Ambtelijke brief / intern memo.
Origineel
Ambtelijke brief / intern memo. 17 augustus 1943. [Marginaal linksboven:]
verdeling
groenten
C. M.
[Rechtsboven:]
A’dam, 17/8 1943
2c/46/4.
W. C. M.
Binnen terugzending van het met uw handbrief dd. 29 Juli jl. om advies ontvangen stuk No. 577 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de onderhavige klacht een onderzoek heb doen instellen; het resultaat daarvan is vastgelegd in rapporten van den marktmeester Blom en den wnd. bedrijfschef Steenbeek, waarvan ik U in bijlage dezes afschriften doe toekomen.
Met de verdeling der groenten op de C.M. heeft mijn Dienst geenerlei bemoeiing; deze taak is in handen gelegd van het plaatselijk Verdeelkantoor, leider de grossier De Geus en sub-leider de kleinhandelaar Barends; deze zijn verantwoording verschuldigd aan den bedrijfsschap v— De brief is een reactie op een verzoek om advies naar aanleiding van een klacht. De schrijver (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd van een gemeentelijke dienst) rapporteert dat er een onderzoek is ingesteld door marktmeester Blom en waarnemend bedrijfschef Steenbeek. De resultaten hiervan zijn als bijlage bijgevoegd (niet aanwezig in dit beeld).
De kern van het schrijven is echter een formele afbakening van verantwoordelijkheden: de schrijver benadrukt dat zijn eigen dienst geen enkele bemoeienis heeft met de daadwerkelijke distributie van groenten op de Centrale Markt. Hij wijst expliciet naar het "plaatselijk Verdeelkantoor" als de verantwoordelijke instantie, geleid door een duo uit de sector zelf: een grossier (groothandelaar) en een kleinhandelaar. De brief breekt onderaan af bij de vermelding van het Bedrijfsschap waaraan zij verantwoording verschuldigd zijn. Dit document stamt uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem voor levensmiddelen.
De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. Klachten over de verdeling van schaarse goederen zoals groenten waren aan de orde van de dag en vaak politiek of sociaal beladen. De ambtelijke toon van de brief en het nadrukkelijk doorschuiven van de verantwoordelijkheid naar het 'Verdeelkantoor' illustreert de bureaucratische complexiteit en de spanningen rondom de voedselvoorziening onder het regime van de bezetter. Het feit dat een grossier en een kleinhandelaar de leiding hadden over dit kantoor, duidt op de 'organische' ordening van het bedrijfsleven die destijds door de bezetter werd opgelegd of gehandhaafd.
Samenvatting
De brief is een reactie op een verzoek om advies naar aanleiding van een klacht. De schrijver (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd van een gemeentelijke dienst) rapporteert dat er een onderzoek is ingesteld door marktmeester Blom en waarnemend bedrijfschef Steenbeek. De resultaten hiervan zijn als bijlage bijgevoegd (niet aanwezig in dit beeld).
De kern van het schrijven is echter een formele afbakening van verantwoordelijkheden: de schrijver benadrukt dat zijn eigen dienst geen enkele bemoeienis heeft met de daadwerkelijke distributie van groenten op de Centrale Markt. Hij wijst expliciet naar het "plaatselijk Verdeelkantoor" als de verantwoordelijke instantie, geleid door een duo uit de sector zelf: een grossier (groothandelaar) en een kleinhandelaar. De brief breekt onderaan af bij de vermelding van het Bedrijfsschap waaraan zij verantwoording verschuldigd zijn.
Historische Context
Dit document stamt uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem voor levensmiddelen.
De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. Klachten over de verdeling van schaarse goederen zoals groenten waren aan de orde van de dag en vaak politiek of sociaal beladen. De ambtelijke toon van de brief en het nadrukkelijk doorschuiven van de verantwoordelijkheid naar het 'Verdeelkantoor' illustreert de bureaucratische complexiteit en de spanningen rondom de voedselvoorziening onder het regime van de bezetter. Het feit dat een grossier en een kleinhandelaar de leiding hadden over dit kantoor, duidt op de 'organische' ordening van het bedrijfsleven die destijds door de bezetter werd opgelegd of gehandhaafd.