Zakelijke brief (verzoekschrift).
Origineel
Zakelijke brief (verzoekschrift). 9 maart 1943. Fr. Knuth, Blouses- en Japonnenfabriek ("in het betere genre"). Centraal Distributiekantoor, Amstel 1, Amsterdam. [Briefhoofd]
No. 3/17
C.C. 1943 11/3 [stempel]
Fr. Knuth
Blouses-en Japonnenfabriek in het betere genre
LUTMASTRAAT 191-197 AMSTERDAM-Z.
TELEFOON 27369 POSTGIRO : 193510
BANKIERS : NED. HANDELS MIJ. N.V. RIJNSCHE HANDELSBANK
TELEGRAMADRES : „DALUMA”
TD.,br.
AMSTERDAM, 9 Maart 1943
Centraal Distributiekantoor
Amstel 1
AMSTERDAM
[Handgeschreven linksboven]
Verdeelcommissie?
[Stempel links midden]
11 MAART 1943
[Body tekst]
Mijne Heeren,
Wij brengen hiermede beleefd onder Uw aandacht, dat in ons bedrijf sinds eenige weken de 53-urige werkweek is ingesteld, waardoor ons personeel thans aanmerkelijk langer van huis is dan vroeger.
Het zal U duidelijk zijn dat dit een groot bezwaar vormt voor de getrouwde dames welke bij ons werkzaam zijn, aangezien het hun thans onmogelijk geworden is, overdag de aardappelen en groenten voor hun gezin te kunnen koopen.
Aangezien wij een vrij groot aantal getrouwde dames in dienst hebben, zijn wij zoo vrij, U te verzoeken, ons een vergunning te willen verleenen tot aankoop van aardappelen en groenten, welke dan door de betreffende personen bij een dicht bij onze fabriek gelegen groentezaak kunnen worden afgehaald.
Wij maken U er tevens op attent, dat ons bedrijf zeer druk bezet is met orders voor de Duitsche Verlagerung, t.w. voor de door bombardementen getroffen gebieden in Deutschland.
Wij vertrouwen dat U ons in dezen Uw medewerking wilt verleenen en zien Uw gunstig antwoord met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Damesconfectiefabriek Fr. Knuth
[Handtekening: Fr. Knuth]
[Handgeschreven kanttekening links onder]
Hiermede wordt blijkbaar bedoeld een toewijzing op een veiling gelijk dit ook wel bestaat voor instellingen.
De firma zal dit dus moeten aanvragen bij de Groente- Fruitcentrale waarop wel geen gunstige beslissing zal komen.
[Paraaf] In deze brief verzoekt de directie van de Amsterdamse japonnenfabriek Fr. Knuth om een speciale vergunning voor haar personeel. Vanwege de verlenging van de werkweek naar 53 uur hebben de getrouwde vrouwelijke werknemers geen tijd meer om tijdens de reguliere openingstijden van winkels noodzakelijke levensmiddelen (aardappelen en groenten) te kopen.
Opvallend is dat de fabriek haar verzoek kracht bijzet door te wijzen op hun werk voor de "Duitsche Verlagerung". Dit hield in dat zij kleding produceerden voor Duitse burgers die door geallieerde bombardementen hun bezittingen waren kwijtgeraakt. Door hun belang voor de Duitse oorlogseconomie te benadrukken, hoopte de directie waarschijnlijk sneller medewerking te krijgen van het distributiekantoor.
De handgeschreven kanttekening onderaan de brief toont de ambtelijke reactie: de ambtenaar vermoedt dat de firma een directe toewijzing via een veiling wil (zoals voor ziekenhuizen of kazernes), maar verwacht dat dit verzoek zal worden afgewezen door de Groente- en Fruitcentrale. Dit document is een treffend voorbeeld van de dagelijkse overlevingsstrategieën tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945).
- Arbeidstijden: Gedurende de oorlog werden de werkuren in de industrie drastisch verhoogd om aan de Duitse eisen te voldoen. Een 53-urige werkweek was fysiek zwaar en liet weinig ruimte over voor huishoudelijke taken in een tijd van schaarste.
- Schaarste en Distributie: Voedsel was op de bon en de verkrijgbaarheid van verse producten was grillig. Lange rijen bij winkels waren gebruikelijk; wie pas na werktijd kon winkelen, vond vaak lege schappen.
- Verlagerung: Dit was een beleid waarbij Duitse civiele orders werden verplaatst naar bedrijven in bezette gebieden om de eigen Duitse industrie te ontlasten of omdat fabrieken in Duitsland gebombardeerd waren. Veel Nederlandse textielbedrijven werden gedwongen hieraan mee te werken om sluiting of deportatie van personeel (Arbeitseinsatz) te voorkomen.
- Vrouwenarbeid: Hoewel het destijds nog niet de norm was dat getrouwde vrouwen buitenshuis werkten, was dit tijdens de oorlogsjaren vaak een bittere noodzaak om het gezinsinkomen aan te vullen of om gevrijwaard te blijven van andere dwingende maatregelen.