Zakelijke brief.
Origineel
Zakelijke brief. 10 januari 1943. Fa. S. Groen en Zoon, Fruithandel te Purmerend. Directie "Marktwezen" te Amsterdam. No. 2 11/4/1 M. 1943 12/1 [Stempel]
Purmerend, 10 Januari 1943
Aan Directie „Marktwezen”
te Amsterdam.
Mijne Heeren
Hiermede verzoek ik U mij mede te deelen, welke grossier in zuidvruchten nu als Verwalter of Treuhänder optreedt voor de firma H.M. KRANT en Zn wonende Joden Houttuinen, handelende in conserven en zuidvruchten.
Daar wij voorheen altijd met genoemde firma zaken deden, zouden wij nu ook gaarne citroenen enz. van haar toewijzing ontvangen.
Uw bericht met belangstelling tegemoet ziende, verblijven wij hoogachtend
Fa. S. Groen en Zn.
FA. S. GROEN en ZOON
FRUITHANDEL
PURMEREND.
[Handgeschreven aantekeningen onderaan en in de marge:]
is dit Th. Siebnich?
dossier 5645 Heeft geen bewalter volgens Heer de Geus 30/1-'43 In deze brief verzoekt de firma S. Groen en Zoon uit Purmerend om informatie over de status van de Amsterdamse firma H.M. Krant & Zn. De kern van de brief is de vraag wie de Verwalter (beheerder) of Treuhänder (bewindvoerder) is van dit Joodse bedrijf. De afzender wil namelijk de handelsrelatie voortzetten om aanspraak te kunnen blijven maken op de toewijzing van schaarse goederen, zoals citroenen.
Het taalgebruik is zakelijk en formeel. De terminologie (Verwalter, Treuhänder) is specifiek voor de periode van de Duitse bezetting, waarin Joodse ondernemingen systematisch werden onteigend en onder toezicht van een door de bezetter aangestelde beheerder werden geplaatst. De aantekening onderaan de brief ("Heeft geen bewalter") suggereert dat de betreffende firma op dat moment mogelijk al geliquideerd was of dat de administratie van de bezetter de zaak nog niet officieel had overgedragen aan een beheerder. Dit document is een direct product van de "arisering" van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 vaardigde de bezetter verordeningen uit die Joden verboden om bedrijven te bezitten of te besturen. Joodse zaken werden ofwel geliquideerd, ofwel onder leiding geplaatst van een pro-Duitse beheerder (de Verwalter).
De brief illustreert de pragmatische, en soms opportunistische, houding van Nederlandse ondernemers tijdens de bezetting. Vanwege de grote schaarste en de rantsoenering van producten (zoals zuidvruchten) waren handelaren volledig afhankelijk van officiële toewijzingen. Om hun eigen bedrijfsvoering veilig te stellen, moesten zij meebewegen met de nieuwe machtsstructuren en actief informeren naar de status van hun (voormalige) Joodse zakenpartners bij instanties zoals het Marktwezen. De locatie "Joden Houttuinen" in Amsterdam was destijds een bekend centrum van de Joodse handel in levensmiddelen. H.M. Krant S. Groen Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt de firma S. Groen en Zoon uit Purmerend om informatie over de status van de Amsterdamse firma H.M. Krant & Zn. De kern van de brief is de vraag wie de Verwalter (beheerder) of Treuhänder (bewindvoerder) is van dit Joodse bedrijf. De afzender wil namelijk de handelsrelatie voortzetten om aanspraak te kunnen blijven maken op de toewijzing van schaarse goederen, zoals citroenen.
Het taalgebruik is zakelijk en formeel. De terminologie (Verwalter, Treuhänder) is specifiek voor de periode van de Duitse bezetting, waarin Joodse ondernemingen systematisch werden onteigend en onder toezicht van een door de bezetter aangestelde beheerder werden geplaatst. De aantekening onderaan de brief ("Heeft geen bewalter") suggereert dat de betreffende firma op dat moment mogelijk al geliquideerd was of dat de administratie van de bezetter de zaak nog niet officieel had overgedragen aan een beheerder.
Historische Context
Dit document is een direct product van de "arisering" van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 vaardigde de bezetter verordeningen uit die Joden verboden om bedrijven te bezitten of te besturen. Joodse zaken werden ofwel geliquideerd, ofwel onder leiding geplaatst van een pro-Duitse beheerder (de Verwalter).
De brief illustreert de pragmatische, en soms opportunistische, houding van Nederlandse ondernemers tijdens de bezetting. Vanwege de grote schaarste en de rantsoenering van producten (zoals zuidvruchten) waren handelaren volledig afhankelijk van officiële toewijzingen. Om hun eigen bedrijfsvoering veilig te stellen, moesten zij meebewegen met de nieuwe machtsstructuren en actief informeren naar de status van hun (voormalige) Joodse zakenpartners bij instanties zoals het Marktwezen. De locatie "Joden Houttuinen" in Amsterdam was destijds een bekend centrum van de Joodse handel in levensmiddelen.