Dienstbrief van het Distributiekantoor Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van het Distributiekantoor Amsterdam. 17 maart 1943 (verzonden), 20 maart 1943 (ontvangen). De Chef van den Algemeenen Dienst, namens de Directeur van den Distributiedienst Amsterdam. Den Heer F. van Meurs, Stadhuis, Amsterdam. No. 8/17 C.C. 1943 15/3 [handgeschreven/stempel bovenaan]
DISTRIBUTIEKANTOOR AMSTERDAM
Amstel 1 (Centrum), Telefoon 45182
Amsterdam,
17 Maart
194 3.
AD/174
Sp/RD/1528
Aan
den Heer F. van Meurs,
Stadhuis,
A M S T E R D A M . C .
No. 24/12/3 M. 1943 5/3 [paarse stempel met handgeschreven invulling]
Ontvangen 20/III -'43 [handgeschreven notitie rechts]
[Paraaf]
Ingesloten gelieve U een door mij ontvangen schrijven van de firma Fr. Knuth aan te treffen. Ik verzoek U de behandeling hiervan te willen overnemen.
DE DIRECTEUR VAN DEN DISTRIBUTIEDIENST,
voor dezen,
De Chef van den Algemeenen Dienst,
[Handtekening: H.C. Andersen]
Bijlage:
1 schrijven van de
Fa. Knuth, d.d. 9 Maart
1943
[Onderaan links:]
Stadsdrukkerij Amsterdam
16860-8-42-25.000 Dit document fungeert als een administratief geleidebiljet. Het Distributiekantoor Amsterdam draagt hiermee een dossier of specifiek verzoek van een externe partij (de firma Fr. Knuth) over aan de centrale gemeentelijke administratie in het Stadhuis. De ontvanger, de heer F. van Meurs, was een bekende ambtenaar bij de gemeente Amsterdam die betrokken was bij de distributievoorziening.
De brief toont de strikte bureaucratische processen van die tijd. Elk document werd voorzien van meerdere referentienummers en stempels om de informatiestroom binnen de gemeentelijke diensten te beheersen. De handgeschreven notitie "Ontvangen 20/III -'43" geeft aan dat de interne post tussen het kantoor aan de Amstel en het Stadhuis drie dagen onderweg was. De ondertekenaar, H.C. Andersen, tekent in naam van de directeur, wat gebruikelijk was voor de Chef van de Algemene Dienst bij routinezaken. De datum, maart 1943, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het Distributiekantoor was in deze jaren een van de belangrijkste en meest gevoelige overheidsinstellingen. Door de schaarste aan vrijwel alle eerste levensbehoeften (voedsel, kleding, brandstof) was het dagelijks leven van de Amsterdammer volledig afhankelijk van het distributiesysteem en de bijbehorende bonkaarten.
In 1943 nam de druk op dit systeem toe. De bezetter stelde steeds strengere eisen, terwijl het verzet zich vaker richtte op de distributie-administratie om bonkaarten te bemachtigen voor onderduikers. Hoewel deze brief een droog administratief karakter heeft, maakte hij deel uit van het enorme raderwerk dat de schaarse middelen in de stad controleerde. De firma Fr. Knuth, die in de bijlage wordt genoemd, was waarschijnlijk een bedrijf dat voor haar bedrijfsvoering of voor haar personeel afhankelijk was van toewijzingen via deze diensten.