Officieel jaarverslag of administratief rapport betreffende marktwezen en standplaatsen.
Origineel
Officieel jaarverslag of administratief rapport betreffende marktwezen en standplaatsen. - 10 -
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f. 3.524,65 (v.j. f. 6.417,20).
Deze mindere opbrengst is eveneens hoofdzakelijk een gevolg van de maatregelen genoemd onder de algemeene dagmarkten.
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatseningenomen - de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1941: Westerstraat 4.555 (15.395); Sumtra-straat 1.067 (2437); Jan Evertsenstraat 2.129 x (2889); Noordermarkt 2.903 (5619); Amstelveid 4.196 (6637); Mosplein 1.894 x (5775); totaal 16.744 (v.j. 38.752).
x In deze cijfers zijn ook begrepen de dagplaatsen ingenomen op de tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt, welke ter plaatse wordt gehouden.
Halfjaarplaatsen en weekplaatsen werden hier niet ingenomen.
IV. STANDPLAATSEN BUITEN DE MARKTEN.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen door den Burgemeester in 1942 verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.
| Artikelen | bij het begin van het jaar | in den loop van het jaar | aan het einde v.h. jaar |
| :--- | :---: | :---: | :---: | :---: |
| | | uitgereikt | ingetrokken | |
| Eet- of drinkwaren. | 359 | 35 | 163 | 231 |
| Bloemen. | 182 | 32 | 88 | 126 |
| Diverse artikelen. | 8 | — | 2 | 6 |
| Totaal: | 549 | 67 | 253 | 363 |
Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar 47 voor een gedeelte van het jaar verleend. Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst werden 85 (v.j. 108) tijdelijke vergunningen uitgereikt.
De belangrijke achteruitgang van het aantal standplaatshouders is deels een gevolg van diverse door de Overheid op het gebied van den straathandel in consumptieartikelen getroffen maatregelen, zooals de regeling voor den bovenomschreven verkoop van visch, deels ontstaan als gevolg van maatregelen van de bezettende macht.
Degenen, die op hun standplaats geen visch meer mochten verkoopen, konden om het recht op die standplaats te behouden, hun vergunning bij den dienst deponeeren; tijdens de periode, dat de vergunningen geblokkeerd zijn wordt vrijstelling van standplaatsgeld verleend.
De opbrengst der standplaatsgelden bedroeg f. 11.260,02 (v.j. f. 15.810,91). Hierin is begrepen een bedrag van f. 3.333,48 (v.j. f. 4.915,50) wegens het zoogenaamde kramengeld.
V. VENTVERORDENING.
Op 1 Januari waren door den Burgemeester verleend 2408 vent- opkoopersvergunningen: op 31 December bedroeg dit aantal 1404.
Van de aantallen ventvergunningen der diverse groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd: aardappelen, groenten en fruit 554 - 173; bloemen en planten 426 - 310; brandstoffen (w.o. petroleum) 39 - 20; geringe eetwaren en consumptie-ijs 321 - 288; visch en zuurwaren 480 - 109; boter, kaas en eieren 59 - 26; diversen en manufacturen 240 - 166.
--- * Drastische afname: Het document toont een scherpe daling in bijna alle commerciële straatactiviteiten tussen 1941 en 1942. Het totaal aantal ingenomen dagplaatsen op markten daalde van 38.752 naar 16.744 (een daling van meer dan 50%).
* Financiële impact: De inkomsten uit marktgeld en standplaatsgelden zijn evenredig gedaald, wat duidt op een krimpende lokale economie.
* Sectoren: Vooral de handel in visch en zuurwaren (van 480 naar 109 vergunningen) en aardappelen/groenten/fruit (van 554 naar 173) laat een enorme achteruitgang zien bij de ventvergunningen.
* Administratieve taal: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "visch", "zoogenaamde", "aan den", "vorig jaar" afgekort als v.j.).
--- Dit document is opgesteld in 1942, het tweede volledige jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De tekst reflecteert de economische ontwrichting die door de oorlog werd veroorzaakt.
De tekst noemt expliciet de "bezettende macht" als oorzaak voor de achteruitgang. De daling van het aantal vergunningen kan worden toegeschreven aan verschillende factoren die inherent waren aan de bezettingstijd:
1. Schaarschte en distributie: Door de invoering van het distributiestelsel (bonnen) werd de vrije handel op straat en markten aan banden gelegd.
2. Anti-Joodse maatregelen: Hoewel niet expliciet in deze tekst genoemd, werden Joodse marktkooplieden en venters in 1941 en 1942 stelselmatig uitgesloten van handel en markten (zoals de Westerstraat en Noordermarkt), wat een significante invloed had op de totale aantallen.
3. Grondstoffentekort: Sectoren zoals brandstoffen (petroleum) en textiel (manufacturen) leden onder grote tekorten, wat de handel nagenoeg onmogelijk maakte.
4. Specifieke regelgeving: De vermelding over de verkoop van visch duidt op specifieke beperkingen of centralisatie van de voedselvoorziening door de bezetter. Marktwezen