Handgeschreven ambtelijke notitie / rapport.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / rapport. 10 mei 1943 (datum opstelling), 21 mei 1943 (datum doorgeleiding), 24 mei 1943 (stempel). No. 2$^c$/17/1M. 1943 $^{24}/_5$ [stempel]
Adam 10 Mei '43
Hedenmorgen werd mij per telefoon
door den Heer W. de Keul, wonende Westlands-
gracht 123, het volgende medegedeeld.
Tuinder Muller, wiens tuin is
gelegen tegenover de Bennebroekstraat,
groente aan burgers verkoopt. Hij
zou tevens ook de koopers verplichten bij
elke koop aardappelen te moeten afnemen.
[Handtekening, mogelijk Joosten]
den Heer
Boedhoff.
E.M.
Sub
[In rood potlood/inkt:]
Doorgeven aan Economische Politie.
21-5-43
2$^e$/17/2
[Paraaf]
[Rechtsonder:]
2e Dit document is een verslag van een telefonische klacht die binnenkwam bij een ambtelijke instantie in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De melder, de heer W. de Keul, doet beklag over een tuinder genaamd Muller.
De kern van de klacht is dat tuinder Muller zich schuldig maakt aan koppelverkoop: hij verkoopt weliswaar groenten aan particulieren ("burgers"), maar stelt daarbij als verplichte voorwaarde dat men ook aardappelen bij hem afneemt. In tijden van schaarste en strikte rantsoenering was dergelijke koppelverkoop verboden, omdat het mensen dwong extra geld uit te geven aan producten die ze wellicht niet nodig hadden of waarvoor ze geen bonnen wilden inleveren, enkel om toegang te krijgen tot schaarse goederen.
De notitie is onderaan in rood gemarkeerd met de instructie om dit door te geven aan de Economische Politie, de instantie die belast was met het opsporen van overtredingen van de distributiewetten en prijsvoorschriften. Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland was er vanaf 1940 een uitgebreid systeem van distributie van kracht. Bijna alle levensmiddelen waren "op de bon". Om de zwarte markt en prijsopdrijving tegen te gaan, stelde de bezetter strikte regels op voor de handel.
De Economische Politie, opgericht in 1941, had als taak het toezicht op de naleving van deze regels. Koppelverkoop was een veelvoorkomend probleem; handelaren probeerden op die manier van minder populaire voorraden af te komen of extra winst te maken over de rug van de consument die afhankelijk was van voedselvoorziening buiten de officiële winkels om.
De genoemde locaties, de Westlandsgracht en de Bennebroekstraat, bevinden zich in de Hoofddorppleinbuurt in Amsterdam-Zuid. In dit gebied lagen in die tijd nog diverse tuinbouwgronden die langzaam werden ingebouwd door de stadsuitbreiding. Meldingen zoals deze konden voor de betreffende ondernemer leiden tot hoge boetes, inbeslagname van voorraden of zelfs sluiting van het bedrijf. E.M. Politie
Samenvatting
Dit document is een verslag van een telefonische klacht die binnenkwam bij een ambtelijke instantie in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De melder, de heer W. de Keul, doet beklag over een tuinder genaamd Muller.
De kern van de klacht is dat tuinder Muller zich schuldig maakt aan koppelverkoop: hij verkoopt weliswaar groenten aan particulieren ("burgers"), maar stelt daarbij als verplichte voorwaarde dat men ook aardappelen bij hem afneemt. In tijden van schaarste en strikte rantsoenering was dergelijke koppelverkoop verboden, omdat het mensen dwong extra geld uit te geven aan producten die ze wellicht niet nodig hadden of waarvoor ze geen bonnen wilden inleveren, enkel om toegang te krijgen tot schaarse goederen.
De notitie is onderaan in rood gemarkeerd met de instructie om dit door te geven aan de Economische Politie, de instantie die belast was met het opsporen van overtredingen van de distributiewetten en prijsvoorschriften.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland was er vanaf 1940 een uitgebreid systeem van distributie van kracht. Bijna alle levensmiddelen waren "op de bon". Om de zwarte markt en prijsopdrijving tegen te gaan, stelde de bezetter strikte regels op voor de handel.
De Economische Politie, opgericht in 1941, had als taak het toezicht op de naleving van deze regels. Koppelverkoop was een veelvoorkomend probleem; handelaren probeerden op die manier van minder populaire voorraden af te komen of extra winst te maken over de rug van de consument die afhankelijk was van voedselvoorziening buiten de officiële winkels om.
De genoemde locaties, de Westlandsgracht en de Bennebroekstraat, bevinden zich in de Hoofddorppleinbuurt in Amsterdam-Zuid. In dit gebied lagen in die tijd nog diverse tuinbouwgronden die langzaam werden ingebouwd door de stadsuitbreiding. Meldingen zoals deze konden voor de betreffende ondernemer leiden tot hoge boetes, inbeslagname van voorraden of zelfs sluiting van het bedrijf.