Getypte brief of ambtelijk schrijven (fragment, pagina 2).
Origineel
Getypte brief of ambtelijk schrijven (fragment, pagina 2). - 2 -
Ten aanzien van het tweede verzoek -het verleenen
van ontheffing van het bezorgverbod- deelde het Plaatselijk
Verdeelkantoor mede, dat hem van een dergelijk verbod niets
bekend is; ook dezerzijds is van het bestaan van een verbod
van groenten aan huis te bezorgen, niets bekend.
Den adressant kan derhalve ten aanzien van dit
punt worden bericht, dat een bezorgverbod vooralsnog niet be-
staat, zoodat ontheffing daarvan bezwaarlijk kan worden gegeven
De Directeur, Dit document is het tweede blad van een officiële correspondentie, waarschijnlijk afkomstig van een overheidsinstantie of distributiedienst. De kern van de tekst is een reactie op een verzoek van een burger ("den adressant") om ontheffing te krijgen van een verbod op het aan huis bezorgen van groenten.
De schrijver stelt vast dat noch het "Plaatselijk Verdeelkantoor", noch de eigen instantie op de hoogte is van een dergelijk verbod. De conclusie is dan ook logisch-ambtelijk: omdat er geen verbod bestaat, kan er ook geen ontheffing (vrijstelling) voor worden verleend. De toon is zakelijk en formeel, typerend voor ambtelijke stukken uit het midden van de 20e eeuw. De term "Plaatselijk Verdeelkantoor" en de kwestie rondom "bezorgverboden" en "ontheffingen" wijzen sterk op de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel.
Er bestonden vaak beperkingen op het vervoer en de bezorging van goederen om brandstof te besparen of om de controle op de zwarte markt te vergroten. In dit specifieke geval lijkt er echter verwarring te zijn bij de aanvrager over de geldende regels voor de bezorging van groenten, die op dat moment blijkbaar (nog) niet aan een algeheel bezorgverbod onderhevig was.
Samenvatting
Dit document is het tweede blad van een officiële correspondentie, waarschijnlijk afkomstig van een overheidsinstantie of distributiedienst. De kern van de tekst is een reactie op een verzoek van een burger ("den adressant") om ontheffing te krijgen van een verbod op het aan huis bezorgen van groenten.
De schrijver stelt vast dat noch het "Plaatselijk Verdeelkantoor", noch de eigen instantie op de hoogte is van een dergelijk verbod. De conclusie is dan ook logisch-ambtelijk: omdat er geen verbod bestaat, kan er ook geen ontheffing (vrijstelling) voor worden verleend. De toon is zakelijk en formeel, typerend voor ambtelijke stukken uit het midden van de 20e eeuw.
Historische Context
De term "Plaatselijk Verdeelkantoor" en de kwestie rondom "bezorgverboden" en "ontheffingen" wijzen sterk op de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel.
Er bestonden vaak beperkingen op het vervoer en de bezorging van goederen om brandstof te besparen of om de controle op de zwarte markt te vergroten. In dit specifieke geval lijkt er echter verwarring te zijn bij de aanvrager over de geldende regels voor de bezorging van groenten, die op dat moment blijkbaar (nog) niet aan een algeheel bezorgverbod onderhevig was.