Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 9 oktober 1943. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). 8a/16/9 M. 9 October 1943. ST!
Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw circulaire
d.d. 26 Februari jl. no. 1610ci.Arb.1942
bericht ik U, dat in het derde kwartaal
van 1943 door mijn dienst geen uitkeeringen
zijn gedaan aan ambtenaren of werklieden,
die in Duitschland zijn te werk gesteld.
De Directeur, Het document is een korte, ambtelijke mededeling waarin een directeur rapporteert aan de wethouder voor Arbeidszaken. De kern van de boodschap is een 'negatieve melding': over het derde kwartaal van 1943 zijn er door de betreffende dienst geen uitkeringen gedaan aan personeel (ambtenaren of werklieden) dat in Duitsland tewerkgesteld is.
De brief verwijst naar een circulaire uit februari 1942 (no. 1610ci.Arb.1942), wat duidt op een gestandaardiseerde rapportageplicht die door het bestuur was opgelegd. De term "te werk gesteld" is hier de cruciale ambtelijke omschrijving voor de gedwongen of onder druk tot stand gekomen arbeid in nazi-Duitsland. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie) in volle gang en werd de druk op gemeentelijke diensten om personeel af te staan steeds groter.
Gemeenten moesten nauwkeurig bijhouden wie er naar Duitsland was vertrokken. In sommige gevallen liepen (delen van) salarissen of sociale uitkeringen door voor de achtergebleven gezinnen, of moesten er administratieve verrekeningen plaatsvinden. Deze brief bevestigt dat er voor deze specifieke dienst in die periode geen financiële transacties hebben plaatsgevonden voor tewerkgestelden, wat relevant was voor de gemeentelijke boekhouding en de controle door de bezetter. De aanduiding "Alhier" wijst erop dat het een intern schrijven betreft binnen een gemeentelijk apparaat, mogelijk van een grote stad zoals Amsterdam of Rotterdam.
Samenvatting
Het document is een korte, ambtelijke mededeling waarin een directeur rapporteert aan de wethouder voor Arbeidszaken. De kern van de boodschap is een 'negatieve melding': over het derde kwartaal van 1943 zijn er door de betreffende dienst geen uitkeringen gedaan aan personeel (ambtenaren of werklieden) dat in Duitsland tewerkgesteld is.
De brief verwijst naar een circulaire uit februari 1942 (no. 1610ci.Arb.1942), wat duidt op een gestandaardiseerde rapportageplicht die door het bestuur was opgelegd. De term "te werk gesteld" is hier de cruciale ambtelijke omschrijving voor de gedwongen of onder druk tot stand gekomen arbeid in nazi-Duitsland.
Historische Context
Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie) in volle gang en werd de druk op gemeentelijke diensten om personeel af te staan steeds groter.
Gemeenten moesten nauwkeurig bijhouden wie er naar Duitsland was vertrokken. In sommige gevallen liepen (delen van) salarissen of sociale uitkeringen door voor de achtergebleven gezinnen, of moesten er administratieve verrekeningen plaatsvinden. Deze brief bevestigt dat er voor deze specifieke dienst in die periode geen financiële transacties hebben plaatsgevonden voor tewerkgestelden, wat relevant was voor de gemeentelijke boekhouding en de controle door de bezetter. De aanduiding "Alhier" wijst erop dat het een intern schrijven betreft binnen een gemeentelijk apparaat, mogelijk van een grote stad zoals Amsterdam of Rotterdam.