Archiefdocument
Origineel
Niet expliciet vermeld, maar de inhoud (verwijzing naar de 'Nederlandsche Visscherij Centrale') duidt op de periode van de Tweede Wereldoorlog (ca. 1941-1944). [Handgeschreven in de marge linksboven:]
Dat is dus nog
dat geen geld
overblijft voor
het stelsel
van verplichte
aanvoer van de
visch
aan de
afslag
[Getypte tekst:]
- 20 -
aanvoer aan het buitenterrein stopgezet, hetgeen
een verklaring vormt voor de verminderde opbreng-
sten van den aanvoer op dit terrein.
De opbrengst der heffingen op den verkoop
van visch (de vroegere afslaggelden) vermeerderde
daarentegen sterk tengevolge van de nieuw inge-
voerde maatregelen, waardoor alle voor Amsterdam
bestemde visch uitsluitend via den afslag wordt
aangevoerd.
De aanvoer en verdeeling van mosselen
aan den afslag bleef geschieden via een uit den
handel gevormde combinatie in samenwerking met
de Nederlandsche Visscherij Centrale en het
Centraal Verkoopkantoor van Mosselen te Bergen
op Zoom, met dien verstande, dat met ingang van
het nieuwe seizoen in September bij Besluit van
den Burgemeester werd bepaald, dat de verkoop
door den kleinhandel voortaan - buiten den verkoop
in vischwinkels en vischhallen te Amsterdam -
uitsluitend zou geschieden op de verkoopplaatsen,
door den Burgemeester o.m. aangewezen voor den
verkoop van zee- en zoetwatervisch en garnalen.
Evenals met laatstgenoemde vischsoorten De tekst beschrijft de herstructurering van de vis- en mosselhandel in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Centralisatie: De aanvoer op het 'buitenterrein' is stopgezet. Alle vis bestemd voor Amsterdam moet nu verplicht via de centrale afslag worden verhandeld.
2. Financiële impact: Door deze verplichte aanvoer zijn de inkomsten uit heffingen (de voormalige afslaggelden) aanzienlijk gestegen, ondanks een daling van de aanvoer op andere terreinen.
3. Mosselhandel: De distributie van mosselen wordt streng gereguleerd via een combinatie van de handel, de 'Nederlandsche Visscherij Centrale' en het 'Centraal Verkoopkantoor van Mosselen' in Bergen op Zoom.
4. Regulering van de kleinhandel: Per burgemeestersbesluit is de verkoop van vis buiten de reguliere winkels en hallen aan banden gelegd; ambulante handel of losse verkoop mag alleen nog plaatsvinden op door de burgemeester aangewezen locaties. Het document weerspiegelt de toenemende overheidsbemoeienis en centralisatie van de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) werd in 1941 opgericht om de vissector onder controle van de bezetter en de Nederlandse overheid te brengen, onder meer voor de distributie en prijsbeheersing. De strikte regulering van verkoopplaatsen diende waarschijnlijk om controle op de zwarte handel te verstevigen en de inning van belastingen en heffingen te garanderen in een tijd van schaarste. De grote rode 'Z' op het document is een typisch archiefkenmerk dat aangeeft dat een stuk is afgehandeld of gecontroleerd.