Handgeschreven memo of conceptbrief op gelinieerd bruin papier.
Origineel
Handgeschreven memo of conceptbrief op gelinieerd bruin papier. (Kantlijn): dat ze niet bewaarbaar zijn gebleken
(Hoofdtekst):
Het is in de laatste door de vroegveiling
dat het artikel - spinazie [in groote]
hoeveelheden van zoodanige zwakke
[niet tegen weging niet houdbare]
kwaliteit zijn aangevoerd [en ook]
[waarin hoeveelheden]. Zoowel
in handen van de groothandel als
in die van de kleinhandel zijn
verschillende partijen ^[daarom] onverkoopbaar
gebleken welke moesten worden
weggeworpen. Uiteraard
zijn van bedoelde [die] partijen
spinazie ook gedeeltes in handen
van de Joodsche handel gekomen.
Uit deze gang van zaken kan m.i.
niet worden afgeleid dat de te
groote toevoer voor de Joden
te groot zou zijn. De tekst beschrijft een logistiek en kwalitatief probleem met de aanvoer van spinazie via de vroegveiling. De auteur merkt op dat:
1. Er grote hoeveelheden spinazie zijn aangevoerd van zeer "zwakke" kwaliteit (bederfelijk).
2. De kwaliteit zo slecht was dat de waar zowel bij de groothandel als bij de kleinhandel onverkoopbaar bleek en moest worden weggegooid.
3. Een deel van deze partijen terecht is gekomen bij de Joodse handel.
4. De auteur concludeert dat de aanwezigheid van deze partijen bij Joodse handelaren niet betekent dat zij "te veel" toegeleverd krijgen; het betreft hier simpelweg de doorstroom van een kwalitatief minderwaardig product dat elders niet meer verhandeld kon worden. Dit document stamt vermoedelijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening streng gereguleerd via distributiesystemen. Voor de Joodse bevolking golden vaak aparte, beperkende regels en specifieke markten (zoals in Amsterdam).
De tekst lijkt een reactie op een observatie of klacht dat er een "te grote toevoer" aan goederen naar Joodse handelaren zou gaan. De schrijver verweert zich hiertegen door te stellen dat het in dit geval ging om bederfelijke spinazie die elders al was afgeschreven. Het werpt licht op de precaire situatie van de voedselvoorziening en de bureaucratische verantwoording rondom de Joodse marktsegmenten tijdens de bezetting.
Samenvatting
De tekst beschrijft een logistiek en kwalitatief probleem met de aanvoer van spinazie via de vroegveiling. De auteur merkt op dat:
1. Er grote hoeveelheden spinazie zijn aangevoerd van zeer "zwakke" kwaliteit (bederfelijk).
2. De kwaliteit zo slecht was dat de waar zowel bij de groothandel als bij de kleinhandel onverkoopbaar bleek en moest worden weggegooid.
3. Een deel van deze partijen terecht is gekomen bij de Joodse handel.
4. De auteur concludeert dat de aanwezigheid van deze partijen bij Joodse handelaren niet betekent dat zij "te veel" toegeleverd krijgen; het betreft hier simpelweg de doorstroom van een kwalitatief minderwaardig product dat elders niet meer verhandeld kon worden.
Historische Context
Dit document stamt vermoedelijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening streng gereguleerd via distributiesystemen. Voor de Joodse bevolking golden vaak aparte, beperkende regels en specifieke markten (zoals in Amsterdam).
De tekst lijkt een reactie op een observatie of klacht dat er een "te grote toevoer" aan goederen naar Joodse handelaren zou gaan. De schrijver verweert zich hiertegen door te stellen dat het in dit geval ging om bederfelijke spinazie die elders al was afgeschreven. Het werpt licht op de precaire situatie van de voedselvoorziening en de bureaucratische verantwoording rondom de Joodse marktsegmenten tijdens de bezetting.