Gedrukte pagina uit een jaarverslag of officieel overheidsdocument (waarschijnlijk van een gemeentelijke marktdienst).
Origineel
Gedrukte pagina uit een jaarverslag of officieel overheidsdocument (waarschijnlijk van een gemeentelijke marktdienst). I. Algemeene opmerkingen.
Verordeningen en reglementen.
In het Reglement op de Markten werden met ingang van 1 Februari de volgende artikelen gewijzigd en/of aangevuld (Gemeenteblad 1941, afd. 3, volgn. 7). Art. 7 werd gewijzigd in dien zin, dat bij het toewijzen van vaste plaatsen op de markten aan de houders van voorkeurskaarten, van de volgorde van hun inschrijving op de sollicitantenlijst, genoemd in art. 5, des Zaterdags wordt afgeweken ten gunste van een houder van een voorkeurskaart, die in de laatste 5 dagen, voorafgaande aan dien Zaterdag, op meer dagen een losse plaats op de betreffende markt bezette, dan een houder van een voorkeurskaart, die eerder op de in art. 5 genoemde sollicitantenlijst werd ingeschreven.
In art. 9, sub a, werd bepaald, dat voortaan onder het geregeld bezoeken der markten zal worden verstaan, dat een koopman ten minste 3 dagen per week uitstalt op een algemeene dagmarkt.
Een nieuw lid, d, werd aan dit artikel toegevoegd, luidende:
,,het onder a bedoelde uitstallen moet zoodanig zijn, dat de uitgestalde handelswaar voldoende is, om er onder normale omstandigheden, een geheelen dag mee zaken te doen, een en ander ter beoordeeling van den dienstdoenden marktambtenaar".
Art. 10, houdende bepalingen, waaraan de personen ingeschreven op de in art. 5 genoemde sollicitantenlijst, moeten voldoen om in het bezit te blijven van hun voorkeurskaart, werd op eenige ondergeschikte punten gewijzigd, evenals art. 11, waarin bepalingen zijn opgenomen, in welke gevallen een marktkoopman het recht op zijn vaste plaats verliest.
Van art. 16 kwamen het eerste en het tweede lid te vervallen en te luiden als volgt:
,,Een zelfde persoon kan, hetzij alleen, hetzij met zijn echtgenoote, ten hoogste over een vaste plaats op een algemeene dagmarkt en over vaste plaatsen op twee weekmarkten beschikken. Voor de toepassing van deze bepaling wordt degene, wien een voorkeurskaart als bedoeld in art. 8 is uitgereikt, aangemerkt als te beschikken over een vaste plaats op de markt, waarvoor de voorkeurskaart is verleend.
,,Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, komen uit elk gezin, op dezelfde markt, ten hoogste twee personen voor een vaste plaats in aanmerking, namelijk het gezinshoofd of zijn echtgenoote en een der andere gezinsleden".
In de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, werd art. 23 gewijzigd, ter zake van te verleenen reductie ad 1 % op de belasting ad 5 % aan den afslag in de Vischhal, voor visch ,,door denzelfden visscher rechtstreeks uit zee aangevoerd", indien de bruto-opbrengst van die aangevoerde visch in een kalenderjaar meer dan f 5000 heeft bedragen (Gemeenteblad 1941, afd. 3, volgn. 24).
In de Ventverordening werden de artt. 2 en 10 aangevuld met bepalingen ter zake van het venten op Zondagen en Christelijke feestdagen (Gemeenteblad 1941, afd. 3, volgn. 101).
Personeel.
In de vacature van directeur van den dienst, ontstaan op 16 November 1940 als gevolg van maatregelen van Hooger Gezag werd op 17 November van het verslagjaar voorzien door de benoeming van den heer C. F. Sixma, die tot dien datum fungeerde als waarnemend directeur. Op 19 November werd op arbeidscontract aangesteld de heer J. J. Sieburgh, als secretaris-plaatsvervangend directeur.
Mede als gevolg van de bovenbedoelde maatregelen werd met ingang van 1 Maart aan twee Joodsche ambtenaren ontslag verleend.
Het personeel bestond op 1 Januari uit 70 ambtenaren in vasten dienst en 7 werklieden in vasten dienst.
Op 31 December waren in dienst 68 vaste ambtenaren, 1 ambtenaar op arbeidscontract, 2 reservisten als ambtenaar dienstdoende en 7 vaste werklieden.
De twee reservisten als ambtenaar dienstdoende, werden tewerkgesteld op de Centrale Markt, in verband met de regeling voor de afgifte van aardappelen door de grossiers aan den kleinhandel, welke regeling extra toezicht noodig maakte.
[Onderaan een gedeeltelijke tabel met marktnamen: Waterl., Dapper, Albert, Ten Ka, Lindeng., Zwaner., Joubert., Gaaspst., Totaal.] * Administratieve controle: De tekst toont een strikte regulering van de markthandel. Er zijn specifieke regels voor aanwezigheid (minimaal 3 dagen) en zelfs de hoeveelheid voorraad die een koopman moet tonen om zijn plek te behouden. Dit wijst op een poging van de overheid om de distributie van goederen strak in de hand te houden.
* Eufemismen: De term "maatregelen van Hooger Gezag" is een ambtelijk eufemisme voor de verordeningen van de Duitse bezetter (rijkscommissaris Seyss-Inquart).
* Uitsluiting: Het document legt expliciet de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen vast. Het ontslag van de twee "Joodsche ambtenaren" op 1 maart is een direct gevolg van de Ariërverklaring en het daaropvolgende ontslag van Joods overheidspersoneel dat eind 1940 begon.
* Voedselschaarste: De inzet van extra personeel ("reservisten") op de Centrale Markt voor het toezicht op de aardappelafgifte duidt op de beginnende schaarste en de noodzaak om rantsoenering en distributie te handhaven. Dit document is een treffende illustratie van de 'gelijkschakeling' van het Nederlandse ambtenarenapparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Terwijl het dagelijks leven en de bureaucratie op het eerste gezicht gewoon door lijken te gaan met regeltjes over visafslagen en marktplaatsen, bevat de tekst de administratieve neerslag van de Holocaust in wording: het ontslaan van Joodse burgers uit hun functies.
De genoemde markten (Albert Cuyp, Dapperstraat, Ten Katestraat) zijn iconische Amsterdamse markten. De verschuivingen in het marktwezen waren in deze periode groot, omdat Joodse kooplieden eveneens steeds meer werden geweerd en uiteindelijk in 1941 naar aparte 'Joodsche markten' werden verbannen, voordat ze geheel uit het economische leven werden verwijderd. Dit verslag legt de institutionele kant van die uitsluiting vast.