Typschrift (mogelijk een pagina uit een jaarverslag of administratief verslag van een gemeentelijke marktdienst).
Origineel
Typschrift (mogelijk een pagina uit een jaarverslag of administratief verslag van een gemeentelijke marktdienst). Betreft de periode juni 1942 (tijdens de Duitse bezetting). - 24 -
resp. met ingang van 16 Juni en 20 Juni, aan-
gewezen als tijdelijke hulpmarkt, van de
algemeene dagmarkt uitsluitend voor Joodsche
verkoopers, koopers en bezoekers, met dien
verstande, dat op deze markten alleen groente
en nader aan te wijzen levensmiddelen ter
markt mogen worden gebracht (Gemeenteblad
1942 afd. 3 resp. volgno. 70 en 71).
De opbrengst aan marktgeld bedroeg:
f. 61.863.- (v.j. f. 71.489,45)
Deze mindere opbrengst is voorname-
lijk een gevolg van de maatregelen van Hooger
hand in verband met de buitengewone omstandi-
heden genomen.
Het hieronder volgende staatje geeft
een overzicht van de in 1941 en 1942 inge-
nomen plaatsen. De tekst beschrijft de formele instelling van gesegregeerde markten in juni 1942. Belangrijke punten in de tekst zijn:
- Segregatie: Er wordt melding gemaakt van een "hulpmarkt" die "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, koopers en bezoekers" bestemd is. Dit markeert het moment waarop de Joodse bevolking uit het openbare economische leven werd verstoten en geïsoleerd.
- Beperkingen: Het assortiment op deze markten was beperkt tot groenten en specifiek aangewezen levensmiddelen.
- Financiële impact: Er is een duidelijke daling in de opbrengst van het marktgeld zichtbaar (van ruim 71.000 gulden naar bijna 62.000 gulden).
- Eufemismen: De tekst gebruikt ambtelijk-eufemistisch taalgebruik. De anti-Joodse verordeningen van de bezetter worden omschreven als "maatregelen van Hooger hand" en de oorlog en vervolging als "buitengewone omstandigheden". Dit document is een direct bewijsstuk van de uitvoering van de Holocaust (Shoah) op administratief niveau in Nederland, waarschijnlijk in Amsterdam (gezien de verwijzing naar het Gemeenteblad en de specifieke data).
In mei en juni 1942 vaardigde de Duitse bezetter verordeningen uit die Joden verboden om op reguliere markten te komen. In Amsterdam werden specifieke markten aangewezen (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Transvaalplein) waar alleen Joden mochten handelen en kopen. Niet-Joden kregen een toegangsverbod voor deze plekken. De "mindere opbrengst" waar het document over spreekt, is een direct gevolg van de economische beroving en uitsluiting van de Joodse burgers. De genoemde data (16 en 20 juni 1942) vallen samen met de periode waarin de Jodenvervolging in Nederland radicaliseerde; kort hierna, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties naar de kampen.
Samenvatting
De tekst beschrijft de formele instelling van gesegregeerde markten in juni 1942. Belangrijke punten in de tekst zijn:
- Segregatie: Er wordt melding gemaakt van een "hulpmarkt" die "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, koopers en bezoekers" bestemd is. Dit markeert het moment waarop de Joodse bevolking uit het openbare economische leven werd verstoten en geïsoleerd.
- Beperkingen: Het assortiment op deze markten was beperkt tot groenten en specifiek aangewezen levensmiddelen.
- Financiële impact: Er is een duidelijke daling in de opbrengst van het marktgeld zichtbaar (van ruim 71.000 gulden naar bijna 62.000 gulden).
- Eufemismen: De tekst gebruikt ambtelijk-eufemistisch taalgebruik. De anti-Joodse verordeningen van de bezetter worden omschreven als "maatregelen van Hooger hand" en de oorlog en vervolging als "buitengewone omstandigheden".
Historische Context
Dit document is een direct bewijsstuk van de uitvoering van de Holocaust (Shoah) op administratief niveau in Nederland, waarschijnlijk in Amsterdam (gezien de verwijzing naar het Gemeenteblad en de specifieke data).
In mei en juni 1942 vaardigde de Duitse bezetter verordeningen uit die Joden verboden om op reguliere markten te komen. In Amsterdam werden specifieke markten aangewezen (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Transvaalplein) waar alleen Joden mochten handelen en kopen. Niet-Joden kregen een toegangsverbod voor deze plekken. De "mindere opbrengst" waar het document over spreekt, is een direct gevolg van de economische beroving en uitsluiting van de Joodse burgers. De genoemde data (16 en 20 juni 1942) vallen samen met de periode waarin de Jodenvervolging in Nederland radicaliseerde; kort hierna, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties naar de kampen.