Huurovereenkomst (typewerk op papier).
Origineel
Huurovereenkomst (typewerk op papier). Op heden den Maart negentien honderd vier en veertig
heeft de gemeente Amsterdam verhuurd aan het Plaatselijk Verkoop-
kantoor der Vobena te Amsterdam, die erkent van haar te huren de
hem volkomen bekende aardappelhutten op de Centrale Markt te Amsterdam;
geschiedende deze verhuring voor den tijd van één jaar, gerekend
te zijn ingegaan den 1sten Januari negentien honderd en vier en
veertig en mitsdien eindigende den 31sten December negentien
honderd en vier en veertig, tegen een huurprijs van f 17.280
(zeventien duizend twee honderd tachtig gulden), zullende de huur
verschuldigd zijn bij vooruitbetaling in maandelijksche, gelijke
termijnen, vervallende de eerste termijn bij de onderteekening
van deze overeenkomst en zoo vervolgens elke termijn op den eer-
sten der volgende maand; alle termijnen te voldoen ten kantore
van den dienst van het Marktwezen of door overschrijving op
rekening No.74 van het bedrijf der Centrale Markt bij het Gemeen-
telijk Girokantoor.
Deze huur en verhuur geschiedt voorts onder de navolgende
voorwaarden:
Artikel 1.
De Verordening op de heffing en op de invordering van markt-,
standplaats- en ventgelden en de Verordening op den dienst van het
Marktwezen, benevens het Reglement op de Centrale Markt, zooals deze
Verordeningen en dat Reglement thans luiden, benevens de eventueele
wijzigingen, die daarin nog zullen worden aangebracht, zijn op deze
overeenkomst van toepassing. De huurder kan aan deze overeenkomst
geen rechten ontleenen, die met vorenbedoelde Verordeningen en met
vorenbedoeld Reglement in strijd zijn.
Artikel 2.
De huurder aanvaardt het gehuurde in den staat, waarin het
zich bij den aanvang der huur bevindt en verplicht zich het uit-
sluitend te gebruiken voor den opslag van aardappelen.
Het is den huurder niet geoorloofd eenige verandering in het
gehuurde aan te brengen, zonder voorafgaande goedkeuring van den
Burgemeester.
Artikel 3.
De huurder mag, zonder schriftelijke toestemming van den Bur-
gemeester het gehuurde niet geheel of gedeeltelijk aan anderen
verhuren of in gebruik geven.
Artikel 4.
De huurder is aansprakelijk voor alle schade, die aan het
gehuurde wordt toegebracht en is verplicht het bedrag dier schade
op aanschrijving van verhuurster onmiddellijk te voldoen, tenzij
hij bewijst, dat de schade niet door nalatigheid of gebrek aan
toezicht zijnerzijds is veroorzaakt.
Artikel 5.
De huurder is verplicht te allen tijde toegang te verleenen
tot het gehuurde aan het personeel der Gemeentediensten, die heb-
ben te zorgen voor het in goeden staat houden van het gehuurde en
van hetgeen van Gemeentewege is aangelegd, alsmede aan de Politie
en de Brandweer, mits de betreffende personen zich behoorlijk
legitimeeren.
C.S. Stadhuis.
A'dam, 3-'44. Dit document is een formele huurovereenkomst tussen de gemeente Amsterdam en de Vobena (Verkooporganisatie voor Binnenlandsche Aardappelen). De kern van de overeenkomst is het huren van specifieke opslagruimtes ("aardappelhutten") op het terrein van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam).
Opvallend is de hoge huursom van 17.280 gulden voor één jaar, wat in 1944 een aanzienlijk bedrag was. De voorwaarden zijn strikt: de ruimtes mogen uitsluitend voor aardappelen worden gebruikt en de gemeente behoudt te allen tijde het recht op toegang voor controle en onderhoud. De juridische taal is kenmerkend voor de periode, met gebruik van de naamval "den" en verouderde spelling ("maandelijksche", "onderteekening"). Het document dateert uit maart 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt was in deze periode cruciaal voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De Vobena was een organisatie die onder toezicht van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening een centrale rol speelde in de handel en distributie van aardappelen, die een van de belangrijkste basisvoedingsmiddelen waren tijdens de oorlogsjaren.
De verwijzing naar "den Burgemeester" betreft in dit tijdsgewricht de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucreatie en de gereguleerde voedseldistributie bleven doorfunctioneren onder de moeilijke omstandigheden van de bezettingstijd.