Statistische tabel en grafiek, waarschijnlijk afkomstig uit een ambtelijk verslag over economische controle of marktwezen tijdens de bezetting.
Origineel
Statistische tabel en grafiek, waarschijnlijk afkomstig uit een ambtelijk verslag over economische controle of marktwezen tijdens de bezetting. 1942 (gegevens over de periode 31 mei 1942 tot 31 december 1942). [Linkerpagina]
Staat VI
Recapitulatie
Aantal vergunningen
op 31 Mei 1942 2517
op 31 December 1942 1404
verminderd met 1113
[Rechterpagina]
Staat VII Grafiek naar artikelwijzigingen
[Verticale as 0-50]
Naar andere artikelen in procenten naar gemiddeld aantal venters in de betrokken branche.
[Rechtsboven bij legenda:] Van andere artikelen.
Verklaring van:
I = aard. groente, fruit
II = vischsoorten, haring en zuurwaren
III = bloemen en planten
IV = ijs, kl. eetwaren e.d.
V = brandstoffen
VI = opkoopers
[Data in de grafiek, per categorie twee staven: gearceerd = 'naar andere', blanco = 'van andere']
I: 9.6% (gearceerd), 5.9% (blanco)
II: 12% (gearceerd), 4.4% (blanco)
III: 7.9% (gearceerd), 9% (blanco)
IV: 6.3% (gearceerd), 11% (blanco)
V: 8% (gearceerd), 16% (blanco)
VI: 0.6% (gearceerd), 1.6% (blanco) Dit document biedt een kwantitatief inzicht in de krimp en verschuivingen binnen de kleinhadel (straatverkoop) in het jaar 1942.
Staat VI toont een drastische afname van het aantal vergunningen met ruim 44% in slechts zeven maanden tijd. Deze daling van 2517 naar 1404 vergunningen is een direct gevolg van de oorlogsomstandigheden, waaronder de uitsluiting van Joodse ondernemers van het economisch leven en de toenemende schaarste aan goederen.
Staat VII analyseert de dynamiek tussen verschillende branches. De gearceerde staven tonen hoeveel procent van de venters in die branche overstapte naar een ander artikel. De blanco staven tonen de instroom vanuit andere artikelen.
* Opvallend is Branch V (Brandstoffen): hier is een grote instroom (16%) zichtbaar, wat verklaarbaar is door de enorme schaarste en de daaruit voortvloeiende vraag naar brandhout en kolen tijdens de oorlogsjaren.
* Branches I en II (Voeding) vertonen een grotere uitstroom dan instroom, wat wijst op de strikte rantsoenering en de moeilijkheid om aan voorraad te komen voor de vrije verkoop. In 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in een fase beland waarin de economie volledig in dienst stond van de Duitse oorlogsvoering ('Arbeitseinsatz' en grondstoffenschaarste). Voor straatventers betekende dit niet alleen een gebrek aan handelswaar, maar ook een woud aan nieuwe regels van de distributiediensten.
Daarnaast is de datum cruciaal: in de zomer van 1942 begonnen de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland. Aangezien een aanzienlijk deel van de ambulante handel (vooral in steden als Amsterdam) in handen was van Joodse Nederlanders, is hun gedwongen vertrek uit het straatbeeld de hoofdoorzaak voor de enorme daling in het aantal vergunningen zoals te zien in Staat VI. De term "opkoopers" in categorie VI verwijst naar de handel in lompen, metalen en andere herbruikbare materialen, een sector die in tijden van schaarste aan belang won.