Administratieve brief/memorandum van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Administratieve brief/memorandum van de Gemeente Amsterdam. 31 augustus 1943 (stempel onderaan). Onbekend (geparafeerd met 'JD'). 3/15/1
Aan het Hoofdbureau Afd. Ass. Zaken
Raadhuis.
Hiermede bericht ik U,
voor Assurantiezaken te berichten,
dat, in verband met de opheffing per
9 Augustus 1943 van de markten welke
werden gehouden op de voormalige speel-
plaatsen Waterlooplein en Gaaspstraat,
deze terreinen weder ter beschikking van de afd.
Onderwijs zijn gekomen.
De voor rekening van marktwezen
verzekerde objecten:
Waterlooplein
opstal van hout f 3000.-
overkappingen met harde dekking f 4300.-
hek
Gaaspstraat
opstal portiershuisje f 2.250.-
afscheidingen 3/4 gedeelte f 3.375.-
moeten nu aan de afd. Onderwijs weer
overkomen.
[Paraaf JD]
31 AUG. 1943 * Taalgebruik: Formeel-administratief Nederlands, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* Inhoud: Het document meldt dat per 9 augustus 1943 de markten op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat zijn opgeheven. De terreinen (oorspronkelijk speelplaatsen) worden teruggegeven aan de Afdeling Onderwijs. Daarbij wordt de financiële waarde van de opstallen (houten gebouwen, overkappingen, hekken en een portiershuisje) gespecificeerd ten behoeve van de verzekeringsadministratie (Assurantiezaken).
* Systeem: Er wordt onderscheid gemaakt tussen "opstallen van hout" en zaken met een "harde dekking" (meestal dakpannen of bitumen), wat relevant is voor de brandverzekeringspremies. Dit document is historisch zeer significant vanwege de datum en de locaties:
- Waterlooplein en de Jodenvervolging: Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Tijdens de bezetting mochten Joden vanaf 1941 alleen nog op specifieke "Jodenmarkten" handelen. De "opheffing" van de markt in augustus 1943 markeert het bittere eindpunt van deze periode: na de grote razzia's van juni en juli 1943 was het overgrote deel van de Joodse bevolking gedeporteerd. De markt had letterlijk geen bezoekers of kooplieden meer.
- Gaaspstraat: Ook de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) kende een markt op een speelplaats die specifiek voor de Joodse bevolking was aangewezen tijdens de bezettingsjaren.
- Bureaucratie in oorlogstijd: Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie "gewoon" doorfunctioneerde tijdens de Holocaust. Terwijl de menselijke tragedie zich voltrok, hielden ambtenaren zich nauwgezet bezig met de verzekeringswaarde van houten hokjes en de overdracht van terreinen tussen de afdelingen Marktwezen en Onderwijs.
Samenvatting
- Taalgebruik: Formeel-administratief Nederlands, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit de eerste helft van de 20e eeuw.
- Inhoud: Het document meldt dat per 9 augustus 1943 de markten op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat zijn opgeheven. De terreinen (oorspronkelijk speelplaatsen) worden teruggegeven aan de Afdeling Onderwijs. Daarbij wordt de financiële waarde van de opstallen (houten gebouwen, overkappingen, hekken en een portiershuisje) gespecificeerd ten behoeve van de verzekeringsadministratie (Assurantiezaken).
- Systeem: Er wordt onderscheid gemaakt tussen "opstallen van hout" en zaken met een "harde dekking" (meestal dakpannen of bitumen), wat relevant is voor de brandverzekeringspremies.
Historische Context
Dit document is historisch zeer significant vanwege de datum en de locaties:
- Waterlooplein en de Jodenvervolging: Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Tijdens de bezetting mochten Joden vanaf 1941 alleen nog op specifieke "Jodenmarkten" handelen. De "opheffing" van de markt in augustus 1943 markeert het bittere eindpunt van deze periode: na de grote razzia's van juni en juli 1943 was het overgrote deel van de Joodse bevolking gedeporteerd. De markt had letterlijk geen bezoekers of kooplieden meer.
- Gaaspstraat: Ook de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) kende een markt op een speelplaats die specifiek voor de Joodse bevolking was aangewezen tijdens de bezettingsjaren.
- Bureaucratie in oorlogstijd: Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie "gewoon" doorfunctioneerde tijdens de Holocaust. Terwijl de menselijke tragedie zich voltrok, hielden ambtenaren zich nauwgezet bezig met de verzekeringswaarde van houten hokjes en de overdracht van terreinen tussen de afdelingen Marktwezen en Onderwijs.