Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en handtekening.
Origineel
Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en handtekening. C. Blom, Marktmeester van de Centrale Markt Amsterdam. De heer Bedrijfschef van de Centrale Markt. Rapport. 2C/46/6 17.1943. Anlage beim briefe
Ondergeteekende, C. Blom, rapporteert U het volgende :
Hedenmorgen, 18 Juli 1943 deed de controleur Postema dienst als portier van de Centrale Markt. Om ongeveer 8 uur kwam de Leider van het Plaatselijk Verdeelkantoor "Amsterdam", de heer de Geus, bij hem en deelde hem mede: "Gisteravond heb ik vergeten den heer Sikma op te bellen om hem mede te deelen dat ik van plan ben om Zondagmorgen aan de winkeliers ongeveer 15 ton doperwten uit te geven. Deze doperwten zijn te laat aangekomen en kunnen niet tot Maandag goed blijven. De winkeliers, daar ik ze aan uitgeef, zijn: Fred Looijen, Admiralengracht 180; Gortmaker, v.Baerlestraat 67; Visser, o/h IJ; en Dekker van de Adm. de Ruijterweg.
Intusschen waren enkele koopers voor het hek gekomen; deze protesteerden dat zij niet van die doppers konden krijgen. Een deputatie ging toen naar de telefooncel, van waaruit ze den Economischen Dienst opbelden en daar hun beklag indienden.
De Economischen Dienst stuurde twee rechercheurs; deze gaven in beginsel geen toestemming dat de doppers, volgens de verdeeling van den heer de Geus, van de Markt mochten. Ik heb mij met deze heeren in verbinding gesteld; zij vertelden mij, dat zij geen deskundigen waren en eigenlijk daardoor, min of meer, met het geval verlegen waren. Zij vroegen zich namelijk af, of het wel goed was deze erwten te blokkeeren, daar het toch mogelijk was dat deze den volgenden dag niet meer geschikt waren voor de consumptie. Ik heb hun toen aangeraden de doppers door een keurmeester van den keuringsdienst voor waren te laten beoordeelen. Als deze de partij geschikt acht om tot Maandag te blijven liggen, dan zouden ze in de gewone verdeeling kunnen komen en is het meeningverschil tusschen de koopers opgelost.
Ik heb de keurmeester toen door Postema laten ontbieden, per telefoon. Maar aangezien deze tamelijk lang wegbleef hadden de rechercheurs de doppers al volgens opgaaf van den heer de Geus aan de bovengenoemde vier winkeliers afgegeven.
De keurmeester, de heer D.J.C. Dekkers bevond dat het wel wenschelijk was dat de doppers werden afgegeven, maar niet noodzakelijk.
De vier koopers, die des morgens hadden opgebeld, reclameerden tegen het besluit van de rechercheurs en hebben hun grieven nog tegen hen geuit, waarop de rechercheurs toezegden van een en ander een uitgebreid rapport te zullen maken.
De reclameerende winkeliers waren: S.J. Keijzer, Meerhuizenplein 28; A.P. van Loon, Rijnstraat 88; F. Bon, Jan van Galenstraat 64; M. Keijzer, Maasstraat 151. Deze winkeliers beweerden dat de afgegeven doppers nog heel goed waren en wel tot Woensdag konden duren.
Van de afgegeven doppers stond Maandagmorgen de geheele lading van F. Looijen nog op de Centrale Markt, terwijl Visser, volgens zijn eigen verklaring ook niet van plan was op Zondag van zijn voorraad te verkoopen.
Amsterdam, 19 Juli 1943,
De Marktmeester,
[Signatuur: C Blom]
Aan den heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt. Dit document is een verslag van een logistiek en bureaucratisch conflict op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het conflict draait om de vraag of 15.000 kilo doperwten (doppers) met spoed op zondag buiten de reguliere distributie om geleverd mochten worden aan vier specifieke winkeliers.
Kernpunten uit het verslag:
1. Vermoeden van vriendjespolitiek: De heer de Geus (Leider Plaatselijk Verdeelkantoor) probeert een partij doperwten aan slechts vier winkeliers te gunnen onder het mom van bederfelijkheid.
2. Verzet: Andere winkeliers accepteren dit niet en schakelen de Economische Dienst in, wat wijst op een scherp toezicht op eerlijke distributie in tijden van schaarste.
3. Onzekerheid bij opsporing: De rechercheurs van de Economische Dienst weten niet hoe te handelen bij bederfelijke waar en geven de partij uiteindelijk toch vrij voordat de keurmeester gearriveerd is.
4. Bevestiging van ongelijk: Achteraf stelt de keurmeester vast dat de noodzaak tot directe levering er niet was. Bovendien blijkt op maandagochtend dat de bevoorrechte winkeliers de erwten niet eens direct hebben vervoerd of verkocht, wat het argument van de "bederfelijkheid" ontkracht. Het document dateert uit juli 1943. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog onder Duits gezag. Voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een bonnensysteem en distributiekantoren.
- Schaarste en Controle: In deze periode was voedsel schaars. De "Economische Dienst" en de "Keuringsdienst van Waren" speelden een cruciale rol in het voorkomen van de zwarte markt en het waarborgen van de kwaliteit van het weinige voedsel dat beschikbaar was.
- Duitse betrokkenheid: De handgeschreven Duitse tekst "Anlage beim briefe" (Bijlage bij brief) bovenin suggereert dat dit rapport is doorgestuurd naar of ingezien door de Duitse bezettingsautoriteiten, die nauwlettend toezagen op de Nederlandse voedseldistributie om de orde te handhaven en eigen voorraden veilig te stellen.
- Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening voor de stad. Incidenten zoals beschreven in dit rapport konden leiden tot grote onrust onder de bevolking als de indruk ontstond dat voedsel onrechtvaardig werd verdeeld.