Handgeschreven administratieve notitie/loonmutatie.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie/loonmutatie. 1 Augustus.
No 111 H. v d Vries - Contre-maître. sal. groep IV
oud : f 2075.- , toel. onverm. f 105.- ; pensioensl. f 2180.-
nieuw: f 2100.- " " " f 5.- ; " " f 2105.-
1 Sept.
nihil.
T. heeft een toelage voor overwerk ad f 125.- p.j.,
welke niet in de pensioensl. behoeft te worden
opgenomen.
[omkaderd:] Model briefje. * Inhoud: Het document betreft een salariswijziging voor een werknemer. Het basissalaris stijgt met 25 gulden (van f 2075 naar f 2100), terwijl een specifieke toelage (mogelijk 'onverminderbare' of 'onvermijdelijke' toelage) wordt verlaagd van f 105 naar f 5.
* Pensioengegevens: De 'pensioensl.' (pensioenslag of pensioengrondslag) wordt expliciet berekend. Opvallend is dat de overwerktoelage van f 125 per jaar expliciet wordt uitgesloten van de pensioenopbouw.
* Terminologie: De term contre-maître duidt op een toezichthoudende functie in een fabriek of werkplaats. De afkorting "p.j." staat voor 'per jaar'.
* Administratieve context: De notitie '1 Sept. nihil' geeft aan dat er voor die maand geen mutaties waren. De tekst onderaan en de omkaderde opmerking 'Model briefje' suggereren dat deze informatie diende als basis voor een formele kennisgeving aan de werknemer. Dergelijke handgeschreven loonfiches zijn typerend voor de bedrijfsadministratie uit de periode 1900-1940. In die tijd werden pensioenregelingen steeds gebruikelijker, wat leidde tot een nauwkeurige registratie van welke looncomponenten wel en niet meetelden voor de pensioengrondslag. De genoemde bedragen wijzen op een relatief goed betaalde functie voor die tijd; een jaarsalaris van f 2000 was in de jaren '20 een degelijk inkomen voor een middenkaderlid. De functienaam contre-maître werd in Nederland vaak gebruikt in sectoren met een sterke traditie, zoals de textiel- of papierindustrie.
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een salariswijziging voor een werknemer. Het basissalaris stijgt met 25 gulden (van f 2075 naar f 2100), terwijl een specifieke toelage (mogelijk 'onverminderbare' of 'onvermijdelijke' toelage) wordt verlaagd van f 105 naar f 5.
- Pensioengegevens: De 'pensioensl.' (pensioenslag of pensioengrondslag) wordt expliciet berekend. Opvallend is dat de overwerktoelage van f 125 per jaar expliciet wordt uitgesloten van de pensioenopbouw.
- Terminologie: De term contre-maître duidt op een toezichthoudende functie in een fabriek of werkplaats. De afkorting "p.j." staat voor 'per jaar'.
- Administratieve context: De notitie '1 Sept. nihil' geeft aan dat er voor die maand geen mutaties waren. De tekst onderaan en de omkaderde opmerking 'Model briefje' suggereren dat deze informatie diende als basis voor een formele kennisgeving aan de werknemer.
Historische Context
Dergelijke handgeschreven loonfiches zijn typerend voor de bedrijfsadministratie uit de periode 1900-1940. In die tijd werden pensioenregelingen steeds gebruikelijker, wat leidde tot een nauwkeurige registratie van welke looncomponenten wel en niet meetelden voor de pensioengrondslag. De genoemde bedragen wijzen op een relatief goed betaalde functie voor die tijd; een jaarsalaris van f 2000 was in de jaren '20 een degelijk inkomen voor een middenkaderlid. De functienaam contre-maître werd in Nederland vaak gebruikt in sectoren met een sterke traditie, zoals de textiel- of papierindustrie.