Ambtsbericht / Rapport van een controleur.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van een controleur. 22 januari 1943. [Stempel/notitie linksboven:]
No. 1$^e$/3/2 M. 1943 $^{25}$/$_7$
[Midden boven:]
R A P P O R T
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van bijgaand schrijven van T .Straatsma, waarin de handelwijze van kooper J.G.van Goldstijn, groentehandelaar Hoogeweg 132 alhier worden gelaakt, heb ik gehoord Mevr; Straatsma die mij verklaarde, dat Goldstijn wanneer hij bijzondere groente heeft zooals spruiten en lof, dit in zijn zaak boven de vastgestelde maximumprijzen verkoopt. Zij verklaarde zelve wel meer dan eens hooge prijzen te hebben betaald om bepaalde soorten groente van Goldstijn te verkrijgen. Hoewel ik op Woensdag 20 Januari '43 in de buurt van Goldstijns winkel heb gecomtroleerd heb ik geen bepaalde overtreding kunnen constateeren. Mijns inzien is het hier dan ook een geval dat onder geregelde controle zou moeten blijven door de Prijsbeheersching. Ik heb de betreffende afdeeling van de Prijsbeheersching van dit geval in kennis gesteld.
Amsterdam 22 Januari 1943
Controleur,
[Handgeschreven handtekening in paarse inkt:]
B. Ulthuis [?]
[Linksonder:]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Initialen eronder:]
JvB
[Handgeschreven in rode inkt:]
Doorsturen aan Prijsbeheersching
Voortaan dergelijke klachten
direct naar Prijsbeheersching
[Handgeschreven in potlood/zwarte inkt rechtsonder:]
In bijlage dezes
een afschrift + rapport
controleur van markt
met verzoek behandelen
te willen overnemen
D. 1/2 43
[Linksonder geschreven:]
2/3/3 Het document is een officieel rapport van een controleur van de Centrale Markt in Amsterdam aan zijn leidinggevende. De kern van de zaak is een klacht van een burger (Mevr. Straatsma) over een groenteman, J.G. van Goldstijn, gevestigd aan de Hoogeweg 132. Hij zou schaarse groenten zoals spruitjes en witlof boven de wettelijk vastgestelde maximumprijzen verkopen.
Hoewel de controleur ter plaatse geen directe heterdaad heeft kunnen vaststellen, vindt hij de verklaring van de klaagster geloofwaardig genoeg om de zaak over te dragen aan de 'Prijsbeheersching'. Opvallend is de rode krabbel, vermoedelijk van de Bedrijfschef, die met enige irritatie aangeeft dat dit soort klachten voortaan direct naar de Prijsbeheersching moeten en niet via zijn bureau hoeven te lopen. De laatste notitie bevestigt dat het dossier op 1 februari 1943 formeel is overgedragen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was er sprake van grote schaarste aan voedsel en andere goederen. Om inflatie en woekerwinsten tegen te gaan, stelde de overheid (onder toezicht van de bezetter) strikte maximumprijzen vast.
De 'Prijsbeheersching' (voluit het Rijksbureau voor de Prijzen van de Landbouw- en Voedselvoorziening) was het orgaan dat hierop toezag. In de volksmond werd het verkopen boven de vastgestelde prijs 'zwarte handel' genoemd. Burgers werden aangemoedigd om overtredingen te melden, wat vaak leidde tot dit soort ambtelijke rapportages. Voor de betrokken winkelier konden dergelijke meldingen leiden tot hoge boetes of zelfs sluiting van de zaak. De genoemde locatie, Hoogeweg 132, bevindt zich in de Watergraafsmeer in Amsterdam.