Dec: 42, onder erk: no 17270.
Zou het nu niet mogelijk zijn Weled Heer
dat ik mijn schade vergoed kon krijgen?
Ik kom nu ruim te kort aan mijn rantsoen
en weet anders geen raad. Ik ben weduwe met
een inkomen van 10 = gulden per week, dus ik kan
geen tegenslag hebben. Hopende dat U Edll er * Kern van het beklag: De schrijfster heeft haar wintervoorraad aardappelen gekocht met de daarvoor bestemde distributiebonnen, maar driekwart van de levering blijkt onbruikbaar door ziekte en rot ("afval").
* Belemmering: De handelaar (C. Ravensbergen) weigert compensatie omdat hij zelf door de groothandel/overheid gedwongen werd deze inferieure partij van 15 mud te accepteren.
* Persoonlijke omstandigheden: De afzender benadrukt haar kwetsbare positie als weduwe met een zeer laag inkomen van slechts 10 gulden per week. Het verlies van de aardappelen betekent een direct tekort op haar noodzakelijke voedselrantsoen.
* Terminologie:
* Mud: Een volumemaat (destijds meestal gelijk aan 100 liter of circa 70 kg aardappelen).
* Erk: no: Erkenningsnummer van de betreffende partij of handelaar.
* Wintervoorraad: In de oorlogstijd kregen burgers de mogelijkheid om in één keer een grotere hoeveelheid aardappelen in te slaan voor de wintermaanden. Dit document stamt uit de winter van 1942-1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via een distributiesysteem met bonnen. Naarmate de oorlog vorderde, nam de kwaliteit van het beschikbare voedsel af en nam de schaarste toe.
Brieven zoals deze zijn typerend voor de burgerlijke correspondentie met de 'Rijksinspectie van de Voedselvoorziening'. Voor burgers met een smalle beurs, zoals deze weduwe, was de wintervoorraad essentieel om te overleven. Het feit dat de handelaar "niets kon doen" omdat hij de partij zelf zo moest accepteren, wijst op de gebrekkige controle en de druk hogerop in de voedselketen tijdens de bezettingsjaren. De brief eindigt abrupt onderaan de pagina, wat suggereert dat er een tweede blad was of dat de groet op de achterzijde stond. C. Ravensbergen