Handgeschreven ambtelijke notitie/verslagdeel.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/verslagdeel. (12)
Door het opnemen van de zeevisch en de groote
visch in de verdeelregeling, werd alle aanvoer
aan het buitenterrein stopgezet, hetgeen
als verklaring vormt voor de verminderde
opbrengsten van de aanvoer op dit terrein.
(Invoeging boven regel 6: Heffingen op den verkoop van visch (de magere vischgelden))
De opbrengst der ~~legaten~~ verminderde
daarentegen, sterk ten gevolge van de nieuw ingevoerde
maatregelen, waardoor alleen de reeds bekende visch uitsluitend voor de
afslag wordt aangevoerd.
De aanvoer en verdeeling van mosse-
len aan de afslag bleef geschieden via
een uit den handel gevormde combi-
natie in samenwerking met de Neder-
landsche Visscherij-centrale en het Centraal
Verkoophuis v. mosselen te Bergen op
Zoom, met dien verstande, dat met
ingang van het nieuwe seizoen, bij besluit
van den Burgemeester werd bepaald,
dat de verkoop door den kleinhandel
~~voortaan uitsluitend zou geschieden~~
– buiten de verkoop in vischwinkels
en vischhallen te Amsterdam – in de buitenlucht
zou geschieden op de verkoopplaatsen,
door den Burgemeester o.m. aangewezen
voor den verkoop van zee- en zoetwater-
visch en garnalen. Het ~~venten met~~
~~deze~~ evenals met laatstgenoemde
vischsoorten werd de handel, ook het venten,
met mosselen verboden. Dit document beschrijft de bureaucratische controle op de vismarkt. De kernpunten zijn:
* Centralisatie: De opname van diverse vissoorten in een "verdeelregeling" leidde tot het stilleggen van de vrije aanvoer op "het buitenterrein". Dit duidt op een verschuiving van vrije markt naar een door de overheid gecontroleerd systeem.
* Inkomsten: Er is sprake van een daling in opbrengsten (waarschijnlijk voor de gemeente of de visafslag) door nieuwe maatregelen die de aanvoer beperken tot specifieke vissoorten die voor de afslag bestemd zijn.
* Organisatie van de mosselhandel: De distributie van mosselen werd strikt georganiseerd via een combinatie van handelaren, de "Nederlandsche Visscherij-centrale" en het "Centraal Verkoophuis" in Bergen op Zoom.
* Ruimtelijke ordening en verkoop: De burgemeester van Amsterdam stelde strikte regels op voor waar vis en mosselen verkocht mochten worden. Verkoop in de buitenlucht werd beperkt tot specifiek aangewezen plaatsen, en het "venten" (straatverkoop buiten de vaste plekken) werd voor mosselen expliciet verboden. De tekst moet geplaatst worden in de context van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (1940-1945). Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan voedsel, waaronder vlees. Vis en mosselen werden belangrijke alternatieve eiwitbronnen, maar de bezetter en de Nederlandse distributieorganen stelden strenge regels op om de voedselstroom te beheersen en zwarte handel tegen te gaan.
De "Nederlandsche Visscherij-centrale" was een orgaan dat in deze periode toezag op de naleving van de distributieregels. De beperking van de verkoop tot viswinkels, vishallen en aangewezen openluchtplaatsen in Amsterdam was bedoeld om de controle op prijzen en kwaliteit te vergemakkelijken. Het verbod op venten was een bekende maatregel om ongereguleerde handel op straat uit te bannen. Dit document is waarschijnlijk een kladverslag of een beleidsnotitie van de Amsterdamse marktmeester of een ambtenaar van de afdeling Voedselvoorziening.