Ambtsbrief (doorslag of stencilkopie)
Origineel
Ambtsbrief (doorslag of stencilkopie) 4 mei 1943 [Rechtsboven, getypt:]
VD/SV
[Linksboven, getypt:]
46a/142/2 M.
[Midden, getypt:]
Vischverkoop.
[Linkermarge, handgeschreven:]
I
[Midden, handgeschreven in blauw:]
Kopie
met heden middag 5/5/43
[Rechts, getypt:]
4 Mei 1943.
[Rechts, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Rechts onder adres, handgeschreven:]
y
[Onderaan, getypt:]
Onder terugzending van het met Uw kant-
brief d.d. 14 dezer om advies ontvangen stuk No. 282
L.M. 1943 hebben de ondergeteekenden de eer U te
berichten, dat de verkoop van visch op de markten
uitsluitend plaatsvindt aan het zich in een rij
opgesteld hebbende publiek. Dit document is een formele ambtelijke mededeling uit de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een reactie op een eerdere brief (kant-brief) van de Wethouder voor de Levensmiddelen gedateerd op 14 april ("dezer" verwijst hier waarschijnlijk naar de voorgaande maand of een lopende correspondentiecyclus).
De kern van de boodschap is een bevestiging van de ordemaatregelen bij de visverkoop op de markten: er mag uitsluitend vis worden verkocht aan mensen die netjes in de rij staan. Dit wijst op een poging van het lokale bestuur om de schaarste te beheersen en wanorde of voorrangsbehandeling bij de voedselvoorziening te voorkomen. De handgeschreven notitie suggereert dat er op 5 mei 1943 een kopie is verzonden of dat de afhandeling op die middag plaatsvond. In mei 1943 was Nederland al drie jaar bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was een kritiek punt van beleid geworden door toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Vis was een belangrijke bron van proteïne, maar de aanvoer was onregelmatig door beperkingen op de Noordzeevisserij (Sperrgebiet).
Rijen voor winkels en op markten waren een dagelijks verschijnsel. Het feit dat de wethouder om advies vroeg over de verkoopmethode en dat dit officieel werd vastgelegd, toont aan hoe gespannen de situatie rondom basisbehoeften was. Het handhaven van "de rij" was niet alleen een kwestie van efficiëntie, maar ook van sociale rust; voorkruipen of onregelmatige verkoop leidde in deze periode vaak tot opstootjes.