Handgeschreven ambtelijke notitie/bericht.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/bericht. 17 mei 1943. [Rood potlood, linksboven:]
82/4076
[Rechtsboven:]
Af[deling] Bedrijfschap voor
Vee & Vleesch
[Hoofdtekst:]
Naar Uw circulaire d.d. 12 Mei j.l.
no. 145 § bericht ik U, dat zich onder de leden
en het personeel in het koelhuis van mijnen
dienst, aan wie door U een "Ausweis" is
uitgereikt, geen personen bevinden, reserve-officier
zijnde.
[Handtekening/Initialen rechts:]
G.D.
[In kader linksonder:]
Heden uit
17/5. '43. V Het document is een korte, zakelijke verklaring van een functionaris van het "Bedrijfschap voor Vee en Vleesch". De tekst is een directe reactie op een circulaire (nummer 145) van slechts vijf dagen eerder.
De kern van de boodschap is een ontkenning: de schrijver bevestigt dat er binnen zijn specifieke dienst (het koelhuis) geen personeelsleden werkzaam zijn die de status van "reserve-officier" hebben en tegelijkertijd in het bezit zijn van een door de geadresseerde verstrekte "Ausweis". De toon is strikt bureaucratisch en feitelijk. De afkorting "j.l." staat voor "jongstleden" (vorige). De aantekening in het kader linksonder ("Heden uit") geeft aan dat de brief op 17 mei 1943 daadwerkelijk is verzonden. Dit document moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar van 1943 (april/mei) gaven de Duitsers het bevel dat Nederlandse beroepsofficieren en reserve-officieren zich moesten melden voor terugkeer in krijgsgevangenschap. Dit leidde tot de bekende April-meistakingen.
De Duitse autoriteiten en de door hen gecontroleerde instanties (zoals de Bedrijfschappen) voerden scherpe controles uit om te voorkomen dat militairen zich aan deze oproep onttrokken door middel van civiele banen of vrijstellingen (zoals een "Ausweis"). Een "Ausweis" was een identiteitsbewijs of vergunning die de houder vaak vrijstelde van bepaalde maatregelen, zoals de Arbeitseinsatz.
De brief is dus een administratieve bewijsvoering dat het koelhuis van het Bedrijfschap geen "ondergedoken" reserve-officieren in dienst heeft, wat in die tijd een verplichte rapportage was aan de bezettingsautoriteiten of de hogere ambtelijke organen. Bedrijfschap
Samenvatting
Het document is een korte, zakelijke verklaring van een functionaris van het "Bedrijfschap voor Vee en Vleesch". De tekst is een directe reactie op een circulaire (nummer 145) van slechts vijf dagen eerder.
De kern van de boodschap is een ontkenning: de schrijver bevestigt dat er binnen zijn specifieke dienst (het koelhuis) geen personeelsleden werkzaam zijn die de status van "reserve-officier" hebben en tegelijkertijd in het bezit zijn van een door de geadresseerde verstrekte "Ausweis". De toon is strikt bureaucratisch en feitelijk. De afkorting "j.l." staat voor "jongstleden" (vorige). De aantekening in het kader linksonder ("Heden uit") geeft aan dat de brief op 17 mei 1943 daadwerkelijk is verzonden.
Historische Context
Dit document moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar van 1943 (april/mei) gaven de Duitsers het bevel dat Nederlandse beroepsofficieren en reserve-officieren zich moesten melden voor terugkeer in krijgsgevangenschap. Dit leidde tot de bekende April-meistakingen.
De Duitse autoriteiten en de door hen gecontroleerde instanties (zoals de Bedrijfschappen) voerden scherpe controles uit om te voorkomen dat militairen zich aan deze oproep onttrokken door middel van civiele banen of vrijstellingen (zoals een "Ausweis"). Een "Ausweis" was een identiteitsbewijs of vergunning die de houder vaak vrijstelde van bepaalde maatregelen, zoals de Arbeitseinsatz.
De brief is dus een administratieve bewijsvoering dat het koelhuis van het Bedrijfschap geen "ondergedoken" reserve-officieren in dienst heeft, wat in die tijd een verplichte rapportage was aan de bezettingsautoriteiten of de hogere ambtelijke organen.