Archief 745
Inventaris 745-399
Pagina 340
Dossier 55
Jaar 1943
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

16 juli 1943.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 16 juli 1943. No.362^g Arb.1943.

Tot het toekennen van een toeslag op het loon aan alle schoonmaaksters in dienst der Gemeente.

181 LM 1943
No. 8A/58/1 M. 1943

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 16 Juli 1943.

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien zijn besluit, dd.25 Juni 1943, No.362^d Arb., waarbij met ingang van de eerste loonweek van Juli 1943 een vaste toeslag op het loon van vier cent per uur werd toegekend aan de schoonmaaksters, die den leeftijd van 20 jaar hebben bereikt, werkzaam bij den dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen en de Gemeentelijke Verzorgingshuizen voor Ouden van Dagen;
Overwegende, dat de wenschelijkheid is gebleken, dezen toeslag toe te kennen aan alle schoonmaaksters in dienst der Gemeente, die den leeftijd van 20 jaar hebben bereikt;
Gelet op de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordening 152/1941);

B e s l u i t :

te bepalen, dat gerekend te zijn ingegaan met de eerste loonweek van Juli 1943, behalve aan de schoonmaaksters van den dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen en de Gemeentelijke Verzorgingshuizen voor Ouden van Dagen, die den leeftijd van 20 jaar hebben bereikt, aan wie reeds bij zijn bovengenoemd besluit van 25 Juni 1943, No.362^d Arb. met ingang van de eerste loonweek van Juli 1943 een toeslag op het loon van 4 cent per uur werd toegekend, ook aan de schoonmaaksters, in dienst bij de overige diensttakken der Gemeente, voor zoover zij den

z.o.z. Dit document is een administratief besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het besluit is een loonsverhoging (een 'toeslag') van 4 cent per uur voor schoonmaaksters in gemeentelijke dienst die minstens 20 jaar oud zijn.

In een eerder besluit van 25 juni 1943 was deze toeslag al toegekend aan specifieke groepen (werkzaam bij was- en badinrichtingen en verzorgingshuizen). Het huidige besluit van 16 juli breidt deze regeling uit naar alle schoonmaaksters werkzaam bij de gemeente Amsterdam, met terugwerkende kracht vanaf de eerste week van juli 1943.

Opvallend is de juridische onderbouwing: er wordt expliciet verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Verordening 152/1941). Deze verordening gaf burgemeesters de bevoegdheid om besluiten te nemen zonder tussenkomst van de gemeenteraad, wat past in het autoritaire bestuurssysteem dat de bezetter had ingevoerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de gemeente Amsterdam onder toezicht van de Duitse bezettingsautoriteiten. De democratisch gekozen gemeenteraad was in 1941 ontbonden door de Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Burgemeester Edward Voûte, die in 1941 door de bezetter was aangesteld, regeerde bij besluit volgens het zogenaamde 'leidersbeginsel'.

In 1943 was de economische situatie in Nederland nijpend door inflatie en schaarste. Loonstijgingen waren strikt gereguleerd en moesten vaak goedgekeurd worden door hogere instanties of passen binnen de richtlijnen van de bezetter om sociale onrust te voorkomen. De keuze om juist schoonmaaksters een kleine toeslag te geven, kan worden gezien als een poging om de laagstbetaalde groepen tegemoet te komen in een tijd van stijgende prijzen voor eerste levensbehoeften.

De afkorting 'z.o.z.' onderaan geeft aan dat het besluit op de achterzijde van het originele blad doorloopt, waarschijnlijk met de voorwaarde betreffende de leeftijd of andere administratieve details. De stempels en nummers (zoals 'Arb.1943') wijzen op de registratie bij de afdeling Arbeidszaken.

Samenvatting

Dit document is een administratief besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het besluit is een loonsverhoging (een 'toeslag') van 4 cent per uur voor schoonmaaksters in gemeentelijke dienst die minstens 20 jaar oud zijn.

In een eerder besluit van 25 juni 1943 was deze toeslag al toegekend aan specifieke groepen (werkzaam bij was- en badinrichtingen en verzorgingshuizen). Het huidige besluit van 16 juli breidt deze regeling uit naar alle schoonmaaksters werkzaam bij de gemeente Amsterdam, met terugwerkende kracht vanaf de eerste week van juli 1943.

Opvallend is de juridische onderbouwing: er wordt expliciet verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Verordening 152/1941). Deze verordening gaf burgemeesters de bevoegdheid om besluiten te nemen zonder tussenkomst van de gemeenteraad, wat past in het autoritaire bestuurssysteem dat de bezetter had ingevoerd.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de gemeente Amsterdam onder toezicht van de Duitse bezettingsautoriteiten. De democratisch gekozen gemeenteraad was in 1941 ontbonden door de Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Burgemeester Edward Voûte, die in 1941 door de bezetter was aangesteld, regeerde bij besluit volgens het zogenaamde 'leidersbeginsel'.

In 1943 was de economische situatie in Nederland nijpend door inflatie en schaarste. Loonstijgingen waren strikt gereguleerd en moesten vaak goedgekeurd worden door hogere instanties of passen binnen de richtlijnen van de bezetter om sociale onrust te voorkomen. De keuze om juist schoonmaaksters een kleine toeslag te geven, kan worden gezien als een poging om de laagstbetaalde groepen tegemoet te komen in een tijd van stijgende prijzen voor eerste levensbehoeften.

De afkorting 'z.o.z.' onderaan geeft aan dat het besluit op de achterzijde van het originele blad doorloopt, waarschijnlijk met de voorwaarde betreffende de leeftijd of andere administratieve details. De stempels en nummers (zoals 'Arb.1943') wijzen op de registratie bij de afdeling Arbeidszaken.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.C. Cobussen Waterlooplein " 799.42 ⁹⁾
A.A.C. Cobussen Waterlooplein 499,42 6)
A.C. Cobussen Waterlooplein " 1.157,66
A.C. Cobussen Waterlooplein " 1.157,66
A.H. Bijland Waterlooplein " 1664.98 ⁸⁾
A.H. Bijland Waterlooplein 1664,98 5)
A.H. Bijland Waterlooplein " 1.883,24
A.H. Bijland Waterlooplein " 1.883,24
A.H. de Haer Waterlooplein " 2.488,20
A.H. de Haer Waterlooplein " 2.488,20 /4
A.H. de Haer Waterlooplein " 2690.20
A.H. de Haer Waterlooplein 2690,20
A.H. Klaassens Waterlooplein " 2046.82
A.H. Klaassens Waterlooplein 2046,82
A.J.I. Barbiers Waterlooplein " 2353.76 ⁵⁾
A.J.I. Barbiers Waterlooplein 2353,76 5)
A.J.J. Barbiers Waterlooplein " 2.067,35
A.J.J. Barbiers Waterlooplein " 2.067,35
B. Felthuis Waterlooplein " 1815.44
B. Felthuis Waterlooplein 1815,44
B. Felthuis Waterlooplein " 2.357,55
B. Felthuis Waterlooplein " 2.357,55
Böhmermann, Hugo Johan- Waterlooplein A.032233.
A.H.J. Lotgering Waterlooplein 14 juli 1943 door Gew. Arb. Bureau te werk gesteld in bez. gebied
C. Bakker Waterlooplein f. 1656.-
C. Bakker Waterlooplein 1656.--
C. Bakker Waterlooplein f. 2.445,30
C. Blom Waterlooplein 2503,25 5)
C. Blom Waterlooplein " 2503.25 ⁶⁾
C. Blom Waterlooplein " 2.159,86
Alle 100 kooplieden →