Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 20 oktober 1943. Onbekend (ondertekend door "De Directeur"), mogelijk een overheidsinstantie zoals de Crisis Controledienst (CCD) of een distributiekantoor. Hoofdbureau van Politie (afd. Economische Politie) te Amsterdam. Verzonden 20/10 [handgeschreven in paars]
SV
2c/73/2 M.
1
20 October 1943.
Aan het Hoofdbureau van
Politie
(afd. Economische Politie)
Marnixstraat 260-264,
Amsterdam-Centrum wijk 10
In bijlage dezes heb ik de eer U een
bij mijn dienst ingekomen brief te doen toe-
komen, met beleefd verzoek de behandeling
op U te willen nemen.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief dient als geleidebrief voor een bijlage (een andere brief). De afzender verzoekt de Economische Politie om de zaak die in de bijlage wordt beschreven verder af te handelen.
* Taalgebruik: Het document hanteert een zeer formele en beleefde ambtelijke stijl, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw ("heb ik de eer U... te doen toekomen", "met beleefd verzoek").
* Locatie: Het genoemde adres, Marnixstraat 260-264, was in 1943 inderdaad de locatie van het Amsterdamse hoofdbureau van politie.
* Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 20/10" is een typische administratieve handeling om de postgang te bevestigen. De dubbele onderstreping onder de plaatsnaam was destijds een gebruikelijke conventie in de correspondentie. * Historische periode: De brief is gedateerd in oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Economische Politie: Deze afdeling van de politie was tijdens de bezetting cruciaal voor het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de 'zwarte handel'. Vanwege de toenemende schaarste in 1943 werden controles strenger.
* Bureaucratie van de bezetting: Dit document illustreert de dagelijkse bureaucratische gang van zaken onder het bezettingsregime. Instanties stuurden klachten, meldingen of aangiften (de "bij mijn dienst ingekomen brief") naar elkaar door om de handhaving op gang te brengen. Vaak ging dit om zaken als illegale handel, het achterhouden van voorraden of overtredingen van de bonnenregelingen. Hoofdbureau Politie
Samenvatting
- Kernboodschap: De brief dient als geleidebrief voor een bijlage (een andere brief). De afzender verzoekt de Economische Politie om de zaak die in de bijlage wordt beschreven verder af te handelen.
- Taalgebruik: Het document hanteert een zeer formele en beleefde ambtelijke stijl, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw ("heb ik de eer U... te doen toekomen", "met beleefd verzoek").
- Locatie: Het genoemde adres, Marnixstraat 260-264, was in 1943 inderdaad de locatie van het Amsterdamse hoofdbureau van politie.
- Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 20/10" is een typische administratieve handeling om de postgang te bevestigen. De dubbele onderstreping onder de plaatsnaam was destijds een gebruikelijke conventie in de correspondentie.
Historische Context
- Historische periode: De brief is gedateerd in oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Economische Politie: Deze afdeling van de politie was tijdens de bezetting cruciaal voor het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de 'zwarte handel'. Vanwege de toenemende schaarste in 1943 werden controles strenger.
- Bureaucratie van de bezetting: Dit document illustreert de dagelijkse bureaucratische gang van zaken onder het bezettingsregime. Instanties stuurden klachten, meldingen of aangiften (de "bij mijn dienst ingekomen brief") naar elkaar door om de handhaving op gang te brengen. Vaak ging dit om zaken als illegale handel, het achterhouden van voorraden of overtredingen van de bonnenregelingen.