Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 7 maart 1943 No. 2 6/5/1 M. 1943 9/3
Amsterdam 7 Maart 1943
Wel Edele Heer m. bedrijfschef
Ondergeteekende verzoekt U hiermede beleefd om inlichtingen. Ben door financiëele moeilijkheden in 1935 genoodzaakt geweest mijn beroep als groentenhandelaar op te geven en ben toen in Maatschappelijk Steun opgenomen. Ik dreef toen een groenten en fruitwijk en aardappelen. Op het oogenblik ben ik werkzaam voor de Ned. Heide Mij te Woudenberg als landarbeider. Ik wilde echter mijn oud beroep als groentenhandelaar weder terhand nemen, daar ik door een fractuur aan mijn rechterarm minder geschikt ben geworden voor landarbeid. Ik ben van jongsaf in den groentenhandel geweest en van 1922 tot 1935 een groentenwijk gedreven en in 1935 nog eenigen tijd werkzaam geweest bij mijn vader die grossier was op de Nieuwe Markthallen.
Ben in ’t bezit van groene erkenning staat van de Ned. Groenten en Fruitcentrale no 33 769 en een kaart No ct 5140/2 van de Ned Akkerbouw Centrale een een aardappel kaart. Hopende U mij spoedig de gewenschte inlichtingen kunt verstrekken als noodig zijnde om weder mijn beroep als groentenhandelaar te kunnen uitoefenen teeken ik
2/3 De briefschrijver schetst een persoonlijk relaas van economische achteruitgang tijdens de crisisjaren 30. Nadat hij in 1935 failliet ging ("financiële moeilijkheden"), kwam hij in de armenzorg terecht ("Maatschappelijk Steun"). Ten tijde van het schrijven (1943) werkt hij als landarbeider bij de Nederlandsche Heidemaatschappij in Woudenberg.
De kern van het verzoek is een beroepsmatige terugkeer. Vanwege een botbreuk ("fractuur") in zijn rechterarm kan hij het zware fysieke werk als landarbeider niet meer aan. Hij voert zijn jarenlange ervaring (sinds 1922) en zijn familieachtergrond in de handel (vader was grossier op de Centrale Markthallen) aan als bewijs van vakbekwaamheid. Hij verwijst specifiek naar officiële registratienummers en documenten (groene erkenning en aardappelkaart) om aan te tonen dat hij formeel bekend is bij de relevante distributie-instanties. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd via een systeem van 'Centrales' (zoals de genoemde Groenten- en Fruitcentrale en Akkerbouw Centrale). Zonder de juiste papieren en erkenningen was het onmogelijk om legaal handel te drijven.
De Nederlandsche Heidemaatschappij speelde in deze jaren een grote rol in de werkverschaffing. Veel werklozen of mensen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien, werden via de overheid ingezet bij ontginningsprojecten van de "Heidemij". De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen die door de economische malaise en de oorlogsomstandigheden in de gedwongen tewerkstelling waren beland en wanhopig zochten naar een weg terug naar hun oorspronkelijke nering. De "Nieuwe Markthallen" waarnaar verwezen wordt, is het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat.