Archief 745
Inventaris 745-398
Pagina 112
Dossier 4
Jaar 1943
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam.

19 maart 1943.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam. 19 maart 1943. No. 4/4/1 M. 1943 13/7
No. 264/20.3 Fin. 1943.
286 LM 1943

Vaststelling van den staat, aangevende welke afdeeling of dienst verantwoordelijk is voor elk nummer der begrooting voor het dienstjaar 1943.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 19 Maart 1943.

De Wethouder voor de Financiën deelt mede,
dat in het besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 Januari 1905, No. 468, o.m. is bepaald, dat ten opzichte van elk nummer of, voor zooveel noodig, van elk artikel van een nummer, of onderdeel van dat artikel, voorkomende op de begrooting der gewone uitgaven, zal worden aangegeven, welke afdeeling of welke dienst verantwoordelijk is voor de overschrijding van het bedrag van den post, onder het nummer, artikel of onderdeel daarvan toegestaan,
dat, na genoemd besluit, n.l. bij de wet van 30 December 1909, Staatsblad No. 416, wijziging is gebracht in de bepalingen der Gemeentewet betreffende het geldelijk beheer, door opneming van art. 114 bis (thans 122), dat den Gemeenteraad de bevoegdheid geeft ter zake van met name aangewezen inkomsten en betalingen andere regelen te stellen dan in de artikelen 113 en 114 (thans 120 en 121) der Gemeentewet zijn opgenomen,
dat de Gemeenteraad, laatstelijk bij zijn besluit van 2 Maart 1932 van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, o.a. door vaststelling van "Regelen krachtens art. 122 der Gemeentewet bij diverse takken van dienst", waarbij tevens is vastgesteld een staat, waarin zijn vermeld de uitgaven, waarvan de betaling in afwijking van art. 121 der Gemeentewet zal plaats hebben en waarin, voor elk der genoemde uitgaven, een beheerder in den zin van genoemde "Regelen" is aangewezen, (Gemeenteblad 1932, afd. 3, Volgnummer 19 en Gemeenteblad 1938, afd. 3, Volgnummer 97),
dat sedert de vaststelling van vorenbedoelden staat, voorloopige voorzieningen zijn getroffen bij besluiten van Burgemeester en Wethouders van 9 Februari 1940, No. 170/20.3 Fin. 1940 en 22 Maart 1940, No. 385/20.3 Fin., betreffende onderscheidenlijk het Bureau voor Propaganda en Vreemdelingenverkeer, het Distributiebureau en de kosten van de hulpbrandweer,
dat in genoemde "Regelen" voorschriften zijn opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van beheerders van volgnummers der begrooting van uitgaven waarvan hun het beheer is opgedragen,
dat vorengenoemd besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 Januari 1905, No. 468, voor zooveel betreft de volgnummers der begrooting van uitgaven waarvoor een beheerder is aangewezen, derhalve zijn kracht heeft verloren,
dat ten gevolge van nieuwe posten in de begrooting, de staat behoorende bij bovengenoemde "Regelen" niet volledig meer is,
dat derhalve thans enkel nog ten aanzien van de volgnummers der begrooting van uitgaven voor 1943 welke niet in den staat, behoorende bij bovengenoemde "Regelen", zooals deze voorloopig bij bovengenoemde besluiten van Burgemeester en Wethouders is aangevuld, zijn opgenomen, bepaald behoort te worden, welke afdeeling of dienst verantwoordelijk is voor het bedrag van den post, onder het nummer, artikel of onderdeel daarvan toegestaan,
dat het tevens wenschelijk is geen onzekerheid te laten bestaan omtrent de verantwoordelijkheid voor ontvangst- en uitgaafposten, waarvan het gebruikelijk is ze buiten de begrooting te behandelen, de z.g. "buitenrekeningposten".
Op voorstel van den Wethouder voornoemd, wordt door den Burgemeester besloten tot vaststelling van den aan hem overgelegden staat, aangevende voor zoover noodig, de afdeeling of de dienst, die verantwoordelijk wordt gesteld voor elk nummer en eventueel voor elk artikel of onderdeel daarvan, behoorende tot de begrooting der uitgaven voor het dienstjaar 1943 en van de ontvangsten en uitgaven der z.g. "buitenrekeningposten".
Afschrift van dit besluit, met bijbehoorenden staat, zal worden gegeven aan de afdeeling Financiën (10 stuks), en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

C.S. Stadhuis
A'dam 4-'43
No. 8. Dit document is een ambtelijk besluit betreffende de financiële administratie en de verantwoording van de begroting van de gemeente Amsterdam voor het jaar 1943. Het hoofddoel is om juridische en administratieve duidelijkheid te scheppen over welke specifieke gemeentelijke afdeling of dienst verantwoordelijk is voor elke post op de begroting, inclusief eventuele overschrijdingen.

Het besluit integreert oudere regelgeving (uit 1905, 1909 en 1932) met meer recente besluiten uit 1940 die noodzakelijk waren geworden door de oorlogsomstandigheden, zoals de oprichting van het Distributiebureau en de hulpbrandweer. Tevens wordt de verantwoording voor de zogenaamde "buitenrekeningposten" (financiële handelingen die buiten de reguliere jaarbegroting vallen) hiermee vastgelegd. Het document dateert uit maart 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het document een droog, bureaucratisch karakter heeft, weerspiegelt het de bestuurlijke realiteit van die tijd:

  1. Burgemeestersregime: Sinds 1941 was de democratische Gemeenteraad door de bezetter buiten werking gesteld. Besluiten werden genomen door de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). Hoewel er nog sprake is van "Wethouders", functioneerden zij onder dit nieuwe regime.
  2. Oorlogsinstituten: De vermelding van het "Distributiebureau" en de "hulpbrandweer" is typerend voor 1943. Het Distributiebureau was cruciaal voor de bonnenkaartregeling (voedsel en goederen), terwijl de hulpbrandweer nodig was vanwege de toenemende dreiging van geallieerde luchtaanvallen.
  3. Continuïteit: Het document toont aan dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de bezetting, de strikte bureaucratische en financiële procedures van voor de oorlog probeerde voort te zetten om de stad bestuurbaar te houden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk besluit betreffende de financiële administratie en de verantwoording van de begroting van de gemeente Amsterdam voor het jaar 1943. Het hoofddoel is om juridische en administratieve duidelijkheid te scheppen over welke specifieke gemeentelijke afdeling of dienst verantwoordelijk is voor elke post op de begroting, inclusief eventuele overschrijdingen.

Het besluit integreert oudere regelgeving (uit 1905, 1909 en 1932) met meer recente besluiten uit 1940 die noodzakelijk waren geworden door de oorlogsomstandigheden, zoals de oprichting van het Distributiebureau en de hulpbrandweer. Tevens wordt de verantwoording voor de zogenaamde "buitenrekeningposten" (financiële handelingen die buiten de reguliere jaarbegroting vallen) hiermee vastgelegd.

Historische Context

Het document dateert uit maart 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het document een droog, bureaucratisch karakter heeft, weerspiegelt het de bestuurlijke realiteit van die tijd:

  1. Burgemeestersregime: Sinds 1941 was de democratische Gemeenteraad door de bezetter buiten werking gesteld. Besluiten werden genomen door de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). Hoewel er nog sprake is van "Wethouders", functioneerden zij onder dit nieuwe regime.
  2. Oorlogsinstituten: De vermelding van het "Distributiebureau" en de "hulpbrandweer" is typerend voor 1943. Het Distributiebureau was cruciaal voor de bonnenkaartregeling (voedsel en goederen), terwijl de hulpbrandweer nodig was vanwege de toenemende dreiging van geallieerde luchtaanvallen.
  3. Continuïteit: Het document toont aan dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de bezetting, de strikte bureaucratische en financiële procedures van voor de oorlog probeerde voort te zetten om de stad bestuurbaar te houden.

Locaties

Stadhuis Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Waterlooplein 1.954 1/2
Aal en paling Waterlooplein 154.200
Aal en paling Waterlooplein 1.025
Aandeel huur hoofdkantoor Waterlooplein
Aankoop kisten Waterlooplein
Aantal auto’s (mosselen) Waterlooplein ---
Aantal vaartuigen Waterlooplein 54
Aantal vaartuigen Waterlooplein 77
Aantal wagons (mosselen) Waterlooplein ---
Aardap.: Waterlooplein 216.830.550
Aardap.: Waterlooplein 216.830.830
W. Fruithof Waterlooplein 550
Aard.gr.fruit Waterlooplein 173
Aard.gr.fruit Waterlooplein -359
Aard.gr.fruit Waterlooplein -172
Afschrijving dubieuze debiteuren Waterlooplein
Afschrijving dubieuze debiteuren Waterlooplein
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Waterlooplein 02
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Waterlooplein
Af te dragen Loonbelasting Waterlooplein
Af te dragen Loonbelasting Waterlooplein 84
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.456
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.456
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9816 / 15.456
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6