Ambtsbrief / Correspondentie
Origineel
Ambtsbrief / Correspondentie 27 augustus 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst voor het Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") (Handgeschreven bovenaan:) Verzonden 27/8
2c/41/3 M 1. 27 Augustus 1943.
VD/RP.
Klacht G.Hohmann Den Heer Wethouder
over den groenten- voor de Levensmiddelen,
handelaar Van
Leeuwen. A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 21 Juli jl. om advies ontvangen stukken No. 562 L.M.1943 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de gedragingen van den groentenhandelaar Van Leeuwen, Scheldestraat 92 een onderzoek heb doen instellen. Het resultaat daarvan doe ik U in bijlage dezes in den vorm van een afschrift van een rapport van den contrôleur De Grebber van mijn Dienst toekomen. Daaruit blijkt, dat Van Leeuwen zich aan allerlei overtredingen van voorschriften op het gebied van klantenbinding en prijzen schuldig maakt, waarvan ik mededeeling heb gedaan aan de voor de behandeling daarvan aangewezen instantie te weten den Inspecteur voor de Prijsbeheersching en aan het Plaatselijk Verdeelkantoor op de Centrale Markt.
Den adressant ware mede te deelen, dat zijn klachten na onderzoek te bevoegder plaatse zijn aanhangig gemaakt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke brief waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar een neringdoende tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de zaak is een klacht van een burger (G. Hohmann) over een groentenboer in de Amsterdamse Scheldestraat.
Uit het onderzoek door contrôleur De Grebber blijkt dat de handelaar de regels overtrad. Er wordt specifiek gesproken over:
1. Klantenbinding: In de oorlogstijd waren consumenten verplicht zich bij specifieke winkeliers te laten registreren om hun rantsoenen (via distributiebonnen) op te kunnen halen. Sjoemelen hiermee was een ernstig economisch delict.
2. Prijzen: Er was sprake van prijsopdrijving of zwarte handel, wat in strijd was met de strenge prijsvoorschriften van de bezetter en de lokale overheid.
De directeur van de dienst heeft de zaak geëscaleerd naar twee specifieke handhavingsinstanties: de Inspecteur voor de Prijsbeheersching en het Plaatselijk Verdeelkantoor. Het document dateert uit augustus 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel uiterst strikt werd gecontroleerd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode een cruciale functie voor de voedselvoorziening in de stad.
De genoemde locatie, Scheldestraat 92, bevindt zich in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Deze buurt was tijdens de bezetting zwaar getroffen door de deportaties, aangezien er veel Joodse Amsterdammers woonden. Klachten over winkeliers hadden in deze gespannen tijd vaak grote gevolgen; de economische opsporingsdiensten traden hard op tegen handelaren die de schaarste misbruikten voor eigen gewin of die zich niet aan de distributieregels hielden. Het document illustreert de bureaucratische controle op het dagelijks leven en de handel tijdens de oorlogsjaren.