Handgeschreven brief/klachtenbrief.
Origineel
Handgeschreven brief/klachtenbrief. 11 oktober 1943. G. v.d. Broek, Govert Flinckstraat 7 I, Amsterdam. Amsterdam 11.10.43 v. d. B.
Mijnheer Directeur
Wil u zoo ^goed wezen en eens
in den Courant te laten
zetten hoe veel vruit
een persoon in den week
van zijn groentenman
moet ontvangen als er is
want zij doen net wat
zij willen en als u zag
hoe veel vruit of er zwart
word verkocht zij staan ^en groente 's avonds
op den hoekken van straaten
den druksten buurten
en dan moest u eens mee
maken in den lossen van
den govert flinckstraat in
allen loossen en karrenver
huurderij Achtend
G v d Broek Govert flinckstr
7. I De schrijver van deze brief, G. v.d. Broek, klaagt bij een krantendirecteur over de wantoestanden in de groente- en fruithandel tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
* Onduidelijkheid over rantsoenen: De auteur verzoekt de krant om te publiceren op hoeveel fruit een burger recht heeft, omdat groentemannen zich niet aan de regels zouden houden ("zij doen net wat zij willen").
* Zwarthandel: Er wordt melding gemaakt van illegale verkoop van fruit en groente op straathoeken in drukke buurten tijdens de avonduren.
* Specifieke locatie: De auteur wijst specifiek op de Govert Flinckstraat in Amsterdam. Daar zou bij de "loossen" (loodsen) en karrenverhuurbedrijven op grote schaal 'zwart' gelost en verhandeld worden.
Het taalgebruik is informeel en bevat fonetische spellingen ("vruit" voor fruit, "loossen" voor loodsen, "hoekken" voor hoeken), wat duidt op een briefschrijver uit de arbeidersklasse. De brief dateert uit oktober 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot grote schaarste aan voedsel en goederen. Alles was "op de bon" (gerantsoeneerd), maar de officiële toewijzingen waren vaak onvoldoende. Dit werkte een bloeiende zwarte markt in de hand. In Amsterdamse volksbuurten zoals De Pijp (waar de Govert Flinckstraat ligt) was de spanning tussen de schaarste, de officiële distributie en de illegale handel dagelijks voelbaar. Burgers die zich benadeeld voelden door winkeliers die goederen achterhielden voor de zwarte markt, zochten soms hun heil in het schrijven van brieven naar instanties of kranten om de corruptie aan de kaak te stellen. B.
Samenvatting
De schrijver van deze brief, G. v.d. Broek, klaagt bij een krantendirecteur over de wantoestanden in de groente- en fruithandel tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
* Onduidelijkheid over rantsoenen: De auteur verzoekt de krant om te publiceren op hoeveel fruit een burger recht heeft, omdat groentemannen zich niet aan de regels zouden houden ("zij doen net wat zij willen").
* Zwarthandel: Er wordt melding gemaakt van illegale verkoop van fruit en groente op straathoeken in drukke buurten tijdens de avonduren.
* Specifieke locatie: De auteur wijst specifiek op de Govert Flinckstraat in Amsterdam. Daar zou bij de "loossen" (loodsen) en karrenverhuurbedrijven op grote schaal 'zwart' gelost en verhandeld worden.
Het taalgebruik is informeel en bevat fonetische spellingen ("vruit" voor fruit, "loossen" voor loodsen, "hoekken" voor hoeken), wat duidt op een briefschrijver uit de arbeidersklasse.
Historische Context
De brief dateert uit oktober 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot grote schaarste aan voedsel en goederen. Alles was "op de bon" (gerantsoeneerd), maar de officiële toewijzingen waren vaak onvoldoende. Dit werkte een bloeiende zwarte markt in de hand. In Amsterdamse volksbuurten zoals De Pijp (waar de Govert Flinckstraat ligt) was de spanning tussen de schaarste, de officiële distributie en de illegale handel dagelijks voelbaar. Burgers die zich benadeeld voelden door winkeliers die goederen achterhielden voor de zwarte markt, zochten soms hun heil in het schrijven van brieven naar instanties of kranten om de corruptie aan de kaak te stellen.