Gedrukte officiële bekendmaking/kennisgeving.
Origineel
Gedrukte officiële bekendmaking/kennisgeving. October 1942 (Gedateerd onderaan het document). GEMEENTE AMSTERDAM
KENNISGEVING
(Gewijzigd, ter vervanging van de kennisgeving van 20 Augustus 1935).
Aan de ambtenaren en werklieden, in dienst der Gemeente Amsterdam en verzekerd ingevolge de bepalingen der Ongevallenwet-1921, wordt medegedeeld, dat het Bestuur der Rijksverzekeringsbank aan de Gemeente Amsterdam de verklaring, bedoeld in artikel 80a der genoemde wet, houdende erkenning van den „geneeskundigen dienst”, samengesteld uit de Gemeenteziekenhuizen (het Binnengasthuis en het Wester gasthuis) en den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst, ingaande 1 September 1935 heeft uitgereikt.
In verband hiermede zal de gemeente, ter uitvoering van de op haar, krachtens artikel 66 der Ongevallenwet-1921 rustende verplichting, met ingang van 1 September 1935 er voor zorgdragen, dat aan iederen verzekerde, die door een ongeval wordt getroffen, in het naastbijzijnde zittinglokaal van den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst of in het naastbijzijnde Gemeenteziekenhuis, de eerste hulp en zoo noodig verdere genees- en heelkundige behandeling, verleend wordt.
De getroffene blijft te allen tijde de bevoegdheid behouden om zich te doen behandelen door een door hem gekozen en niet aan den erkenden geneeskundigen dienst verbonden geneeskundige, die zich tegenover de Rijksverzekeringsbank heeft verbonden tot het verleenen van genees- of heelkundige hulp aan verzekerden, die door een ongeval zijn getroffen. Het is echter gewenscht, dat van deze bevoegdheid slechts in uiterste noodzaak gebruik wordt gemaakt. De getroffene is echter verplicht terstond nadat tot het inroepen van laatstbedoelde hulp besloten is, hiervan mededeeling te doen aan de administratie van zijn dienst en tevens aan het betrokken zittinglokaal of Gemeenteziekenhuis, indien hij aldaar reeds in behandeling was.
Verder wordt medegedeeld, dat voortaan aan hen, die door een ongeval worden getroffen en langer dan 2 dagen niet voor hun gewone werk geschikt zijn, de TIJDELIJKE uitkeering uiterlijk tot den 43sten dag, na den dag van het ongeval, niet door de Rijksverzekeringsbank zal worden toegekend, maar dat zij die tijdelijke uitkeering zullen ontvangen van de Gemeente. Voor zoover het dienstverband van getroffene gedurende het tijdvak, waarover de tijdelijke uitkeering loopt, voortduurt, treedt de betaling der tijdelijke uitkeering ten deele in de plaats van het loon of het salaris, en tegen afgifte van een door getroffene geteekende machtiging aan het Hoofd van den dienst, tot het in ontvangstnemen der tijdelijke uitkeering.
Tenslotte zij er op gewezen, dat de getroffene, die meent, dat zijn aanspraken op geneeskundige behandeling of tijdelijke uitkeering door de Gemeente niet of slechts ten deele zijn erkend, zich met zijn bezwaren tot het Bestuur der Rijksverzekeringsbank kan wenden.
AMSTERDAM, October 1942.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
De Gemeentesecretaris,
[Handtekening: J.F. Franken]
Stadsdrukkerij Amsterdam
20076-10-42-3500 Dit document is een officiële bekendmaking van de Gemeente Amsterdam aan haar personeel (ambtenaren en werklieden) over de uitvoering van de Ongevallenwet-1921. De kern van de boodschap is dat de gemeente een eigen erkende geneeskundige dienst heeft (bestaande uit het Binnengasthuis, het Westergasthuis en de GG&GD) voor de behandeling van slachtoffers van bedrijfsongevallen.
Belangrijke punten:
1. Medische hulp: Getroffenen moeten zich bij voorkeur wenden tot de gemeentelijke instellingen, hoewel ze het recht behouden een eigen arts te kiezen (mits deze een contract heeft met de Rijksverzekeringsbank).
2. Financiële afwikkeling: De gemeente neemt de betaling van de tijdelijke uitkering (tot de 43ste dag) over van de Rijksverzekeringsbank. Deze uitkering wordt verrekend met het reguliere loon of salaris.
3. Rechtsmiddelen: Er wordt expliciet vermeld dat men bij geschillen nog steeds bij de Rijksverzekeringsbank terecht kan.
4. Continuïteit: Hoewel gedateerd in 1942, verwijst de tekst herhaaldelijk naar regelingen die al sinds 1 september 1935 van kracht zijn. Het lijkt een herbevestiging of kleine wijziging van bestaand beleid. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hoewel het document gaat over een technisch-administratieve uitvoering van sociale wetgeving (de Ongevallenwet-1921), is de tijdsgeest zichtbaar in de strakke organisatie van het overheidsapparaat.
De Ongevallenwet-1921 was een hoeksteen van de vroege Nederlandse sociale zekerheid, die werknemers verzekerde tegen de financiële gevolgen van ongevallen tijdens het werk. Dat de gemeente Amsterdam de uitvoering hiervan voor haar eigen personeel grotendeels in eigen hand nam (via eigen ziekenhuizen en uitbetalingen), getuigt van de omvang en de relatieve autonomie van de gemeentelijke diensten in die tijd, zelfs onder het bewind van de bezetter. Het gebruik van de "Stadsdrukkerij Amsterdam" en de formele juridische taal onderstreept het officiële karakter van de communicatie tussen de overheid en haar werknemers in oorlogstijd. J.F. Franken Gemeente Amsterdam