Archiefdocument
Origineel
- 4 -
soneelsvoorziening daarvoor speciaal ingestelde afdeeling.
Aanvoer groenten, fruit en aardappelen.
Evenals het vorige jaar heeft ook dit keer de aan-
voer van diverse soorten groenten en voornamelijk fruit,
door het wegvallen van overzeesche importen, den nadee-
ligen invloed van de oorlogsomstandigheden ondergaan.
Bovendien bemoeilijkte de in het begin van Januari inge-
vallen vorstperiode een regelmatigen aanvoer van deze
producten.
De totale hoeveelheid groenten in 1942 aangevoerd
op de Centrale Markt wordt geschat op 79.029.900 kg met
een waarde van f. 11.784.829.-- (vorige jaar 69.108.755 kg.
met een waarde van f. 8.815.900.--),
Van deze groenten was de herkomst in % uitgedrukt,
als volgt: Amsterdam en omstreken 12,5 (v.j. 22.7); West-
land 10.8 (v.j. 12.9); Langendijk 15.4 (v.j. 14.1); De
Streek 18.6 (v.j. 14.9); Bollenstreek 8.2 (v.j. 7.1);
Kennemerland 3.6.(v.j. 4.5); Delfland 5.1 (v.j. 4.8);
Purmerend 2.1 (v.j. 2.5); Friesland 2.2 (v.j. 2.7); Roelof-
arendsveen 2.8 (v.j. 2.9); Zeeland 8.4 (v.j. 5) diverse
plaatsen binnenland 12 (v.j. 5.7); diverse plaatsen buiten-
land 0.2 (v.j. 0.2).
De aanvoeren uit het buitenland bestonden uit bloem-
kool (Italie).
De totale hoeveelheid fruit, in 1942 aangevoerd op
de Centrale Markt wordt geschat op 13.711.600 kg met een
waarde van f. 6.577.362.-- (v.j. 18.995.185 kg met een
waarde van f. 6.690.665.--); hiervan was 93.5% (v.j. 83.6%)
uit eigen land afkomstig en 6.5% (v.j. 11.4%) uit het
buitenland.
De binnenlandsche aanvoeren waren in procenten uit-
gedrukt, als volgt: 11.4 (v.j. 36.6) afkomstig uit Gelder-
land; 8.2 (v.j. 11.7) uit Utrecht; 11.7 (v.j. 18.2) uit
Noordholland; 10.5 (v.j. 11.1) uit het Westland 3.7 (v.j.
5.5) uit Zuidholland; 13.2 (v.j. 12.6) uit Zeeland; 3.9
(v.j. 3.2) uit Noordbrabant; 1 (v.j. 2.1) uit Limburg).
De buitenlandsche aanvoer was afkomstig uit Italie,
namelijk citroenen, mandarijnen, sinaasappelen (totaal
468.000 kg) en uit Spanje namelijk sinaasappelen (425.700 kg).
De totale hoeveelheid aardappelen in 1942 op de
Centrale Markt en elders in de stad aangevoerd wordt ge-
schat op 216.830.880 kg met een waarde van f. 13.364.328.--
(vorig jaar 147.858.000 kg met een waarde van f. 8.284.575,--)
De herkomst was in procenten uitgedrukt als volgt:
Drente 53 (v.j. 42); Italie --- (v.j. 0,8); Noordholland
17.5 (v.j. 17); Zeeland 27.7 (v.j. 26); Friesland 1.3 (v.j.
2.4); diverse plaatsen 0.5 (v.j. 11.8).
De waarde van den aanvoer van bloemen in den zooge-
naamden bloemenhoek op de Centrale Markt bedroeg f. 142.215.--
(vorig jaar f. 68.600,--).
In het koelhuis werden de volgende soorten groenten
en fruit opgeslagen: Andijvie, asperges, augurken, bieten,
bloemkool, doperwten, kervel, komkommers, koolrapen, kool-
rabi, kropsla, peterselie, postelein, peulen, raapstelen,
radijs, selderij, sluitkool, snijboonen, spercieboonen,
spinazie, spitskool, spruitjes, tomaten, uien, wortelen,
aardbeien, appelen, bessen, bramen, citroenen, druiven,
frambozen, kersen, peren, perziken, pruimen, sinaasappelen.
Verder nog aardappelen, bloemen, boter en conserven. Het document geeft een kwantitatief inzicht in de logistiek van de voedselvoorziening in oorlogstijd.
* Groenten: Ondanks de oorlog nam het volume groenten toe van 69 naar 79 miljoen kg. Opvallend is de verschuiving in herkomst: de directe omgeving van Amsterdam leverde bijna 50% minder (van 22,7% naar 12,5%), wat gecompenseerd werd door grotere aanvoer uit Zeeland en andere binnenlandse regio's.
* Fruit: Hier is een forse daling zichtbaar (bijna 30% minder volume). De import van overzee was weggevallen; de resterende import (6,5%) kwam uit de as-mogendheden en bondgenoten (Italië en Spanje). De aanvoer uit Gelderland, traditioneel een grote fruitregio, zakte dramatisch van 36,6% naar 11,4%.
* Aardappelen: Er is een enorme stijging in de aanvoer (van 147 naar 216 miljoen kg), wat wijst op het toenemende belang van de aardappel als basisvoedsel naarmate andere producten schaarser werden. Drente leverde meer dan de helft van het totaal.
* Koelhuis: De lijst van producten in het koelhuis is opvallend divers, variërend van basisgroenten tot exotisch fruit (citroenen) en luxegoederen (boter, bloemen), wat duidt op gecentraliseerde opslag en beheer van schaarse middelen. Dit verslag stamt uit 1943 en blikt terug op het oorlogsjaar 1942 tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een toenemende schaarste, rantsoenering en een strikte controle op de markt door de bezetter. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als het distributieknooppunt voor de stad. De genoemde "vorstperiode in Januari" verwijst naar de extreem strenge winter van 1941-1942, die de oogst en het transport (per schip en as) ernstig hinderde. Het wegvallen van de overzeese import was een direct gevolg van de geallieerde blokkade en de verandering van de Nederlandse economie in een "Grossraumwirtschaft" gericht op het Europese continent. De handel met Italië en Spanje was in deze jaren nog mogelijk vanwege de politieke banden tussen het regime in Berlijn en deze landen.