Ambtelijk bericht / Doorslag van een verzonden brief.
Origineel
Ambtelijk bericht / Doorslag van een verzonden brief. 27 april 1943 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 28/4"). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst belast met voedselvoorziening of marktwezen). [Links boven:] 46A/149/1 M.
[Midden boven, handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 28/4
[Rechts boven:] RP.
[Rechts midden:] 27 April 1943.
Hiermede deel ik U mede, dat, gehoord het advies van
de door de Nederlandsche Visscherijcentrale ingestelde
Verdeelingscommissie, in overeenstemming met den wensch
van het Gemeente bestuur is besloten, gedurende de perio-
de, dat U in Uw zaak ijs verkoopt, de vischtoewijzingen
worden ingetrokken.
De Directeur,
Verzonddn aan:
H.A. Beerens, wonende Fred. Hendrikstraat 23
P. Scherpenisse, wonende Sumatrastraat 89-91
C.L. Pieterse, wonende Bosch en Lommerweg 72
J. de Vries Stadelaar, wonende Janvan Galenstraat 45 Dit document is een formele kennisgeving aan vier specifieke ondernemers dat hun recht op de toewijzing van vis wordt opgeschort. De reden hiervoor is strikt zakelijk-administratief: de betrokkenen verkopen tijdens het zomerseizoen blijkbaar consumptie-ijs in hun winkels.
De besluitvorming steunt op twee pijlers: het advies van de 'Verdeelingscommissie' van de Nederlandsche Visscherijcentrale en de expliciete wens van het gemeentebestuur. Het toont aan hoe nauwlettend de handel in die tijd werd gecontroleerd; ondernemers moesten blijkbaar kiezen tussen het voeren van een visassortiment of het verkopen van ijs. Het gelijktijdig uitvoeren van beide activiteiten leidde tot sancties in de vorm van het stopzetten van de door de overheid gecontroleerde aanvoer (toewijzingen). Het document dateert uit april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en schaarste aan bijna alle levensmiddelen.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamd 'productschap' dat door de bezetter was ingesteld om de totale controle over de visserijsector en de visverwerking te centraliseren. Niets mocht buiten de officiële kanalen om worden verhandeld.
De genoemde adressen (Frederik Hendrikstraat, Sumatrastraat, Bos en Lommerweg en Jan van Galenstraat) situeren deze handelingen direct in Amsterdam. Het feit dat de vistoewijzing werd ingetrokken zodra men ijs ging verkopen, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de overheid de schaarse koelcapaciteit of de beperkte toewijzingsquota wilde concentreren bij zaken die zich volledig op de visverkoop richtten, of om te voorkomen dat 'luxegoederen' zoals ijs de reguliere voedselvoorziening in de weg zaten.