Getypte ambtelijke tekst op doorslagpapier (groen), voorzien van handgeschreven correcties en een paginanummer.
Origineel
Getypte ambtelijke tekst op doorslagpapier (groen), voorzien van handgeschreven correcties en een paginanummer. - 24 -
~~resp.~~ met ingang van 16 Juni ~~en 20 Juni~~, aan-
gewezen als hulpmarkt ~~tijdelijke hulpmarkt, van de~~
~~Aalsmeer- - markt~~
~~algemeene dagmarkt~~ uitsluitend voor Joodsche
verkoopers, koopers en bezoekers, met dien
verstande, dat op deze markten alleen groente
en nader aan te wijzen levensmiddelen ter ~~xx~~
markt mogen worden gebracht (Gemeenteblad
1942 afd. 3 ~~resp.~~ volgno. ~~70 en~~ 71).
De opbrengst aan marktgeld bedroeg:
f. 61.863.- (v.j. f. 71.489,45)
Deze mindere opbrengst is voorname-
lijk een gevolg van de maatregelen van Hooger
hand in verband met de buitengewone omstandig
heden genomen.
Het hieronder volgende staatje geeft
een overzicht van de in 1941 en 1942 inge-
nomen plaatsen. * Inhoud: De tekst beschrijft de aanwijzing van een specifieke markt (waarschijnlijk de markt aan de Gaaspstraat of het Waterlooplein) als 'hulpmarkt' die uitsluitend toegankelijk was voor Joodse burgers. Er wordt melding gemaakt van beperkingen op het assortiment (alleen groenten en specifieke levensmiddelen).
* Financieel aspect: De opbrengst aan marktgeld is aanzienlijk gedaald ten opzichte van het vorige jaar (v.j.).
* Taalgebruik: De daling in inkomsten wordt eufemistisch toegeschreven aan "maatregelen van Hooger hand" (een verwijzing naar verordeningen van de Duitse bezetter) in verband met "buitengewone omstandigheden" (de oorlog en bezetting).
* Correcties: De handgeschreven wijzigingen tonen een redactioneel proces waarbij de status van de markt wordt aangepast van een "tijdelijke hulpmarkt" naar simpelweg "hulpmarkt", en verwijzingen naar de algemene dagmarkt worden geschrapt om de segregatie administratief vast te leggen. Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische verwerking van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 voerde de bezetter, vaak met medewerking van het Nederlandse ambtenarenapparaat, een politiek van isolatie uit. Joden werden verbannen uit het openbare leven en mochten alleen nog kopen en verkopen op speciaal daarvoor aangewezen 'Joodsche markten'.
De tekst illustreert hoe de uitsluiting van een bevolkingsgroep werd genormaliseerd in de gemeentelijke administratie en boekhouding. De "mindere opbrengst" waarover gesproken wordt, is het directe resultaat van het systematisch ontnemen van bestaansmiddelen en bewegingsvrijheid van de Joodse Amsterdammers. De verwijzing naar het 'Gemeenteblad 1942' duidt op de officiële publicatie van deze discriminerende verordeningen.