Archiefdocument
Origineel
25 november 1943. AM. G E M E E N T E A M S T E R D A M.
No. 1885 Arb.1943 Amsterdam, 25 November 1943.
Onderwerp: Bijwerken personeel skaarten met de gegevens over 1943.
[Handgeschreven: 8A/ M. 143]
Met het oog op het bijwerken der stamkaarten van de ambtenaren en werklieden met de gegevens over 1943 moge ik, onder herinnering aan mijn desbetreffend rondschrijven voor het jaar 1942 van 30 November 1942, No. 1925 Arb., Uw aandacht voor het volgende vragen.
Krijgsgevangenen, | Verzocht wordt deze gevallen op de stamkaarten
Arbeidsdienst, | aan te teekenen.
Oorlogsdienst, | Op de ambtenarenkaart aan de voorzijde in
Hulppolitie, | kolom 12;
Landstorm, | Op de werkliedenkaart aan de voorzijde in
Tewerkstelling in | kolom 14,
Duitschland en de | onder vermelding van den datum van ingang en
bezette gebieden. | eventueel den datum, waarop de betreffende persoon zijn werkzaamheden in Gemeentedienst heeft hervat.
Krijgsgevangen | Aangezien de in krijgsgevangenschap gevoerde be-
beroepsmilitairen | roepsmilitairen tijdens de krijgsgevangenschap geen gemeentelijke bezoldiging genieten, dienen op de stamkaarten van dit personeel slechts de salaris- of loongegevens vermeld te worden tot den datum, waarop zij in krijgsgevangenschap zijn gevoerd. Hetzelfde vindt toepassing t.a.v. de uren, dagen, weken en verplichte arbeidsdagen.
Krijgsgevangen | Het salaris of loon, dat van gemeentewege aan
reserve- en | hen tijdens de krijgsgevangenschap doorbetaald
dienstplichtig | wordt, dient op de stamkaarten met het salaris
personeel. | of loon, genoten in het tijdvak vóór de krijgsgevangenschap, als één bedrag opgenomen te worden.
Ter wille van de continuïteit in de loonstatistiek, speciaal t.a.v. de te berekenen gemiddelde loonen en salarissen, moeten de uren, dagen en weken in het tijdvak der krijgsgevangenschap beschouwd worden als uren, dagen en weken, waarop arbeid is verricht.
Bij de berekening van de verplichte arbeidsdagen dient de tijd, in krijgsgevangenschap doorgebracht, echter buiten beschouwing te blijven.
Vrijwilligers | De gemeente ontvangt de aan nevenbedoelde vrij-
Oorlogsdienst | willigers uitbetaalde salaris- en loonbedragen
en Landstorm | van het Rijk terug, zoodat deze weer in de gemeentekas terugvloeien en dus uiteindelijk geen personeelsuitgaven zijn.
In afwijking van het daaromtrent vermelde in mijn rondschrijven van 30 November 1942, No. 1925 Arb., verzoek ik U over het tijdvak der vrijwillige dienstneming geen salaris- en loongegevens en geen uren, dagen en weken op de stamkaarten te vermelden.
AAN Heeren Hoofden van
Diensten, Bedrijven en
Administratiën. * Taal en Spelling: Het document is opgesteld in de toenmalige formele spelling (bijv. "skaarten" - waarschijnlijk een typefout voor personeelskaarten -, "teekenen", "den", "loonen").
* Administratieve controle: De brief getuigt van de rigoureuze wijze waarop de gemeente Amsterdam tijdens de bezetting de status van haar personeel bijhield. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van afwezigheid die direct verband houden met de oorlogsvoering en de bezettingspolitiek.
* Financieel beleid: Opvallend is de financiële afwikkeling. Terwijl beroepsmilitairen in krijgsgevangenschap geen loon kregen van de gemeente, werd voor reservepersoneel het loon administratief "doorbetaald" om de statistieken zuiver te houden.
* Collaboratie: De vermelding van "Vrijwilligers Oorlogsdienst en Landstorm" duidt op personeel dat vrijwillig aan Duitse zijde vocht (bijv. bij de Waffen-SS of de Nederlandsche Landstorm). De instructie verduidelijkt dat deze kosten door het Rijk (onder Duits toezicht) werden vergoed, waardoor ze voor de stad budgettair neutraal waren. Dit document stamt uit november 1943, een periode waarin de druk van de Duitse bezetter op de Nederlandse arbeidsmarkt en bevolking maximaal was. In mei 1943 was de hernieuwde krijgsgevangenschap van Nederlandse militairen bevolen, wat de uitgebreide passages over krijgsgevangenen verklaart. De genoemde categorieën (Arbeidsdienst, Tewerkstelling in Duitsland) weerspiegelen de Arbeitseinsatz: de gedwongen inzet van Nederlandse mannen voor de Duitse oorlogseconomie. Het document illustreert de "banaliteit" van de bureaucratie tijdens de oorlog: zelfs de meest ingrijpende gebeurtenissen in een mensenleven (krijgsgevangenschap, dwangarbeid of collaboratie) werden gereduceerd tot instructies voor het invullen van kolom 12 of 14 op een stamkaart.