Afschrift van een ambtelijk rondschrijven/circulaire.
Origineel
Afschrift van een ambtelijk rondschrijven/circulaire. 20 oktober 1943. De Directeur der Gemeentebelastingen (namens deze: w.g. Tubben). Heeren Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën (van de gemeente Amsterdam). A F S C H R I F T
Loonbelasting XXII
Amsterdam, 20 October 1943.
De Inspectie der Rijksbelasting deelt mij mede, bij nadere overweging van oordeel te zijn, dat de z.g. kassierstoelage in de loonbelasting moet worden betrokken, met het gevolg, dat de regeling, vermeld in mijn rondschrijven van 8 Juni 1943 (Loonbelasting XX), met ingang van heden vervalt.
Zij neemt thans het standpunt in, dat de kassierstoelage niet kan worden beschouwd als een afzonderlijke vergoeding ter bestrijding van noodzakelijke kosten, als bedoeld in artikel 6a van het Besluit op de Loonbelasting 1940, doch moet worden aangemerkt als een belooning voor het verrichten van belangrijker werkzaamheden, welke aan de loonbelasting is onderworpen. Evenzoo dient in de gevallen, waarin aan kassiers of adj.kassiers geen afzonderlijke kassierstoelage is verstrekt, over het volle salaris loonbelasting te worden ingehouden.
Wanneer zich echter kastekorten voordoen, welke op de toelage of het salaris worden verhaald, kan belanghebbende overeenkomstig artikel 13 van het Besluit den Inspecteur verzoeken te beslissen, dat wegens hoogere beroepsonkosten een bedrag op het loon in mindering wordt gebracht. Hierbij wordt evenwel rekening gehouden met het feit, dat bij het opstellen van de belastingtabel reeds een bedrag van f. 100 voor kosten tot verwerving van het loon en ter zake van persoonlijke verplichtingen in aanmerking is genomen.
De inhouding van loonbelasting op de kassierstoelage geschiedt op de wijze als in artikel 1 der Derde Uitvoeringsbeschikking is voorgeschreven, dus met toepassing van artikel van het Besluit (vast percentage of bijtelling bij het loon van het loontijdvak) of door herrekening.
De Directeur der Gemeentebelastingen,
w.g. Tubben.
Aan heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
Secr.A-dam
afd.Bel.9. Het document is een interne instructie binnen het Amsterdamse gemeenteapparaat betreffende een wijziging in de fiscale behandeling van de kassierstoelage.
Kernpunten:
* Fiscale status: De "kassierstoelage" (een extra vergoeding voor personeel dat met geld werkt en risico loopt op kastekorten) wordt voortaan als belastbaar loon beschouwd.
* Herroeping: Een eerdere regeling van juni 1943 (Loonbelasting XX) komt hiermee te vervallen.
* Argumentatie: De Rijksbelastingdienst ziet de toelage niet langer als onbelaste onkostenvergoeding, maar als beloning voor zwaardere/belangrijkere verantwoordelijkheden.
* Uitzondering bij tekorten: Ambtenaren die daadwerkelijk kastekorten moeten terugbetalen, kunnen bij de Inspecteur om aftrek van beroepskosten vragen, mits deze de standaardaftrek van 100 gulden (verwerkt in de tabellen) overstijgen. Dit document is opgesteld in oktober 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de belastingwetgeving strakker aangetrokken om de inkomsten voor de schatkist te verhogen.
Het genoemde "Besluit op de Loonbelasting 1940" is historisch van groot belang: dit besluit werd door de bezetter ingevoerd en vormt de basis van het huidige Nederlandse systeem van loonheffing (inhouding bij de bron). Voor 1940 kende Nederland geen loonbelasting zoals wij die nu kennen; de invoering ervan was een efficiënte manier voor de overheid om direct over belastinggelden te beschikken. Dit specifieke afschrift illustreert de bureaucratische uitvoering van deze (toen nog relatief nieuwe) belastingwetgeving op lokaal niveau.