Handgeschreven concept-notitie of klad van een ambtelijke mededeling.
Origineel
Handgeschreven concept-notitie of klad van een ambtelijke mededeling. [1] klantenbinding en
[2] prijzen schuldig maakt.
[3] [doorgehaald: Aangezien de (...) met deze zaken]
[4] [doorgehaald: ter behandeling (...) heb ik]
[5] waarvan ik mededeeling heb gedaan, aan de
[6] [in linker marge: van de verdere] doorgegeven aan den Insp.
[7] [in linker marge: behandeling] van de Prijsbeheersching en
[8] [in linker marge: daarvan] aan het Plaats. Voedsel-
[9] [in linker marge: instanties] kantoor op de C.M. met
[10] verzoek de behandeling
[11] [doorgehaald: deze overtredingen te willen]
[12] overnemen.
[13] --------------------------------------------------
[14] Den adressant van verre
[15] te deelen, dat zijn klachten
[16] [doorgehaald: ten spoedigste na onderzoek]
[17] te bevoegder plaatse zijn
[18] aanhangig gemaakt!
[19] [Paraaf: DW] De tekst betreft een ambtelijke notitie over de afhandeling van een klacht of geconstateerde overtreding. De kern van de zaak draait om "klantenbinding en prijzen". Tijdens de schaarste in de oorlogsjaren was het streng verboden om klanten aan een winkel te binden door middel van extraatjes, of om prijzen te vragen die boven de vastgestelde maxima lagen.
De schrijver (DW) noteert dat de zaak is doorgegeven aan de "Insp. van de Prijsbeheersching" (Inspecteur van de Prijsbeheersing) en het "Plaats. Voedselkantoor" (Plaatselijk Voedselkantoor). De afkorting "C.M." in regel 9 zou kunnen verwijzen naar een Centraal Magazijn of een specifieke afdeling binnen de distributie-organisatie.
Het onderste gedeelte van het document is een instructie om de "adressant" (de indiener van de klacht) te informeren dat de zaak officieel "aanhangig is gemaakt" bij de juiste instanties. De tekst is rommelig, met veel doorhalingen, wat wijst op een kladversie voor een definitieve brief of verslag. Dit document is een direct overblijfsel van de Nederlandse distributie- en controle-economie tijdens de Duitse bezetting (1940-1945). Om zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan, werden de Rijksdienst voor de Prijsbeheersching en de Plaatselijke Voedselkantoren (onderdeel van de distributiedienst) opgericht.
"Klantenbinding" was een specifieke term uit die tijd: het was winkeliers verboden goederen te reserveren voor vaste klanten of extra gunsten te verlenen in ruil voor klandizie, omdat dit de eerlijke verdeling van de schaarse middelen via het bonnensysteem ondermijnde. Meldingen van dergelijke praktijken werden door de economische recherche en de genoemde instanties streng onderzocht.
Samenvatting
De tekst betreft een ambtelijke notitie over de afhandeling van een klacht of geconstateerde overtreding. De kern van de zaak draait om "klantenbinding en prijzen". Tijdens de schaarste in de oorlogsjaren was het streng verboden om klanten aan een winkel te binden door middel van extraatjes, of om prijzen te vragen die boven de vastgestelde maxima lagen.
De schrijver (DW) noteert dat de zaak is doorgegeven aan de "Insp. van de Prijsbeheersching" (Inspecteur van de Prijsbeheersing) en het "Plaats. Voedselkantoor" (Plaatselijk Voedselkantoor). De afkorting "C.M." in regel 9 zou kunnen verwijzen naar een Centraal Magazijn of een specifieke afdeling binnen de distributie-organisatie.
Het onderste gedeelte van het document is een instructie om de "adressant" (de indiener van de klacht) te informeren dat de zaak officieel "aanhangig is gemaakt" bij de juiste instanties. De tekst is rommelig, met veel doorhalingen, wat wijst op een kladversie voor een definitieve brief of verslag.
Historische Context
Dit document is een direct overblijfsel van de Nederlandse distributie- en controle-economie tijdens de Duitse bezetting (1940-1945). Om zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan, werden de Rijksdienst voor de Prijsbeheersching en de Plaatselijke Voedselkantoren (onderdeel van de distributiedienst) opgericht.
"Klantenbinding" was een specifieke term uit die tijd: het was winkeliers verboden goederen te reserveren voor vaste klanten of extra gunsten te verlenen in ruil voor klandizie, omdat dit de eerlijke verdeling van de schaarse middelen via het bonnensysteem ondermijnde. Meldingen van dergelijke praktijken werden door de economische recherche en de genoemde instanties streng onderzocht.