Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 67
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

26 april 1943. Van: Ondervakgroep Consumptie-ijsbereiding, Plaatselijke Gewestelijke afdeling Amsterdam. (Adres: J.V. Galenstraat 45). Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam (Heer Sixma).

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 26 april 1943. Ondervakgroep Consumptie-ijsbereiding, Plaatselijke Gewestelijke afdeling Amsterdam. (Adres: J.V. Galenstraat 45). De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam (Heer Sixma). Plaatselijke Gewestelijke afdeling: Amsterdam.
ONDERVAKGROEP CONSUMPTIE-IJSBEREIDING

No. 31
BETREFFENDE: Visverdeeling.

26 April 1943
SECRETARIAAT: J.V. Galenstraat 45
TELEFOON: 88591

[Stempel: No. 467/179/2 M. 1943 27/4]
[Handgeschreven: spoed]

Aan den Heer
Directeur v.h. Marktwezen
te Amsterdam.

Zeer WelEd. Heer Sixma,

Zooals is medegedeeld bij de verdeeling van vis aan de Gemeentelijke Visafslag, worden de handelaren die tevens consumptieijs verkopen in het vervolg uitgeschakeld van deze verdeeling.
Naar verluidt zijn de beweegredenen hiertoe geweest dat de betreffende ondernemers de verkoop van gerookte vis en garnalen best kunnen missen, omdat de verkoop van consumptieijs hun een ruim voldoende bron van inkomsten oplevert.
In het midden latend of de genomen beslissing door de Ned. Visserij Centrale zal worden gesanctioneerd, vraag ik mij af of dit besluit wel genomen is op grond van volledige gegevens. Bekend is altans niet dat hiernaar een onderzoek is ingesteld. Evenmin dat hieromtrent belanghebbende zijn gehoord, of eenig overleg met deze is gepleegd. Ware dit wel geschied dan was onmiddellijk ontdekt dat hier de schijn de werkelijkheid bedriegt. Ten bewijze hiervan zij opgemerkt dat de consumptie-ijsbereiders met betrekking tot de grondstoffen, welke distributiegoederen zijn, zijn gerantsoeneerd op 50% van het gebruik in 1941 en het niet denkbeeldig is dat dit percentage, in verband met de grondstoffen positie, nog wordt verlaagd.
Daarbij komt dat ook de consumptie ijsbereider/verkooper onder de bepalingen van de Prijsbeheersingswet valt en de verkoopprijzen van 9 Mei 1940 heeft aan te houden, niettegenstaande zijn vaste lasten ongewijzigd zijn. Hierbij kan nog medegedeeld worden dat een voorschrift tot vaststelling van de verkoopprijzen voor consumptieijs bij de Dienst van de Gemachtigde voor de Prijzen in voorbereiding is.
Uit een en ander vloeit dan ook voort dat de bonafide consumptie-ijsbereiders annex vishandelaren door de maatregel van uitschakeling in hun onderneming ernstig gedupeerd zijn, daar toch het merendeel zowel de handel in vis, alsmede de verkoop van consumptieijs afzonderlijk exploiteerd. welke exploitatie ieder voor zich hogere op lagere kosten met zich mede brengt.
Waar het hier slechts een gering aantal ondernemers betreft, welks al of niet deelname aan de verdeeling, op de toewijzing van de overige vishandelaren vrijwel geen invloed heeft, verzoek ik U er Uw medewerking aan te willen verleenen, dat deze beslissing wordt herroepen, of anders uitgesteld tot de belanghebbenden hierover zijn gehoord en in de gelegenheid zijn gesteld hun bezwaren naar voren te brengen.
Het zal ten zeerste op prijs worden gesteld indien belanghebbende spoedig Uw beslissing in deze zullen vernemen.

[Handgeschreven onderaan: 46/3] In deze brief protesteert de belangenorganisatie van ijsbereiders tegen een besluit van het Amsterdamse Marktwezen. Vishandelaren die daarnaast ijs verkochten, mochten geen vis meer inkopen op de Gemeentelijke Visafslag. De overheid redeneerde dat zij genoeg verdienden aan het ijs.

De schrijver voert drie argumenten aan tegen dit besluit:
1. Gebrek aan hoor en wederhoor: Er is geen onderzoek gedaan naar de feitelijke situatie van deze ondernemers.
2. Grondstoffenschaarste: De ijsproductie is door distributiemaatregelen (rantsoenering van o.a. suiker en melk) al teruggebracht naar 50% van het niveau van 1941.
3. Prijsbeheersing: Door de wettelijke prijsstop van mei 1940 zijn de winstmarges bevroren, terwijl de vaste lasten gelijk blijven.

De toon is formeel-zakelijk, maar de noodkreet over de economische levensvatbaarheid van de gecombineerde bedrijven ("ernstig gedupeerd") is duidelijk aanwezig. De brief dateert van april 1943, een periode van toenemende schaarste en strenge regulering tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Ned. Visserij Centrale" en de "Dienst van de Gemachtigde voor de Prijzen" waren instituten die de markt volledig controleerden om de distributie van de schaarse goederen in goede banen te leiden (en vaak ook om de belangen van de bezetter te dienen).

De brief illustreert hoe kleine zelfstandigen in de knel kwamen tussen verschillende distributieregels: enerzijds werden hun grondstoffen voor ijs gerantsoeneerd, en anderzijds werd hen de toegang tot vis ontzegd omdat ze 'andere' inkomsten zouden hebben. Het document geeft hiermee een inkijkje in de bureaucratische complexiteit van de oorlogseconomie in Amsterdam.

Samenvatting

In deze brief protesteert de belangenorganisatie van ijsbereiders tegen een besluit van het Amsterdamse Marktwezen. Vishandelaren die daarnaast ijs verkochten, mochten geen vis meer inkopen op de Gemeentelijke Visafslag. De overheid redeneerde dat zij genoeg verdienden aan het ijs.

De schrijver voert drie argumenten aan tegen dit besluit:
1. Gebrek aan hoor en wederhoor: Er is geen onderzoek gedaan naar de feitelijke situatie van deze ondernemers.
2. Grondstoffenschaarste: De ijsproductie is door distributiemaatregelen (rantsoenering van o.a. suiker en melk) al teruggebracht naar 50% van het niveau van 1941.
3. Prijsbeheersing: Door de wettelijke prijsstop van mei 1940 zijn de winstmarges bevroren, terwijl de vaste lasten gelijk blijven.

De toon is formeel-zakelijk, maar de noodkreet over de economische levensvatbaarheid van de gecombineerde bedrijven ("ernstig gedupeerd") is duidelijk aanwezig.

Historische Context

De brief dateert van april 1943, een periode van toenemende schaarste en strenge regulering tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Ned. Visserij Centrale" en de "Dienst van de Gemachtigde voor de Prijzen" waren instituten die de markt volledig controleerden om de distributie van de schaarse goederen in goede banen te leiden (en vaak ook om de belangen van de bezetter te dienen).

De brief illustreert hoe kleine zelfstandigen in de knel kwamen tussen verschillende distributieregels: enerzijds werden hun grondstoffen voor ijs gerantsoeneerd, en anderzijds werd hen de toegang tot vis ontzegd omdat ze 'andere' inkomsten zouden hebben. Het document geeft hiermee een inkijkje in de bureaucratische complexiteit van de oorlogseconomie in Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6