Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 57
Dossier 106
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief (klad of doorslag).

9 juli 1943.

Origineel

Ambtelijk advies / Brief (klad of doorslag). 9 juli 1943. (Pagina 2)

... ook op het gebied van den vischhandel. [boven de regel: worden] ~~Zou,~~
indien zij juist zijn ingelicht, reeds geruimen-
tijd door den Vakgroep kleinhandel richtlijnen
bestudeerd, welke zouden moeten leiden tot een
saneering van den vischkleinhandel. Wij mogen
hierbij opmerken, dat ~~aan zulk een saneering~~
dergelijke groote vraagstukken zijn verbonden,
dat het niet mogelijk zal blijken om,
zonder dat terzake diepgaande studies worden
gemaakt, op korte termijn een afdoende
oplossing van deze materie te verkrijgen.
Het ligt naar onze meening stellig niet op
het terrein van de Gemeente om terzake
reeds thans ingrijpende maatregelen te nemen.

2. het rooken van aal en paling.
De op den afslag te dezer stede toegewezen
versche aal wordt als regel ook in verschen toe-
stand op de verkoopplaatsen verkocht. Slechts
aan de in de verdeeling opgenomen groep
rookers (een dertigtal) is toegestaan om de
hun toegewezen versche aal, voor welk artikel
zij uitsluitend in de verdeeling zijn opgenomen,
te rooken. De mogelijkheid hiertoe is in het 2e
Uitvoeringsbesluit opgenomen. Dit wil evenwel nog
niet zeggen, dat daardoor de contrôle in ernstige mate
wordt bemoeilijkt. De rookers staan nl. vrijwel allen
op de markten. Bij het rooken geldt als vaste regel,
dat 60% van de hoeveelheid versch toegewezen aal
gerookt op de verkoopplaats moet worden aan-
gevoerd. Op de verkoopplaats wordt de hoeveelheid
aangevoerde gerookte aal opgenomen en op een dag-
rapport vermeld. Uit contrôle achteraf op den afslag
blijkt dan, welke hoeveelheid versch is [boven de regel: tot gerookt] ~~op~~ verwerkt.

In het algemeen kunnen wij evenwel vol-
komen met het oordeel van den Leider van den C.C.D.
instemmen nl. dat aal in verschen toestand voor
de bevolking een beter voedsel is dan in gerookten
toestand. Bovendien is van gerookte aal de moge-
lijkheid tot zwarten handel zeer veel grooter.
Een algemeen rookverbod alleen voor A’dam lijkt ons
echter momenteel wel wat te ver gaan, aangezien
daardoor een aantal, reeds jaren bestaande,
rookerijen, tot sluiting zouden worden gedoemd.

(Pagina 3)

Wellicht zou de Centrale in overweging willen
nemen om voor het geheele land een rookver-
bod uit te vaardigen en als consequentie daarvan
voor te schrijven, dat alle aal in verschen toe-
stand in consumptie moet worden gebracht.
Hierbij moeten wij echter reeds opmerken, dat
het op bepaalde warme dagen [boven de regel: onvermijdelijk] ~~zal~~
~~zijn~~ zal zijn, vooral ook met het oog op transport-
moeilijkheden (aanvoer van Urk!!) om tot rooken
over te gaan.

3. aalverkoop uitsluitend op markten.
Het voorstel van den Districtsleider kan naar
onze meening niet worden aanvaard.
Het ligt stellig niet op den weg van de
Gemeente voor een dergelijke ingrijpende, voor
den middenstand ruineuse, maatregel te
treffen. Dit zou toch een declassering van de
zaken beteekenen, waarbij de winkeliers zijn hooge
winkelonkosten zou blijven houden.
Met de strekking van het voorstel zijn wij het
volkomen eens: de contrôle op de winkels is
vrijwel onuitvoerbaar, terwijl die op de markten
stellig beter is georganiseerd. Naar onze meening mag
daaruhit evenwel niet voortvloeien om de zaken ge-
deeltelijk naar de markten te verplaatsen. Bovendien
zou de clientèle van een winkel door een dergelijke
maatregel stellig worden geschaad. Bovendien moet er op
worden gewezen, dat men moet aannemen, dat
na den oorlog de zaken weer normaal zullen
kunnen werken. In dat geval is het niet ondenkbaar
dat bij uitvoering van den door den Districtsleider voorge-
stelden maatregel blijvend nadeel voor den winkelstand
zal ontstaan. De maatregel is dan ook naar onze
meening te verstrekkend om daarop een gunstig advies
te kunnen uitbrengen, vooral ook, waar zoo'n maatregel
op geen enkel ander gebied in den middenstand is ge-
troffen.

De Gem. Adv.
SS.
W.C.M. A’dam, 9/7 1943

Voor de goede orde hebben de ondergeteekenden
de eer u in bijlage dezes afschriften over te leggen:
van een van de N.V.C. ontvangen brief met bijlage
dd. 20 April jl. en het conceptantwoord van ons.
Wij verzoeken u, ons, zoo mogelijk spoedig te doen
weten of u zich met den inhoud van dat concept kunt vereenigen. Het document is een ambtelijk advies aan het gemeentebestuur van Amsterdam over de regulering van de vishandel. De adviseurs reageren op voorstellen van hogere instanties (de Centrale en de Districtsleider) over twee hoofdpunten:
1. Rookverbod voor aal: De adviseurs erkennen dat verse aal voedzamer is en minder fraudegevoelig (zwarte handel) dan gerookte aal. Ze pleiten echter tegen een lokaal rookverbod omdat dit Amsterdamse rokerijen zou ruïneren. Ze suggereren een landelijk verbod, mits er uitzonderingen zijn voor warme dagen en moeizaam transport (bijv. vanaf Urk).
2. Verkoopbeperking tot markten: Ze wijzen het voorstel af om de verkoop van aal alleen nog op markten toe te staan. Hoewel de controle op markten makkelijker is dan in winkels, vinden ze de maatregel te schadelijk voor de gevestigde winkeliers ("middenstand"), die met hoge kosten blijven zitten terwijl hun handel verdwijnt. Dit document is geschreven in juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via distributiesystemen. De genoemde C.C.D. (Crisis Controle Dienst) hield toezicht op de naleving van deze regels en bestreed de zwarte handel.

De discussie over "versche aal" versus "gerookte aal" is kenmerkend voor de schaarste-economie: gerookte vis was langer houdbaar en makkelijker onder de toonbank te verhandelen voor hoge prijzen ("zwarten handel"). De bezorgdheid voor de "middenstand" en de hoop op de tijd "na den oorlog" tonen aan dat de lokale ambtenaren probeerden de economische infrastructuur van de stad te beschermen tegen al te drastische oorlogsmaatregelen. De vermelding van Urk herinnert aan de toenmalige logistieke uitdagingen om vis van de vissershavens naar de steden te krijgen zonder dat deze bedierf.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies aan het gemeentebestuur van Amsterdam over de regulering van de vishandel. De adviseurs reageren op voorstellen van hogere instanties (de Centrale en de Districtsleider) over twee hoofdpunten:
1. Rookverbod voor aal: De adviseurs erkennen dat verse aal voedzamer is en minder fraudegevoelig (zwarte handel) dan gerookte aal. Ze pleiten echter tegen een lokaal rookverbod omdat dit Amsterdamse rokerijen zou ruïneren. Ze suggereren een landelijk verbod, mits er uitzonderingen zijn voor warme dagen en moeizaam transport (bijv. vanaf Urk).
2. Verkoopbeperking tot markten: Ze wijzen het voorstel af om de verkoop van aal alleen nog op markten toe te staan. Hoewel de controle op markten makkelijker is dan in winkels, vinden ze de maatregel te schadelijk voor de gevestigde winkeliers ("middenstand"), die met hoge kosten blijven zitten terwijl hun handel verdwijnt.

Historische Context

Dit document is geschreven in juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via distributiesystemen. De genoemde C.C.D. (Crisis Controle Dienst) hield toezicht op de naleving van deze regels en bestreed de zwarte handel.

De discussie over "versche aal" versus "gerookte aal" is kenmerkend voor de schaarste-economie: gerookte vis was langer houdbaar en makkelijker onder de toonbank te verhandelen voor hoge prijzen ("zwarten handel"). De bezorgdheid voor de "middenstand" en de hoop op de tijd "na den oorlog" tonen aan dat de lokale ambtenaren probeerden de economische infrastructuur van de stad te beschermen tegen al te drastische oorlogsmaatregelen. De vermelding van Urk herinnert aan de toenmalige logistieke uitdagingen om vis van de vissershavens naar de steden te krijgen zonder dat deze bedierf.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6