Archief 745
Inventaris 745-397
Pagina 396
Dossier 2A
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier).

7 juli 1943. Van: Anoniem ("een huismoeder").

Origineel

Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier). 7 juli 1943. Anoniem ("een huismoeder"). [Bovenaan de pagina zijn regels tekst onleesbaar gemaakt door middel van overtypering met de letter 'x']
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
xxxxxxxxxxxxxxx

2e De groentehandelaren zijn verplicht om hetgeen zij ontvangen ook in hun verkoopsruimte te etaleren en indien deze te klein is, naar verhouding van de hoeveelheid die ontvangen wordt, van elke groente-soort een evenredig deel uit te stallen en ommiddellijk uit den ontvangen voorraad aan te vullen, die in een ander deel van de zaal is gestapeld.

3e Zoo mogelijk moet er een bepaling worden gemaakt, waarbij naar de groote van het gezin men recht heeft op een bepaalde hoeveelheid groente in ponden uitgedrukt.
In elk geval moet het streng verboden worden groenten uit te dragen, buiten de verkoopuren te verkoopen en vooral moet er streng de hand aan worden gehouden, dat er verkocht wordt tegen den vastgestelden prijs.

Indien, hetzij wegens een onheusche bejegening of door welke omstandigheid ook, een klant van groentehandelaar wil veranderen, dan moet hem in dezelfde buurt een ander worden toegewezen, terwijl deze toewijzing zonder veel formaliteiten moet gepaard gaan, zoodat men ik l x 24 uur een anderen groentehandelaar krijgt en deze is verplicht, indien hem een door de politie gestempelde kaart wordt getoond, den nieuwen klant op dezelfde wijze te beleveren als zijn overige klanten.

Met het oog op het feit, dat de rantsoenen der overige levensmiddelen zeer beperkt zijn en men hoofdzakelijk op groenten en aardappelen is aangewezen, terwijl ook deze hoeveelheden niet geheel in de behoeften voorzien, zou het een zegen zijn, indien U, Mijnheer de Burgemeester de in dezen brief vervatte grieven aan een ernstig onderzoek wilt onderwerpen en een verbetering brengen in den bestaanden toestand, waaronder de geheel bevolking van Uw stad lijdt.

Ik leg er den nadruk op, dat het mij met dezen brief volstrekt niet daarom te doen is om de twee genoemde onder de vele groentehandelaren en ook dezen niet moeilijkheden of schade te veroorzaken. Integendeel niemand zou er mede gediend zijn, indien men b.v. voor straf de winkels van deze of andere heeren voor een tijd zou sluiten, want daardoor zou de nood nog veel grooter worden. Er moeten in tegendeel correctieve maatregelen worden genomen, waardoor de voedselvoorziening niet lijdt b.v. door het plaatsen van een politiepost voor de deur van bepaalde groentehandelaren, die onder verdenking staan zich tegen de verordening te bezondigen of die op heeter daad zijn betrapt of over wie van een of meer zijden ernstige klachten binnen komen. Een dergelijke correctieve maatregel zou wonderen doen. De man zou dan niet meer durven om anders te handelen dan hem is voorgeschreven en, indien hij een tijdje in het gareel loopt, kan af en toe een contrôle worden uitgeoefend. Wordt dan gevonden, dat hij niet naar behooren heeft gehandeld, komt hij weer onder toezicht te staan van een politie-contrôleur, desnoods plus een gevoelige boete. Een dergelijke maatregel zou instructief werken op de anderen, die nog niet zijn gesnapt.

Aangezien ik moeder ben van zes kinderen en ik het voorloopig beter vind tot dat deze zaak geregeld is om onbekend te blijven, aangezien het anders kan gebeuren, dat de groentehandelaar mij geen groente meer verkoopt en mijn kinderen dan verstoken zijn, heb ik er de voorkeur aan gegeven dezen brief niet te onderteekenen. Aangezien mijn schrijven echter niet als insinuatie is bedoeld doch om U op misstanden attent te maken, die voor verbetering vatbaar zijn en die ook dringend verbeterd moeten worden, geloof ik, dat het voor U onverschillig zal zijn, of mijn naam bekend is of niet.

Hopende, dat dit schrijven voor U aanleiding moge zijn om in het belang niet slechts van mij doch van alle huismoeders aan deze misstanden een eind te maken, verblijf ik

met de meeste hoogachting
een huismoeder.

De Wethouder voor de Levensmiddelen enz.
stelt deze in handen van den Heer
Directeur van het Marktwezen ter kennis
A-dam 7 Juli 1943.

Kennisgenomen, De Directeur van het
Marktwezen. w.g. C.F. Sixma. * Context: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, in een periode van toenemende voedselschaarste. Groenten en aardappelen waren op dat moment de belangrijkste voedingsbronnen omdat andere middelen (vlees, vetten) nauwelijks nog beschikbaar waren.
* Kern van het beklag: De briefschrijfster kaart corruptie en willekeur bij groentehandelaren aan. Handelaren hielden voorraden achter ("uitdragen"), verkochten buiten de officiële uren (waarschijnlijk aan bekenden of tegen hogere prijzen op de zwarte markt) en rekenden hogere prijzen dan vastgesteld.
* Voorgestelde oplossingen:
1. Verplichte uitstalling van de gehele voorraad om achterhouden te voorkomen.
2. Rantsoenering op basis van gezinsgrootte.
3. De mogelijkheid voor burgers om snel van handelaar te wisselen bij slecht gedrag van de winkelier.
4. Toezicht door politieposten vóór de winkels in plaats van sluiting (omdat sluiting de buurtbewoners straft).
* Toon: De schrijfster is respectvol maar zeer bezorgd. Ze benadrukt haar rol als moeder van zes kinderen, wat haar anonimiteit verklaart: ze vreest represailles ("dat de groentehandelaar mij geen groente meer verkoopt"). Dit document biedt een unieke inkijk in het dagelijks overleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont de spanningen tussen de burgerbevolking en de middenstanders, waarbij de laatsten vaak verdacht werden van woekerwinsten of vriendjespolitiek.

Interessant is de ambtelijke afhandeling onderaan: de brief is daadwerkelijk door de hiërarchie gegaan, van de Wethouder voor de Levensmiddelen naar de Directeur van het Marktwezen, C.F. Sixma. Cornelis Feije Sixma was destijds een prominente figuur binnen de Amsterdamse distributieorganisatie. De opmerking "Kennisgenomen" suggereert echter een passieve afhandeling, wat typerend was voor de overbelaste en vaak machteloze bureaucreatie in die oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Context: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, in een periode van toenemende voedselschaarste. Groenten en aardappelen waren op dat moment de belangrijkste voedingsbronnen omdat andere middelen (vlees, vetten) nauwelijks nog beschikbaar waren.
  • Kern van het beklag: De briefschrijfster kaart corruptie en willekeur bij groentehandelaren aan. Handelaren hielden voorraden achter ("uitdragen"), verkochten buiten de officiële uren (waarschijnlijk aan bekenden of tegen hogere prijzen op de zwarte markt) en rekenden hogere prijzen dan vastgesteld.
  • Voorgestelde oplossingen:
    1. Verplichte uitstalling van de gehele voorraad om achterhouden te voorkomen.
    2. Rantsoenering op basis van gezinsgrootte.
    3. De mogelijkheid voor burgers om snel van handelaar te wisselen bij slecht gedrag van de winkelier.
    4. Toezicht door politieposten vóór de winkels in plaats van sluiting (omdat sluiting de buurtbewoners straft).
  • Toon: De schrijfster is respectvol maar zeer bezorgd. Ze benadrukt haar rol als moeder van zes kinderen, wat haar anonimiteit verklaart: ze vreest represailles ("dat de groentehandelaar mij geen groente meer verkoopt").

Historische Context

Dit document biedt een unieke inkijk in het dagelijks overleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont de spanningen tussen de burgerbevolking en de middenstanders, waarbij de laatsten vaak verdacht werden van woekerwinsten of vriendjespolitiek.

Interessant is de ambtelijke afhandeling onderaan: de brief is daadwerkelijk door de hiërarchie gegaan, van de Wethouder voor de Levensmiddelen naar de Directeur van het Marktwezen, C.F. Sixma. Cornelis Feije Sixma was destijds een prominente figuur binnen de Amsterdamse distributieorganisatie. De opmerking "Kennisgenomen" suggereert echter een passieve afhandeling, wat typerend was voor de overbelaste en vaak machteloze bureaucreatie in die oorlogsjaren.

Locaties

Amsterdam ("A-dam").

Kooplieden in dit dossier 53

A. Hoogland Waterlooplein [rood:] mk was weer verzocht. Geen restitutie
Jan Huygen Waterlooplein mk
J.B. Middelburg Waterlooplein m.k.
A Ridderkhof Waterlooplein m.k.
A. Boogaard Waterlooplein
C. Slot Waterlooplein m.k.
C. Dorenbos Waterlooplein 28.04
C. Faasse Waterlooplein mk
J. Haastrecht Waterlooplein 160.12
C. Kooij Waterlooplein 140
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
D. Bakker Waterlooplein 2797
H.A.J. Heleuklake Waterlooplein
Jacob Pots Waterlooplein
F.J. Koningsbrugge Waterlooplein mk
Gebr Lanooy Waterlooplein mk
Gorel en Kuilenburg Waterlooplein 7648.
G Sold Waterlooplein Idem. mk
G.J. v.d. Hoed Waterlooplein 71.19
G. der Voort Waterlooplein mk
G. v.d. Zee Waterlooplein m.k.
J. Kamman Waterlooplein in lading [rood: vertrokken]
H. v. d. Horst Waterlooplein [Aantekening in cirkel:] ligt volgens schipperlaat 215 / a/d motor kade authalve geen / remunerie
J.A. Arends Waterlooplein mk
J.A. Arends Waterlooplein mk [rood:] Staat niet in schippersboek vermeld. [groen:] op de dag over.
J. Bake Waterlooplein mk
J. Blom Waterlooplein van C & B m.k. [rood: gekomen]
Alle 53 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6